Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017

 

 

 

Herfst 2018

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

17 oktober 2018

Buiten zag je de afgelopen weken in het zonlicht heel veel piepkleine vliegende insecten rond dwarrelen maar wat het waren kon ik maar niet vaststellen. Tot ik vanuit de huiskamer zo'n frutseltje op de ruit zag landen. Snel met de macrolens naar buiten en een foto gemaakt van het beestje. Het is een van de vele soorten bladluizen, maar welke weet ik niet. Misschien verneem ik van Waarneming nog wat, daar heb ik hem op het forum geplaatst. Bladluizen hebben heel lange vleugels die het lijf moeten dragen. Opvallend was deze zomer wel dat op de rozen geen enkele bladluis te zien was. Ze vormen voedsel voor lieveheersbeestjes, gevolg dus 1 + 1 = 2.

De herfstbladeren worden stuk voor stuk ontdaan van het camouflerende bladgroen dat nodig is om het blad te voeden. De boom trekt het terug en bewaart het tot volgend voorjaar waar het weer wordt ingezet voor de nieuwe lichting blaadjes. Door de verdwijning van de bladgroenkorrels mogen eindelijk de bladeren hun ware kleuren tonen. Dit zijn de nu knalrode blaadjes van de Sering. Het pigment anthocyaan maakt rode kleuren. Xantophyl maakt gele kleuren zoals het blad hieronder.

En deze de goudgele van de Tulpenboom (Tulipifera). Heel opvallend bij dit blad is dat het niet eindigt in een punt zodat regen er goed vanaf kan druipen. Dat komt bij weinig bomen zo voor. Het blad van de Tulpenboom wordt niet door insecten gegeten, geen rupsje is er op te vinden. Bomen bij wie dat het geval is zijn er mede de oorzaak van dat het met de mezen in de steden en dorpen minder goed gaat dan daarbuiten. Want bomen als de Tulpenboom worden in de bewoonde wereld aangeplant omdat ze mooi zijn, en niet omdat ze nut hebben. Het zijn tevens zeer geschikte bomen voor aanplant in stad en park omdat ze wel 200 jaar oud kunnen worden. De nectar producerende bloemen zijn wel nuttig voor insecten. Blad en boom zijn beide tulpvormig, geen raadsel dus waar de naam vandaan komt.

15 oktober 2018

Deze Kardinaalshoed groeit langs onze voorgevel en staat daar al ik weet niet meer hoeveel jaren. Vruchten heb ik er nooit aan gezien, behalve nu dus. Op allerlei struiken zitten opvallend veel vruchten: lijsterbes, hulst, vuurdoorn, kardinaalshoed, alle hangen tjokvol. Er wordt niet veel van gegeten want er zijn weinig vogels, net als vorige herfst toen bessen ook nauwelijks gegeten werden. Misschien komen er nog wintergasten uit het hoge noorden die er belangstelling voor hebben.

Terwijl ik naar de Kardinaalsmuts stond te kijken viel mijn oog op een langwerpig insect dat op de drempel van de voordeur zat. Door de schutkleur was het nauwelijks te herkennen als vlinder maar toch was het er een. Toen ik heel voorzichtig probeerde de vlinder op een stokje te krijgen om hem te verplaatsen, zag ik dat het een Huismoedertje (Noctua pronuba) was. De vleugels gingen wat verder open en toen zag ik ook even een glimp van de oranje ondervleugel.

Op een milieuvriendelijke tas van een van de supermarkten, landde een lieveheersbeestje. Deze kevertjes waren niet veel te zien dit jaar, larven en poppen die je vaak aantreft op planten heb ik al helemaal niet gezien. Ik wachtte en wachtte in de hoop dat de kever op zou vliegen en ik daarvan een opname zou kunnen maken, maar nee hoor hij bleef lekker zitten. Het leek me zo leuk, zo'n opvliegend Pompoentje op een foto.

Toen ik wat tussen de planten zat te prutsen stoorde ik een bruine kikker die daar zat. Hij sprong op mijn voet en vandaar linea recta door naar de vijver. Maar wat zag hij er zielig uit, zo mager als een lat en ook nog blind. Hij zat dat waarschijnlijk te wachten op slakken die hij kon pakken maar die laten zich in deze droogte niet zien. Zielig beestje hoor.

13 oktober 2018

Op een van de ruiten bleek opeens een afdruk te zitten van een duif. In het verleden gebeurde het wel vaker dat vogels tegen de ramen vlogen en ik plakte er  daarom altijd van die felgekleurde cadeausliertjes op om de vogels te waarschuwen. Tegenwoordig zitten die sliertjes er niet meer op want dergelijke vogelongelukken komen nog maar heel sporadisch voor als gevolg van het feit dat er veel minder tuinvogels te zien zijn. Deze duif moet het overleefd hebben want ik vond hem niet buiten in de tuin. Maar wat een mooie afdruk dit keer! Inmiddels is de glazenwasser geweest en is de ruit weer glashelder.

De vogeltrek is in volle gang en elk jaar kost dat vele vogels het leven. Bij de bouw van windparken wordt er meestal ingeschat hoe de risico's voor vogels zullen zijn. En meestal wordt er dan vanuit gegaan dat een paar honderd vogels de dood zullen vinden maar dat men dat acceptabel vindt gezien de enorme hoeveelheid vogels die langs trekken. Maar op bepaalde plekken wordt er toch kritischer geoordeeld. Het windmolenpark dat gepland is om geplaatst te worden langs de A16 zal naar schatting elk jaar 435 dode vogels tot gevolg hebben maar dat vindt men acceptabel. Bij de Groningse Eemshaven zijn er dat veel meer, duizenden trekvogels worden daar door de windturbines gedood. Maar daar is iets op gevonden: met behulp van een zogenoemde trekvogelradar kan twee dagen van tevoren al voorspeld worden wanneer er een grote zwerm vogels nadert en dan kunnen de windmolens tijdelijk worden stilgezet. Ook is er een Nationale Windmolenrisicokaart ontwikkeld. Niet alleen windmolens kosten veel vogels het leven ook hoogspanningskabels zijn wat dit betreft berucht.

Hoe lang kan dit allemaal doorgaan, al die zomerse dagen in deze tijd van het jaar. Het heeft iets vreemds dit warme weer te ervaren terwijl de bomen steeds meer van hun blad laten vallen. Nooit eerder was het bij ons zo warm in oktober. Record na record sneuvelt en overal op de wereld worden de gevolgen van de klimaatverandering nadrukkelijk merkbaar.

11 oktober 2018

Vandaag stond er een grote reportage in de Volkskrant over de negatieve gevolgen van de nog altijd heersende droogte. Op sommige plekken in ons land staat de grondwaterstand 2 meter lager dan normaal en dat kan rampzalige gevolgen hebben voor de hoogveengebieden. Veen dat eenmaal verbrand en verdroogd is komt niet meer terug en daarmee verdwijnt een scala van dieren die er van afhankelijk zijn. In het Wikkelseveen waren nauwelijks salamanders, heikikkers, en allerlei waterdieren als kokerjuffer, schietmot, waterkever, bloedzuigers. SBB vreest dat in een ander veengebied de hoogveenglanslibel is verdwenen, en ook over de speerwaterjuffer zijn zorgen. In het FochterloŽrveen zijn door de droogvalling de broedplaatsen van de Lepelaars bereikbaar geworden voor de vossen; heel veel nesten werden leeggeroofd. In Nationaalpark Veluwezoom zijn de bosbessen verdroogd, een slechte zaak voor besetende vogels en wilde zwijnen. Veel dieren als dassen, egels, wulpen en weidevogels konden moeilijk aan voedsel komen doordat de regenwormen zo diep in de bodem gekropen waren. En zo gaat het maar door.

Deze week stuurden onze Belgische natuurvrienden een bericht rond over de mezen in onze tuinen die liggen in steden en dorpen. Daarmee gaat het veel minder goed dan met de exemplaren die in een plattelandsomgeving wonen. Vogels in steden maar ook in dorpen beginnen eerder aan het leggen van eieren maar ze leggen er minder. De jongen die er uitkomen wegen minder en ook overleven er minder. De kans dat een jong uitvliegt is daar 62% tegen 84% in een natuurlijker omgeving. Oorzaken zijn velerlei, o.a. lichtverstoring, herrie, nutteloze bomen als Plataan. Het is allemaal uitgezocht door de universiteiten Gent en Antwerpen.

Een jonge merel die zijn ruiperiode nog niet geheel achter de rug heeft. Bijna een jaar geleden brachten Duitse wetenschappers naar buiten dat alleen al in Noordwest-Europa 421 miljoen vogels verdwenen waren. Een gigantische en alarmerende ontwikkeling. En het gaat gewoon door. Telkens weer komen er nieuwe uitkomsten van onderzoeken aan het licht waarin alarm geslagen wordt over de enorme verschraling van onze biodiversiteit. Al die weerrecords zijn leuk en aardig maar de wereld staat voor een onvoorstelbare opgave de natuur en het milieu te redden voor de generaties die na ons komen. En of dat nog gaat lukken is een heel grote vraag. Het Internationaal Panel voor Klimaat IPCC heeft deze week tenminste laten weten dat de doelstellingen van Parijs waarschijnlijk tot het onmogelijke behoren.

10 oktober 2018

Ook nog een toegift van de Hypericum. Een elegant bloempje met die mooie uitnodigende meedraden. Het was wel de enige bloem aan de struik maar juist daarom trok die de aandacht.

Het leek wel of de Winterkoning het buiten horen kon: " kijk eens, een Winterkoning!!", riep ik nogal enthousiast naar mijn echtgenoot. Ik denk dat het nu ongeveer een jaar geleden is dat ik er een zag in de tuin en ik was eigenlijk van plan hier iets te schrijven over de treurige vogelstand. Maar zo'n prachtige dag waar wij volop van genoten hadden, kan ik eigenlijk niet afsluiten met een minder vrolijk bericht. Dus volsta ik met het schattige Winterkoninkje.

Een paar jaar geleden bouwde er een een nestje in onze Akebia en ik heb dit vogeltje sindsdien echt gemist. Ik deed er echt alles aan om hem hier te krijgen en te houden. Ik kocht een speciaal nestje van stroo dat ik goed verborgen ophing in de klimop. Ik legde speciaal voer op de voerplank in de winter maar ik zag hem na de vorige herfst niet eenmaal. Maar wat is ie toch leuk.

Terwijl ik ook vandaag weer bezig was de tuin wat te fatsoeneren trof ik onder een tegel dit blaadje aan. Een pissebed was net verveld en zo kon ik de pissebed en het huidje samen fotograferen. Gelukkig lag de camera binnen handbereik want een paar tellen later was het vervelde beestje verdwenen.

9 oktober 2018

Ach, dacht Margriet, why not! Het weer doet er alles aan me uit de tent te lokken dus speel ik het spelletje gewoon mee en produceer nog even, ook al is het mijn tijd niet, een mooie nieuwe bloem. Leuk toch voor de mensen?

Allerlei planten en struiken geven dankzij het weer dat natuurlijk meer bij het voorjaar dan bij het najaar past, nog wat nabloei. Ook de Meidoorn (Creategus) laat hier en daar tussen de takken nog wat bloemen zien. Die zullen geen rijpe bessen meer vormen, daarvoor is het echt te laat in het jaar.

Ik had het pas over de afwezigheid van spinnenwebben die in deze tijd zoveel te zien zouden moeten zijn. Toevallig las ik kort daarna in een artikel in NRC over de huidige herfst dat het met de spinnen al zo'n tien jaar niet goed gaat (Naturalis Biodeversity Center) en dat hun aantallen drastisch teruglopen, mogelijk  als gevolg van het feit dat er steeds minder insecten zijn. Nog een extra rol zou het droge weer van deze zomer kunnen zijn, maar dat is niet met zekerheid te stellen. Het is van een grote treurnis wat de mensheid met de aarde en de natuur doet en het zover heeft laten komen dat alle seinen nu op rood staan.

Deze Vliegenzwam (Amanita muscaria)  zag ik een dag of tien geleden in een grazig stukje grasland staan. Hier aan de Oost-Veluwezoom heb ik er nog niet een kunnen ontdekken. Niet in het bos, maar ook niet in de groenstroken langs de straten waar ze altijd verschijnen. Waarschijnlijk hadden de ondergrondse mycelia van de zwammen door de brandende zon en het langdurige vochtgebrek van deze zomer heel veel te lijden. En nog altijd is het heel droog in de bodem en regen van betekenis staat voorlopig ook niet op de weerkaart.

Maar vanmiddag vond ik tijdens het tuinwerk, tussen de planten waar de bodem wel vochtig genoeg was, een stukje tak met een Geweizwam (Xylaria hypoxilon) erop. Als ze wit zijn, zien we de ongeslachtelijke sporen die er uitzien als een wit poeder. Pas aan het begin van de winter is de zwam zwart geworden en dat duidt er dan op dat de sporen rijp geworden zijn en zich geslachtelijk kunnen voortplanten. De Geweizwam groeit alleen op dood hout.

7 oktober 2018

In de herfst is het licht echt heel mooi en als het avond is moet ik altijd even kijken naar de berken in onze straat waarvan de toppen het laatste zonlicht vangen. Het blad kleurt dan naar goud bij een perfecte belichting. Als er dan opeens een ballon met gelijke kleur vanachter de boomkroon te voorschijn komt is dat wel grappig.

Binnenin het bos is de kleur nog bijna geheel groen. Maar door de laagstaande zon kunnen de bomen weer eindeloos selfies maken en dat doen ze waar ze de kans maar krijgen.

Uit de nog altijd te droge bosbodem groeien nauwelijks paddenstoelen. Hier en daar is er af en toe een te vinden, zoals deze Gewone krulzoom (Paxillus involutus) die al oud maar juist daarom zo elegant is met de golvende hoedrand. Het is een algemene en veel voorkomende soort die weliswaar giftig is maar dat merk je pas als je er veel van zou eten. En dan is hij wel heel gemeen....!

In het bos hoop ik altijd een mooie opname te maken van een bepaalde vogel maar het lukt nauwelijks. De vogels zijn schuw, vliegen heel snel weg en als je er een ziet, zoals deze Boomkruiper (Certhia brachydactyla) , is hij te ver weg voor je camera. Maar je blijft het toch almaar proberen. De Boomkruiper is een in ons land beschermde vogel die dus op de Rode Lijst staat. De grootste populaties komen voor in oud, gevarieerd loofbos dat niet al te intensief onderhouden wordt. Dat is in het bos in mijn omgeving helaas niet het geval. Er is altijd wel onrust door bomenkap en andere bezigheden.

Het mooie weer wordt niet alleen door wandelaars omarmd. De laatste fraaie dagen van het jaar worden ook aangegrepen door groepen wielrenners, en hier zelfs een grote groep scooterrijders die gezamenlijk door de bossen racen. Als wandelaar kun je dus maar beter op de smalle bospaden blijven.

Wat me opvalt is dat er zo weinig kruisspinnen zijn alhoewel je die juist nu zou verwachten. Om het huis zie ik ze maar heel weinig, in het bos, waar je soms overal webben ziet hangen in oktober, zag ik ze ook niet. Voor een van onze ruiten hing op een avond wel deze dikke dame die nog even flink door moet eten eer ze eitjes gaat leggen. Wel zie je veel herfstdraden, vooral als ze oplichten in het zonlicht. Ze worden geweven door de jonge spinnetjes die naar een hoog punt klimmen om zich via die lange draden mee te laten voeren naar andere plekken.

6 oktober 2018

Wat een dag! Het leek wel of de zomer na een aarzeling weer was teruggekeerd. De koolmees zat weer bij de nestkast en de merelman (hoera!) zat in de conifeer van tevredenheid binnensmonds te zingen. Dat is toch altijd zo'n leuk gehoor, alsof zo'n merel zich ergens geneert en niet voluit durft te gaan omdat hij ergens wel doorheeft dat het tijdstip niet klopt met zijn neiging tot zingen. Maar hij kan het gewoon niet laten.

O jee, Sjors, de groene kikker die in het late voorjaar opeens in onze vijver verscheen, is er nog steeds. Ik wil hem niet en hij hoort hier niet, hij zou terug moeten gaan naar een boerensloot. Maar nu denkt hij dat het voorjaar opnieuw begonnen is en zit met tussenpozen te kwaken. Alleen is er iets geks met die kwaakblazen aan de hand. Maken die in de paartijd een onuitstaanbaar kabaal, zeker als het zo dicht onder je slaapkamerraam gebeurt, nu kwaakt hij als een krakende deur. Het is gewoon lachwekkend. Zou dat kwaakmechanisme zich aanpassen aan het seizoen? Ik heb er nog nooit iets over gehoord. De hoop dat hij zijn heil gedurende de zomer elders zou zoeken, is dus vervlogen. Hij is van plan te blijven maar ik wil hem niet!

Langzaam beginnen er planten in de tuin in rust te gaan. Maar lang nog niet alle. De Driebladige braakwortelspirea (Gillenia trifoliata) heeft nu prachtig herfstblad gekregen. De meeste tuiniers die deze plant hebben kennen de Nederlandse naam niet maar noemen hem gewoon Gillenia. Je zou er ook je tong over breken!

Het Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) behoort nu niet te bloeien. De plant leek tot mijn verdriet in het voorjaar niet meer op te komen en pas na de lange periode van hitte en droogte, zag ik opeens dat hij toch weer tekenen van leven begon te vertonen. En nu bloeit hij dus voor het eerst dit jaar. Wat een vreemde zomer, alles lijkt anders dan normaal te gaan.

Nooit eerder hadden we in oktober zoveel bloei in onze tuin, het is echt geweldig. Het Moederkrluid (Tanacetum parthenium) is een superplant. Driemaal per jaar groeien zaden weer uit tot bloeiende planten en nu staan ook nog overal wit bloeiende pollen en dat is een heerlijk gezicht. Ook de insecten zijn er blij mee, die weten misschien ook wel niet wat ze overkomt met al die overvloed in deze herfst.

5 oktober 2018

Hoewel de dag er alles aan deed had ik aanvankelijk niet zoveel zin het bos in te gaan. Het gejank van de motorzagen was al van verre te horen. Ik vind het een afschuwelijk en agressief geluid wanneer de zagen de bomen te lijf gaan, die vervolgens met een enorm lawaai van brekende takken ter aarde storten. Maar het gebeurt elk najaar en iedere winter. De stammen brengen geld in het laatje en zonder dat kan een bosgebied meestal niet bestaan.

Gelukkig blijft een van de grootste mierenhopen in ons bos weer gespaard. Het mierennest ligt wat verder van het wandelpad en het lijkt zelfs alsof de vogels en zwijnen die uit zijn op de bewoners ervan, de hoop niet eens weten te vinden. Houden zo!

Mensen houden tegenwoordig van alles bij: het aantal doodgereden zoogdieren, het aantal vogels dat zich tegen ruiten dood vliegt, het aantal padden dat onder autowielen de dood vindt, maar over kleine beestjes wordt niets vermeld.Telkens vraag ik me weer af hoeveel mestkevers in het bos niet met de bodem gelijk gemaakt worden doordat ze onder mensenvoeten aan hun eindje komen. De paden liggen er bezaaid mee. Deze kever is dan wel niet platgetrapt maar hij heeft wel een flinke tik gekregen en is dood. Waarom zou zo'n kever toch zo'n jaloers makende kleur hebben, denk ik wel eens. Het zijn juweeltjes.

Puur bij toeval ontdekte ik dit merkwaardige schepsel doordat het op de bosbodem lag en mooi groen afstak tegen de kleur van verdorde bladeren. De Slakrups (Apoda limacodes) is een vreemde snuiter onder de rupsen. Het is een nakomeling van een algemeen nachtvlindertje en het leeft bij voorkeur op beuken en eiken, al zijn er nog een paar loofbomen waar de rups af en toe te vinden is. De moeder leeft niet meer, die vliegt tot augustus. Het kind doet zich te goed aan het blad van de bomen. Als het moment voor verpoppen nadert, laat de rups zich op een blaadje naar beneden vallen waar hij zich al snel verpopt in een cocon. Het zich verplaatsen van deze rups is ook iets bijzonders: net als een slak produceert hij een slijmachtige vloeistof waarover hij zich met de minuscule pootjes voortbeweegt en waarmee hij zich vasthecht op het blad. Ik heb er nooit eerder een in het bos gevonden maar ze zijn ook heel moeilijk te vinden.

4 oktober 2018

Om het vervelende opruimen van onze garage te onderbreken liep ik maar weer eens even door de tuin om te zien of er nog iets leuks te ontdekken viel. Bijen, zweefvliegen en hommels, de insecten die ik aldoor al zag. Zelfs in de bloeiende klimop had ik niets bijzonders kunnen ontdekken de afgelopen tijd. Maar wacht eens, opeens zag ik allemaal piepkleine vliegjes rond de klimop dwarrelen. Om aan te tonen hoe klein die waren heb ik er een vliegend kunnen vastleggen.

Maar hier zijn ze dan, schitterende kleine vliegjes. Het is de Halmvlieg Thaumatomyia notata. Hoe kleiner beestjes zijn hoe groter de uitdaging wordt ze te kunnen fotograferen. Dat viel nog niet mee want het waaide aldoor en ze bleven nauwelijks stilzitten of kropen meteen weer uit het zicht.

Ik zag dat ze niet op de bloeiende maar op de uitgebloeide vruchtbeginsels zaten. Wat ze daar te eten vonden weet ik natuurlijk niet. Ik moest wel even op zoek naar informatie want dit vliegje had ik niet eerder gezien. Op een Engelse website (Nature spot) las ik dat dit algemeen voorkomende vliegjes zijn in bloemrijk grasland en dat ze soms massaal huizen binnen dringen waardoor ze in Engeland de naam "gele zwermvlieg" kregen. Op YouTube is een filmpje te vinden als je de Latijnse naam intikt.

Vaak blijkt in de natuur dat de kleinste beestjes of de kleinste bloempjes vaak de mooiste zijn. Daarom is het ook zo leuk ze te fotograferen. Halmvliegen vormen wereldwijd een enorme familie. Dit is dus een van de vele soorten.

Terwijl ik een hele tijd in de klimop stond te turen zag ik opeens deze spin die een onfortuinlijke vlieg te pakken had. Waarschijnlijk een krabspin, ik kon het niet goed zien.

2 oktober 2018

Je zou het vandaag bijna vergeten zijn maar een paar dagen geleden waren de dagen nog heerlijk zonnig. De herfstasters zijn dan welkome aanbieders van nectar en de insecten maken daar ook druk gebruik van. Bij ons in de tuin is er merkwaardigerwijs meer gezoen te horen op de asters dan op de eerder bloeiende klimop. Op een van de bloemen zit een Woeste sluipvlieg (Tachina fera), een leuk beestje om te zien. Dat woeste slaat op de vervaarlijke haren op zijn lijf.

Wat koolwitjes vliegen er nog rond maar ook de Citroenvlinder (Gonepterix rhamni). De mannetjes zijn feller geel dan de vrouwtjes. Ze zijn makkelijk te benaderen en vliegen niet meteen weg als je in de buurt komt.  Het verwondert me telkens weer dat zo'n frÍle wezentje er in slaagt de winter te overleven. Waar zou dit exemplaar binnenkort een schuilplaats zoeken?

Een Houtpantserjuffer (Chalcolestes viridis) die zich lekker zat op te warmen. De vliegtijd voor dit insect is nog lang niet voorbij. Tenminste, als het nog niet echt koud gaat worden. Een paar nachtvorsten deren ze niet, soms vliegen ze nog ver in de winter.

De Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)  draagt dit jaar rijkelijk vruchten en het wachten is nu op de vogels die de oranje zaden eruit pikken. Merels, goudvinken, zwartkoppen, ze zijn er dol op.

Als de avond valt op een zonnige, ietwat bewolkte najaarsdag, kun je weer zulke mooie zonsondergangen zien. Als je het hebt over "knalrood"  dan was dit de kleur die in het begin van de week te zien was. Altijd weer even prachtig om te zien en verbazingwekkend hoe snel het weer voorbij is als de zon in rap tempo daalt.

30 september 2018

De Drentse wandelescapades leverden hier nogal wat foute naamsvermeldingen op, zo blijkt uit reacties van twee insectenspecialisten. De juiste naam van deze wants blijkt Elasmustethus interstinctus i.p.v. de Elasmucha  grisea.

De larven van de Caliroa blijken zo moeilijk te determineren dat ze aan de lopende band fout benoemd worden. Vandaar dat de term "spec" bedacht is als het niet 100% duidelijk is welke van meerdere soorten Caliroa het betreft. En dit geldt ook voor andere planten- en insectensoorten . Eigenlijk zijn de caliroa alleen juist op naam te brengen door de larven uit te kweken en het wespje te determineren. Ik heb veel respect voor mensen die zo minutieus met de natuur bezig zijn maar voor een amateur is het eigenlijk niet te doen of je zou heel veel moeten nazoeken en navragen. Daarom houd ik me vaker wat meer aan de algemene soortnamen. Degenen die echt het naadje van de kous willen weten kunnen altijd verder zoeken op de website waarneming.nl  Dan is er nog EIS kenniscentrum insecten en andere gewervelden. Dat geeft onder meer een veldgids uit over wantsen. En zo zijn er veel gespecialiseerde veldgidsen. Natuurlijk probeer ik me zoveel mogelijk te houden aan juiste benamingen maar soms gaat het wel eens mis. Vandaar ook de regel op mijn homepage: ontdek je fouten in de beschrijvingen, laat het me dan weten. Ik ben daar altijd blij mee. De juiste naamgeving voor deze larven had dus moeten zijn Caliroa spec.

29 september 2018

We gingen woensdag ook nog even kijken bij een waterplas die voorheen een stuk weiland was. Er is een waterinlaat gecreŽerd waardoor er nu een ondiep plas-drasgebiedje is ontstaan. En mensen, wat trekt dat een vogels aan! Er dreven allerlei eenden, ganzen, meerkoeten, zwanen, echt geweldig. Het is eigenlijk zo simpel om kleine biotopen in te richten voor planten en dieren. Gelukkig lees je tegenwoordig ook steeds vaker dat dit gebeurt.

In een dode boom zaten ook twee aalscholvers (Phalacrocolax carbo). In Nederland zijn meerdere heel grote kolonies maar in kleine aantallen zie je ze ook langs de rivieren, plassen, waar maar genoeg water is. De vogel heeft een bijzondere verenstructuur die water doorlaat en zo minder weerstand biedt als de vogel duikt. En dat is weer reden waarom ze vaak op een paal of tak zitten met de vleugels uitgespreid in de zon en de wind om ze weer te drogen. Een Aalscholver vangt zijn prooi onder water waarbij hij zijn groene ogen open houdt en ze zelfs kan draaien. Dat laatste komt maar bij weinig vogels voor.

Zowel de Kleine als de Grote zilverreiger (Ardea alba) doen het uitstekend in ons land, dankzij het opwarmend klimaat. Dat is dan weer eens een leuke kant aan het fenomeen dat zoveel zorgen baart. Hun oorspronkelijke leefgebied is de omgeving van de Middellandse Zee maar ze komen steeds verder naar het noorden. Uit tellingen blijkt dat er in de winter zo'n 2.500 exemplaren hier overwinteren en ook dat de grote beter dan de kleine zilverreiger de winter overleeft. Broedgevallen zijn er ook, het hangt wel van het weer af, droogte heeft een negatieve invloed op het broedproces. De gele snavel wordt in de broedtijd zwart en er is geen verschil tussen man en vrouw. Prachtige vogels!

Nog een vogel waar het heel goed mee gaat, de Raaf (Corvus corax).  Dit is een van mijn favorieten, we horen ze hier heel vaak boven het bos. De Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug waren allereerst de gebieden waar de vogels zich vestigden nadat ze een halve eeuw geleden hier opnieuw werden uitgezet, maar ze breiden zich gestaag uit over andere provincies al staat de Raaf nog steeds op de Rode Lijst als kwetsbaar. Je aandacht wordt meteen naar de vogels getrokken als je hun kenmerkende sonore geluid van de zwarte vogels hoort maar het is moeilijk ze te fotograferen. Ze laten zich nauwelijks benaderen en in de vlucht gaan ze veel te snel voor de amateurfotograaf met idem camera-uitrusting. De raaf is de grootste kraaiachtige die we in ons land kennen, hij heeft een lengte van om en nabij de 65 centimeter.

28 september 2018

Er waren nog maar weinig insecten te zien maar als je gericht gaat zoeken, vind je nog wel het nodige. Hier een mooie wants. Het is de Gewone kielwants (Elasmucha grisea) die hier op Brandnetel zat. Gaat het seizoen nog wat verder dan kleuren deze mooie insecten naar donker bruingroen. De kielwants (ook wel schildwants genoemd) overwintert en legt dan in het voorjaar weer eitjes om het nageslacht in stand te houden. De vrouwtjes doen aan broedzorg, ze bewaken niet alleen de eitjes maar ook de jonge wantsjes.

De Berkensigarenmaker (Byctiscus betulae), een grappig diertje om te zien. De kevers kunnen rood, groen of blauw zijn. Ze vouwen een blaadje tot een langwerpig rolletje en leggen daar een vijftal eitjes in. Ze huizen in berkensoorten maar soms ook in andere loofbomen. De eitjes vallen al snel op de grond waar ze verpoppen.

Voor de lieveheersbeestjes was dit geen goed jaar, zo is de indruk. Ik heb ze maar heel weinig gezien. Het Meeldauwlieveheersbeestje leeft voor de verandering niet van bladluizen maar, zoals de naam al zegt, van meeldauw. Het behoort tot de piepkleine kevertjes, net als het Citroenlieveheersbeestje waarmee je het zomaar zou kunnen verwisselen.

Dit zijn wel heel merkwaardige schepsels, je vindt ze op de Zomereik: de Lindebladwesp (Caliroa anulipes), familie van de bladwespen. De larvenachtige beestjes zien er vreemd uit, ze doen denken aan naaktslakken. De bastaardrupsen, want dat zijn het, vreten aan de achterkant van het eikenblad het bladmoes weg. Na een week of drie gaan ze verpoppen. Ze fourageren niet alleen op eik maar ook op beuk, berk, wilg en ook op bosbes.

Er vloog nog een enkel vlindertje rond, wel een mooie, deze Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas). De vlinder vliegt tot oktober, dan zit het er weer op voor dit jaar. Het is een algemeen voorkomende soort. De vlindertjes die we nu nog zien zijn die uit de tweede generatie. Als de herfst nu nog een poosje heel mooi en lekker warm zou blijven, zouden we zelfs nog een derde generatie kunnen zien vliegen maar dat lijkt er dit jaar niet in te zitten.

27 september 2018

De woensdag leek een uitgelezen dag om met mijn Drentse vriendin en struinmaatje weer eens een dag op pad te gaan, te lang was het er niet van gekomen. Na een erg koude ochtend warmde de dag al snel op al stond er een straffe wind waar we niet eens veel last van hadden omdat de zon zo lekker scheen.

We bezochten twee kleine natuurgebiedjes van het Drents Landschap, die naadloos in elkaar over gingen, prachtig afwisselende stukken natuur. Vennen zijn altijd aantrekkelijke plassen en we verbaasden ons over de vele libellen en juffers die er nog rondvlogen.

Heideveld met berkenbomen die het landschap mooi met hun spierwitte stammen accentueren. Hoewel de herfst nog maar net begonnen is, was het toch wel erg stil, vogels waren er bijna niet te horen. Hier dus ook niet,  en niet alleen in mijn eigen omgeving zo....

Soms twijfel ik wel eens aan de beweringen die ik hier doe. Zo liet ik pas weten dat ik in het bosgebied achter ons huis geen eikels zag liggen terwijl de berichten daarover juist zo anders zijn. Er zou een enorme mast zijn. Maar in dit natuurgebied stonden toch heel veel inheemse eiken maar ze hadden geen vrucht gedragen. Opvallend is wel dat ik hier en daar best wel eiken zie die vol vruchten zitten maar die staan bijna steeds aan de kanten van wegen waar ze deels het rijk alleen hebben, veel zon vangen en misschien ook wel in vochtiger bodem staan.

Het Drents Landschap zet veelal Schotse hooglanders in voor de begrazing van haar natuurgebieden. Hier lijkt een jong dier haar of zijn moeder te begroeten; het kwam heel enthousiast aanlopen, wat een aardig gezicht was.

Hooglanders leggen misschien wel de meest fotogenieke drollen die er zijn. Ik vind ze tenminste prachtig, die flatsen die boven op elkaar terecht komen en een sierlijk geheel vormen. Het zijn fantastische mestbollen voor de bodem en het is leuk om er een beetje in te prutten en te zien wat er allemaal in leeft. Het zal je verbazen hoeveel dat is. Vies? Welnee, met een stokje kun je de uitgedroogde plakkaten prima omkieperen. Wij vonden er heel veel larven in die op kleine emelten leken. En ook mooie kleine kevertjes die snel wegkropen omdat ze het plotselinge licht niet velen konden. Hoop doet leven!

Bruinrode, rode of vuurrode heidelibel, dat kun je van een afstandje niet vaststellen, vooral de kop moet aan alle kanten bekeken worden om te zien welke het is. Maar ze gaan graag zitten op lichte kleuren en dan kun je net zo goed op zo'n hooglandervlaai gaan zitten opwarmen in de zon. Of we ook nog veel beestjes zagen - en daar zoeken we altijd naarstig naar- zal ik morgen laten zien.

26 september 2018

Op een oude respectabele beukenstam zag ik opeens deze mooie Porseleinzwam (Oudemansiella musida). Het zijn zeer fotogenieke paddenstoelen wanneer ze mooi wijd uitgegroeid zijn. De zwam groeit zowel op levende als dode stammen en meestal op Beuk. Op een levende Beuk wordt hij niet graag gezien want meestal is dit een teken dat het met de boom niet goed zal aflopen op den duur.

Tussen de door zwijnen omgewoelde bodem had zich toch nog een plant staande weten te houden: de Doornappel (Datura stramonium) die toevallig ook nog een prachtige bloem had. Het is een lid uit de nachtschadenfamilie, behoorlijk giftig dus.

Bij sommige bloemen moet je even een handje helpen zodat je er in kunt kijken. En dat ziet er bij de Doornappel heel mooi uit. Meestal zijn de bloemen wit maar soms lichtpaars. Na de bloei ontstaat er een stekelige doosvrucht die vol zwarte zaden zit. Doornappel staat graag in omgewerkte aarde dus hier hadden de zwijnen goed werk verricht voor deze plant.

25 september 2018

Een paar tientallen meters achter ons huis ligt het bos van de Veluwezoom. Het gedeelte dat ons toegang geeft tot dat gebied is het bos van Twickel: de Hof te Dieren. Tot een paar jaar geleden zag je tussen de bosbessenvegetatie meestal wel een paar herten lopen. Nu zien we ze nog heel weinig. Wat daarvan de oorzaak is weet ik niet zeker maar boze tongen merken wel eens op dat het ligt aan het beleid dat hier gevoerd wordt. Men houdt hier niet zo van die grote grazers die soms de bast van bomen knagen en jonge aanplant verwoesten. De bosbessenvegetatie ligt er mooi bij maar ook dit jaar kwamen er geen vruchten aan de stuikjes, ditmaal vanwege de langdurige droogte.

Dit bosgebied bestaat overwegend uit beukenbomen. Niet alle beuken hebben hier vrucht gedragen, het is maar net waar je loopt. Er liggen veel napjes op de bosbodem maar het viel me op dat die voor een deel nog gesloten waren en dat lang niet alle goed gevuld waren. Langs sommige beukenlanen waren helemŠŠl geen nootjes te zien.

Af en toe kom je ook wat eikenbomen tegen langs de bospaden. Dit najaar hebben die geen eikels voortgebracht. Er wordt volop bericht in de media dat de mast dit jaar ondanks de droogte  geweldig is maar hier in dit bosgebied is dat niet te zien. Het zal wel liggen aan de vruchtbaarheid op dit stukje zandgrond die niet al te best is. Anders zou ik het niet weten.

De zwijnen zijn al enorm aan het wroeten. Langs alle paden vind je diep ongewoelde grond waar de dieren op zoek waren naar voedsel. De zwijnen hebben een heel zwaar jaar achter de rug. Al vroeg in de vorige winter leden ze honger vanwege het gebrek aan eikels en beukennoten. De jongen stierven bij bosjes en de zeugen waren er in het voorjaar slecht aan toe. Toen volgde een lange droge zomer waarin ze voedselgebrek hadden en dorst leden en daardoor te weinig melk hadden voor de biggen. Intussen worden ze alweer bejaagd. Wandelaars vinden het jammer dat we de dieren met hun jongen hier nog zo weinig in het bos tegenkomen. Jarenlang was dat anders en iedereen vond het prachtig.

Naar verwachting waren er nog niet veel paddenstoelen en of die er nog zullen komen zullen we moeten afwachten. Een flinke plens regen af en toe zal niet genoeg zijn, de bosbodem is nog steeds droog en dat is slecht voor de zwamvlokken van de paddenstoelen. Langs een pad vond ik deze piepkleine bekerzwammetjes. De bekerzwammen vormen een grote familie met allerlei formaten; van een millimeter tot wel vijftien centimeter doorsnede. Ze kunnen allerlei vormen hebben, van platte schijfjes tot prachtige gegolfde bekers of kelken. Het was een wat een saaie wandeling, het bos leek zo levenloos. Vogels waren er nauwelijks te horen en geen dier heb ik gezien.

24 september 2018

Allereerst even iets rechtzetten: gisteren schreef ik over een sneeuwklokje tussen de bloemen van de Herfsttijloos. Van twee kanten werd ik er op gewezen dat dit fout was en dat het witte bloempje een heel klein exemplaar van de Herfsttijloos moest zijn. Ik zag het voor het eerst toen ik de foto op de pc zette en dacht meteen aan een dubbelbloemig sneeuwklokje zoals we die ook in onze tuin zien. De "bezwaarmakers" hebben het gelijk aan hun kant. Dank voor de reacties want zo blijft het natuurdagboek kloppend.

De lucht zag er vanmorgen als herboren uit, vergeleken bij die van gisteren en mooi scheen de zon op de verkleurende stokoude krentenboom in de tuin. Die is de 50 jaren al gepasseerd en elk jaar zie ik met zorg hoe zijn stam en zijn takken daaronder te lijden hebben. Ik wil hem niet missen want het is de verblijfplaats en landingsplek voor vogels. Om ons heen wordt zoveel gekapt om ruimte te maken voor het licht, ten behoeve van zonnepanelen, vanwege de "troep", dat je zelf zoveel mogelijk opgaand groen juist wilt behouden.

Het was gisteren een flinke plens water die uit de lucht kwam vallen, het ging hier de hele dag door. Niets is zo deprimerend als een gestaag vallende bui die uit de zwaar beladen wolkenlucht blijft vallen, uur  na uur. Toch zag ik met genoegen hoe de schalen en de bakken zich vulden want de bodem is nog steeds veel te droog. Op sommige plaatsen staan zelfs de beddingen van riviertjes droog. Eigenlijk moeten er dus nog veel meer van die natte dagen volgen, maar dan wel graag beurtelings met dagen die droog en zonnig zijn. Dat is het ideale scenario om een goed humeur te bewaren. 

Door het geweld van forse buien en veel wind werden de vruchten van de Plataan uit de bomen geslagen. Soms hangen ze in het voorjaar nog aan de takken, wanneer het nieuwe blad al verschijnt. Of  gedurende de winter, bedekt met een laagje sneeuw en dat is een mooi gezicht.

23 september 2018

Vandaag begint de herfst, zo laat de kalender ons weten, het seizoen van neergang en inkering. De meteorologische herfst is al aan het begin van de maand begonnen maar ik houd de kalender- of astronomische datum aan. Een stukje nostalgie,  zo leerde ik het vroeger op school: de seizoenen beginnen op de 21ste, behalve de herfst die start op de 23ste. Dit mooie blad is van de Wonderboom (Ricinus) die ik in het voorjaar gezaaid had. Wordt bij bomen en struiken het bladgroen door stam en takken teruggehaald en bewaard tot volgend voorjaar. Hoe meer het overheersende groen (chlorofyl)  verdwijnt, hoe meer de herfstkleuren - die eigenlijk de echte kleuren van het blad zijn - zichtbaar worden. Een wonderlijk en ingenieus proces dat de herfst tot een uniek seizoen maakt.

De laatste mooie nazomerdag van de afgelopen week was ik met mijn tuinclub in de tuinen van Piet Oudolf die dit jaar voor de allerlaatste keer te bezichtigen waren.  Daar zag ik tussen een dichte beplanting een pol Herfsttijloos (Cholchitum autumnale)  staan. Niet de originele maar de  dubbelbloemige Waterlily want met alles wat groeit en bloeit wordt door kwekers geŽxperimenteerd; geld moet immers rollen. Maar kijk eens heel goed naar deze foto: er staat een bloeiend sneeuwklokje tussen. Dat is pas echt bijzonder!  Overigens zag ik in die enorme tuin die weliswaar al behoorlijk op z'n eindje liep, slechts ťťn vlinder: een Klein koolwitje. Dat was minder leuk. (* Zie het bericht over de "sneeuwklok" hierboven)

Uit een grote Kastanjeboom in Hummelo vielen de kastanjes al dan niet nog opgesloten in de bolster, massaal naar beneden. Bij het terras van restaurant de Gouden Karper aldaar stond een bordje met de tekst: betreden op eigen risico. Dat hebben we maar niet gedaan want je zult maar een bolster met die gemene stekels op je hoofd krijgen of voor je in de mosterdsoep zien ploffen! Ook hier weer een boom die massaal vrucht gedragen had.

Onder elke Boomhazelaar in mijn dorp ligt de stoep overvloedig bezaaid met noten en ik zag er menigeen de vruchten verzamelen. Ook ik neem elk jaar een tas vol mee naar huis. Handig als ik onverwachts wat hazelnoten nodig heb maar ook prettig voor de bosmuizen, kauwen, roeken en kraaien die de harde noten probleemloos kraken. Het is leuk om ze aan het eind van de winter, als de honger nijpend wordt, uit te strooien op de grasveldjes in de buurt.

Bij onze buurman in de tuin staat een Hulst die ik nog nooit zo vol heb zien hangen met vruchten. De buurman houdt niet van die boom omdat hij telkens de nare scherpe bladeren die er de hele zomer afvallen, van zijn gazon moet halen. Gelukkig laat hij hem wel staan, ik heb hem overtuigd van het nut dat al die bessen hebben voor onze merels en lijsters en de wintergasten uit het hoge Noorden hier komen overwinteren. Tenminste, als die komen want in de vogelwereld is de stand van zaken niet best. Dat was de hele zomer te merken.

naar boven