Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Winter 2018-2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

16 maart 2019

Aan tafel de krant lezen en af en toe naar buiten kijken, geheel onwillekeurig, zo gaat dat elke dag. Opeens zag ik in de Klimhortensia een muis die het voorzien had op de zonnebloempitten in een heel oud ruifje. Telkens pakte hij er een en rende een stuk omhoog waarna hij, op een dikke tak gezeten de het zaadje pelde en op at. Steeds heen en weer voor een enkel zaadje. Maar o jee, opeens zat daar een mus die hetzelfde voor ogen had. Alleen bleef die lekker zitten schranzen.... Zou ik hem kunnen wegjagen, dacht de muis.....

Maar de mus trok zich geen fluit aan van de muis die al maar om de hete brei heen draaide.....

Nadat hij zich een poosje had teruggetrokken deed de muis een nieuwe poging: op naar de zonnebloemzaden!

Oh jeetje, daar zat inmiddels een Groenling z'n buikje vol te eten en in de wachtrij zat een Putter. De muis werd er niet goed van.

Maar de aanhouder wint en uiteindelijk was hij degene die in het ruifje klom en er net zo lang bleef zitten eten tot hij zich voldaan voelde. Alleen z'n staartje was nog te zien. Mijn echtvriend snapt nooit dat ik dat allemaal waarneem. Ikzelf trouwens ook niet. Maar wat is het toch leuk om zulke natuurtaferelen zich voor je neus te zien afspelen.

15 maart 2018

Het kost me moeite het humeur op peil te houden; ik kan me niet herinneren wanneer we voor het laatst zoveel winderige regendagen achter elkaar hadden. Juist ook nu allerlei leuke bolletjes beginnen te bloeien die wij ter gelegenheid van het jubileum van onze tuinclub, bij verrassing kregen afgelopen herfst. Allerlei spannende namen hadden ze, stuk voor stuk heel bijzonder, dus vol verwachting keken we naar ze uit. Dit is de Crocus vernus "Vanguard", ik heb goed genoteerd waar al die bolletjes staan.

De meeste werden alweer platgeslagen, de krokussen hebben  eigenlijk veel te slappe beentjes om op te staan. De meeste krokussen vinden hun oorsprong in aangenamer streken waar ze zich beter op hun plaats voelen. Behalve dan weer de Krokus vernus, die groeit oorspronkelijk in Centraal-Europa. 

Een paar bolletjes die ik al eens eerder kreeg, stonden te zieltogen in een potje op de tuintafel. Er zaten knopjes in maar het weer weerhield ze ervan open te gaan. Ik besloot ze maar naar binnen te halen om te zien wat er tevoorschijn kwam. Uit blijdschap stonden de bloempjes binnen een half uur wagenwijd open. Het eerste dat in me opkwam was dat dit  een miniatuurtulpje moest zijn maar voor hetzelfde geld is het heel wat anders. De naam stond er niet meer bij. Hoe dan ook, het is een schattig kabouterachtig bolgewasje. Wanneer houdt die regen nu eens eindelijk op.....

14 maart 2018

Alweer een rainy day!!!

Er komt geen bal terecht van alle bollen die ik hoopvol plantte het afgelopen jaar.
De visioenen van een mini-keukenhofje spatten nu wel als een zeepbel uit elkaar.
De merel zit te druipen van de regen, de sijs valt niet meer op tussen het mos
dat aarde, stenen, grasveld overwoekert en menig spitsmuis werd er al de klos.
Ze stikten in het nat, alsook de pieren, heel eng en bleek liggen die terneer.
En ook de mensen onder paraplujen lopen te schelden op het weer.
De krokus die het toch probeerde werd op de eerste bloeidag al onthoofd,
het speenkruid houdt haar kelk gesloten alsof ze in het voorjaar niet gelooft.
En ik word miserabel van die regen, ik zit te gruwen in mijn vel.
Zal ik eerst nog lezen, of tv gaan kijken? 'k ga lekker slapen, ik geloof het wel!

13 maart 2019

De wind gaat weer behoorlijk te keer vandaag. De kauwtjes vinden het prachtig en dollen door de lucht, zo'n leuk gezicht. Andere vogels vinden maar moeizaam de balans tijdens al die grillige windvlagen. Dit Turkse torteltje lijkt op een nest te zitten maar niets is minder waar, het rust even uit terwijl de wind door zijn veren blaast.

Vandaag is het Boomfeestdag! Duizenden kinderen in het gehele land gaan jonge boompjes planten. De actie is bedoeld als educatief element in de natuuropvoeding. Maar iedereen die ook maar een beetje verstand van bomen heeft, weet dat dit niet de beste tijd is om een boom te planten. Het planten zou namelijk veel beter in het najaar kunnen gebeuren, wanneer de bomen volledig in rust gaan alvorens nog even te aarden in de nog warme herfstgrond. In het najaar geplant betekent een groeivoorsprong in de lente. Heel veel nu aangeplante jonge boompjes zullen doodgaan maar dat wordt op de koop toe genomen. De Stichting Nationale Boomfeestdag heeft bewust gekozen voor het voorjaar omdat het inplanten van boompjes dan gepaard kan gaan met  het thema "het ontwaken van de natuur", terwijl in de herfst de paddenstoelen al aan bod komen, zo staat te lezen op de website van de stichting. Tja, wat nu het méést educatief is, daar over kun je dus van mening verschillen.

12 maart 2019

De Roodborst weerstaat regen en wind en zingt omdat zijn lijfje hem aanspoort. Het is uiteindelijk voorjaar. Samen met de liedjes van Zwartkop en Merel vind ik dit de mooiste, het klinkt als een watervalletje van klanken. Man en vrouw zien er niet alleen hetzelfde uit, ze zingen ook beiden. Het verschil zie je eigenlijk alleen in de lente als de vogels een kortstondige verbintenis aangaan om nageslacht groot te brengen. Daarna is het weer bonje bij de roodborsten, ze velen elkaar niet. Door lichtvervuiling en lawaai van de mens blijkt de zang van de roodborst nogal beinvloed te zijn geworden. Een ecoloog van de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft al eens vastgesteld dat de vogel daardoor soms de hele nacht blijft doorzingen. Van koolmezen is bekend dat door dezelfde oorzaken er in de steden kleinere legsels zijn er minder vogels uitvliegen. Voor de roodborst is dat nog niet duidelijk geworden.

Het Speenkruid (Vicaria verna verna) begint langzamerhand op allerlei plekken te bloeien, al zij het ook dat dit nog niet met veel enthousiasme gebeurt. Het weer werkt niet mee, er zijn geen klanten om de bloemen te verlossen van hun stuifmeel en nectar dus slechts aarzelend gaan bij de weersomstandigheden van nu hun kelkjes open. Gelukkig kunnen ze zich ook nog vermeerderen door de speenvormige worteltjes onder de grond dus voor het Speenkruid is het weer geen spelbreker.

De Zanglijster (Turdos philomenos) die ik drie dagen voor het eerst weer hoorde zingen, zie ik nu regelmatig in de tuin. Ik had dat wel verwacht want hier liggen volop huisjesslakken en de lijsters zijn verzot op de inhoud. Elk jaar vind ik dan ook wel een smidse ergens in de tuin waar ze de huisjes kapot slaan. Degene die de klimop langs ons huis snoeit krijgt altijd de instructie om dat heel bescheiden te doen zodat er genoeg groen overblijft voor de mussen om in te slapen en vogels om in te broeden. Wie weet maakt de lijster er wel weer een nest.

Het Maarts viooltje (Viola odorata) is ook weer present in de natuur. De bloei welteverstaan. Het is allemaal vroeg en niet te stuiten. Het odorata in de Latijnse naam verklaart waarom dit plantje ook Welriekend viooltje heet. Het viooltje verspreidt zich door uitlopers en zaad maar is in het voorjaar voor de verspreiding van het zaad volledig van mieren afhankelijk. Elk zaadje heeft een heel klein aanhangseltje dat mierenbroodje heet waar de mieren dol op zijn, en doordat de mieren het verslepen, kan het Maarts viooltje zich zo goed verspreiden.

10 maart 2019

Vanmorgen voor het eerst de Zanglijster weer horen zingen, wat een verrukkelijk geluid is dat toch. Terwijl de regen een adempauze inlast, schallen luid en duidelijk zijn melodieuze strofen door de lucht. Telkens dezelfde tonen een paar keer herhalend.

Een van de dingen die ik zo leuk vindt aan tuinvlogels is dat ze je leren kennen. Dit vrouwtje is de partner van onze Winnetou, de man met de witte veer in z'n staart. Als ze rozijnen wil, maakt ze me dat duidelijk en als ik er mee buiten kom vliegt ze niet weg maar blijft zitten. Ik moedig dat gedrag aan door me heel rustig te gedragen. Het zijn niet alleen de roodborstjes die bij je komen als je in de bodem zit te prutten, ook merels geven je soms hun vertouwen.

Voor het eerst deze winter is er weer een paarjte Turkse tortel. Zowel deze als de Houtduiven zagen we opvallend weinig. Terwijl ik dit schrijf begint de wind stevig aan te wakkeren en de regen striemt venijnig tegen de ruiten. Wat kun je anders doen op zo'n dag dan naar de vogels kijken......

9 maart 2019

Het is zo jammer dat regen en wind de planten zo geselen. De crocussen krijgen niet eens de kans hun bloemen te openen, felle buien slaan ze medogenloos tegen de grond. Ik zag dat deze mooie Primula in bloei was gekomen, een zeer gewaardeerd cadeautje van een tuinmaatje.

De natuur doet volop haar best, al heel veel planten en struiken komen in bloei en de regen van de laatste dagen draagt daar flink toe bij. Alles schiet de grond uit, de krentenboom heeft dikke knoppen en het gras groeit alweer. De Pieris zit volop bloeiende takken; ik wil zo graag dat er weer een paar mooie dagen komen zodat we er wat meer van kunnen genieten...

In huis heeft deze Gewone huisspin het uitstekend naar de zin. De knoeperd heeft een plek in onze gang gevonden. Het is een soort die tot de trechterspinnen behoort maar een web kan ik niet ontdekken. Elke morgen als ik beneden kom, zit hij op een andere plek hoog op de muur nadat hij 's nachts op jacht is geweest. Deze beestjes behoren niet tot mijn favorieten al vind ik ze best mooi. Maar ik zal ze niet snel in de hand nemen, het vangen gaat meestal met een glas dat ik erover zet en een papiertje dat als deksel fungeert. Want doodmaken doe ik ze nooit, ik zet ze onverbiddellijk buiten de deur.

In het bos zijn de mestkevers al weer in the mood om zich te gaan voortplanten. Ik wil niet beweren dat deze kevers aaibaar zijn maar ze zijn wel fraai genoeg om te maken dat mensen ze oppakken om ze te bekijken. Hun glanzende schilden en hun prachtige paarse onderzijde zijn het bekijken meer dan waard. Al vinden mijn kleinkinderen ze toch een beetje eng vanwege hun hakerige pootjes die een beetje raar aanvoelen in je hand. Ik kan niet wachten tot de bomen in het bos gaan uitlopen, het is er momenteel onnoemelijk saai.

7 maart 2019

Hoewel het zeker niet koud is, beleven we wel woeste en onstuimige dagen. Wat een wind! Het bos kun je bij dit weer beter laten voor wat het is, wil je niet het risico lopen een tak op je hoofd te krijgen. Ik ben de laatste dagen niet op pad geweest, het was een goede gelegenheid om eens in huis orde op zaken te stellen. Tussendoor hield de muis me wel bezig.

Muizen zijn zo schattig om te zien, ik begrijp niet waarom mensen er zo'n hekel aan hebben. Ik had een langwerpig bakje neergezet waar ik zonnepitten in gedaan had. Het kostte heel wat klikken van de camera om de muis er goed op te krijgen, razendsnel schoot hij heen en weer, griste een pit mee en snelde terug naar de plek achter een paar bakstenen, waar hij ze verzamelde zodat hij ze rustig en ongestoord kon opeten.

Het is wel een poemeltje, zo te zien. Waarschijnlijk heeft hij of zij de hele winter het buikje vol gegeten met het graan dat door de vogels gemorst werd. Ik wilde dat ik hem even kon pakken en aaien over dat mooie bruine pelsje.....

2018 was een rampjaar voor de muizensoorten. Te heet en te droog. In 2013 was de eerste landelijke muizentelling en vorig jaar bleken er extreem weinig muizen te vinden. Op het boerenland had met name de Veldmuis het slecht.  Kerkuilen, ransuilen, torenvalken en kiekendieven ondervinden meteen de gevolgen van een lage muizenstand, er waren dan ook weinig jongen. Tellingen op de heide in Gelderland leverde het laagste aantal muizen sinds de telling op, en aan de Veluwezoom werd selchts een zesde van het "normale" aantal muizen aangetroffen.  Hopelijk zal de razendsnelle Speedy Gonzales dit jaar voor een succesvol nageslacht zorgen! Ik zal hem extra verwennen met een paar hazel- en walnoten.

2 maart 2019

We worden er allemaal blij van als we in het vroege voorjaar de eerste vlinders zien vliegen. Tijdens de warme dagen van vorige week waren er meerdere dagvlindersoorten te zien die uit hun winterrust waren gewekt door de hoge temperatuur.  Zoals deze Dagpauwoog. Maar de nieuwe Rode Lijst laat zien dat het over het geheel treurig gaat met de vlinderstand die in de afgelopen 25 jaar met 43% is afgenomen. En 37 soorten zijn gevoelig of bedreigd nu, terwijl er  slechts 29 soorten geen problemen hebben. 15 Soorten zijn geheel verdwenen uit Nederland. In met name natuurgebieden is de achteruitgang van bedreigde soorten tot stilstand gekomen door aangepast beleid. Enkele soorten zijn weer afgevoerd van de Rode Lijst uit 2006. Maar al met al schtetst het totaal een treurig beeld.

Dit muisje had honger en kwam vanmorgen af op de graankorrels van het vogelvoer. Zijn uiterlijk stelt mij voor een raadsel want is het nu een bosmuis of een veldmuis. Hij heeft de kastanjebruine kleur van de bosmuis, een lichte buik en de onderkant van het staartje is lichter dan de bovenkant. Staartje? Dat is veel te kort voor een bosmuis dus zou het toch een veldmuis moeten zijn want de kop is ook te stomp voor een bosmuis. Maar veldmuizen heb ik nooit eerder in onze tuin gezien, het zijn zoogdiertjes van het open gebied, van akkers, grasland, bermen en hoog gras waarin ze zich kunnen verschuilen.

De bosmuis heeft ook heel grote ogen en de oren zijn ook groter, al zijn die van de veldmuis ook niet te missen. Maar dat verschil in staartlengte....., zou de muis van vanmorgen een stuk ervan zijn kwijtgeraakt? Zal ik het maar houden op een onverwachte Veldmuis met een bruin bosmuizenkleurtje?

Tenzij ik nog een duidelijker foto van onze recente bezoeker kan maken die anders aangeeft. Maar eigenlijk hoeft dat niet eens meer, deze helaas onscherpe foto levert het bewijs: Veldmuis. Of toch ook niet? Het is de Rosse woelmuis (Myodes glareolus). Die past ook meer in deze bosrijke omgeving. Het is ongelooflijk hoe snel muizen kunnen rennen; als een raket vloog de muis aldoor vanonder de tuinbank naar het voer en weer terug. Het voelde niet veilig in het volle daglicht en zo zichtbaar....

1 maart 2019

Ze geven het op, de sneeuwklokjes, het is opeens zo koud geworden dat ze de blaadjes niet eens meer kunnen dichtvouwen. En misschien ook is het stuifmeel al geleverd aan een bij of hommel. Het ziet er wat dramatisch uit, alsof ze zich nu maar overgeven aan de elementen. Ik hoorde in de voorbije week de buizerds weer mauwen en zag ze zweven op de thermiek, de zwarte en de bonte specht weer roffelen, de lijster zingen en in onze krentenboom de Tjiftjaf z'n herkenbare liedje weer ten gehore brengen. Nu maar even wachten tot dat allemaal weer verder gaat.

Op de laatste dag van februari werd in Friesland het eerste kievitsei van dit jaar gevonden. Nog nooit eerder was dit in februari gebeurd. Maar wel twee dagen daarvoor in het jaar 1998, dus dit record kan ook de boeken weer in. Of moeder Kievit haar eieren succesvol uit zal broeden moet nog bewezen worden maar de jonkies die er wellicht uitkomen wacht de hongerdood. Het is nog veel te vroeg voor de pullen, het gras om in te schuilen moet nog gaan groeien en de insecten zijn er ook nog niet. In principe heeft een Kievit één broedsel maar na een mislukking probeert de vogel het soms nog een keer.

Fruit ligt vaak in de schappen verpakt in plastic. Ik kocht een paar peren die naar niets smaakten, wat geen wonder was want ze waren van vorige zomer en lagen dus al een lange tijd in de koelcel. Onder het plastic zag ik deze Rode fluweelmijt kruipen, zou die al die maanden overleefd hebben? Het plastic zat er toch echt stevig omheen. Een mijt is geen spin maar behoort wel tot de spinachtigen. Ze leven van spint en bladluizen, die zijn er niet. Ik heb hem toch maar losgelaten in de tuin. De nymfen leven van bloed van andere dieren. De volwassen mijt is slechts een paar millimeter. Als je hem onder een vergrootglas zou leggen zou je zien dat het beestje een rode beharing heeft.

In het bos liepen in de verte zowaar drie reeën die op de dorre bosbodem alleen maar opvielen door hun spierwitte spiegels. Door de cameralens zo ver mogelijk uit te draaien, zag ik dat het twee geitjes en een bokje waren. Tussen de bomen waren ze niet te fotograferen maar toen ik snel naar een pad liep waar ze leken te gaan oversteken, bleef de bok een paar tellen staan voor hij verder draafde. In de winter is hun vacht grijzig, hetgeen ze een goede bescherming biedt. In de zomer worden ze weer mooi roodbruin. Ik kan me niet eens herinneren wanneer het was dat ik voor het laatst wild in het bos gezien had. En dat is de ervaring die ik deel met iedereen die ik er naar vraag.

28 februari 2019

Vlogen de Citroenvlinders (Gonepteryx rhamni) gisteren nog vrolijk rond, vandaag zijn ze weer teruggekropen in hun schulp omdat ze merkten dat de lente te voorbarig haar intrede had gedaan. Nu februari weer wat duidelijker op de kaart staat is het voorlopig even uit met de pret. Ook de honingbijen houden het weer even voor gezien bij de lagere temperaturen.

Ik zag het eerste Longkruid (Pulmonaria) weer bloeien in de tuin, dat blauw en geel van het voorjaar maakt dat ik me meteen weer een stuk behaaglijker ga voelen na die lange grijze wintermaanden.

Er zullen vast plekken zijn waar de narcissen (Naarcissus) al veel eerder bloeiden maar de kleintjes staan nu bij ons te pronken met hun gele kelkjes. Standplaats en zonlicht zijn meestal bepalend. Als je die fleurige blommen ziet staan kun je je bijna niet voorstellen dat ze in bloem en bol gif bevatten. Lycorine heet de soort gif; bloemisten en telers krijgen er wel eens last van in de vorm van huidaandoeningen. Er is geen reden hierom de narcis uit de tuin te weren, de meeste mensen weten niet eens hoeveel giftige soorten er onder onze tuinplanten zijn.

De dag, die zo zonnig begon is in de loop van de middag grijs geworden en ook kil. Voordat de voorspelde regen komt heb ik nog even deze prachtige krocussen (Crocus) gefotografeerd. Inmiddels hebben hun bloemblaadjes zich gesloten om het stuifmeel te beschermen. Er zijn talloze kweekvormen van krocusbollen, en ook in allerlei kleurschakeringen. Onder een grote berkenboom heb ik in het afgelopen najaar een plekje gemaakt waar ik diverse soorten gepoot heb, samen met dubbelbloemige sneeuwklokjes waar insecten niets aan hebben, en het gangbare sneeuwklokje ter compensatie.

De Winteraconieten (Eranthis hyemalis) staan er ook, die kunnen heel slecht tegen droogte dus moet ik er wel aan denken af en toe de grond onder de berk te begieten want ik wil die leuke voorjaarsboden niet kwijtraken. Om ze telkens terug te laten keren is het op zandgrond aan te bevelen wat kalk of kleimineralen in de vorm van bentoniet onder te harken. Wat extra humus stellen ze ook zeer op prijs. De aconietjes vermeerderen zich als ze het naar hun zin hebben zowel door knolletjes als door zaad. Hoe meer je zo'n groeiplekje met rust laat, hoe beter ze zich uitbreiden. Onder onze berk kunnen ze dus rustig hun gang gaan.

26 februari 2019

De warmste dag ooit in een winter gemeten, de natuur staat op haar kop. Voor de vlinders en de honingbijen is dat niet zo'n ramp aangezien er voor hen genoeg te eten is. Rondom de heide die al wekenlang bloeit zoemt het dat het een lieve lust is. Iedereen zou een paar pollen in de tuin moeten zetten. Ook de vlinders foerageren er op.

Hetzelfde geldt voor de sneeuwklokjes, honingbijen doen zich volop te goed aan de nectar. De korfjes aan hun poten zitten boordevol.

Vanmiddag zag ik dat ook de Gele kornoelje (Cornus mas) alweer bloeit. Deze aantrekkelijke struik - die je tot een boom kunt laten uitgroeien - is oersterk. Hij groeit bijna overal al heeft hij een voorkeur voor de kalkrijke bodem. De Kornoelje kan tot 100 jaar oud worden. De bloemen bestaan uit tot wel vijftien afzonderlijke bloempjes waarvan de meeldraden er bovenuit steken. Echt een soort om in het vroege voorjaar blij van te worden. Eigenlijk bloeit de Kornoelje veel te vroeg, de bloempjes zijn meestal uitgebloeid tegen de tijd dat de bijen gaan vliegen. Nu de temperatuur weldra weer terug gaat naar min of meer normale waarden zal dat ook wel zo zijn.

Toch is het niet  leuk voor alle dieren die momenteel in de winter actief zijn geworden. Zo hoorde ik dat de egels die door de hoge temperatuur uit hun winterslaap gewekt zijn, verhongeren doordat ze geen voedsel kunnen vinden. Er werd gesproken over graatmagere kikkers en lieveheersbeestjes die geen bladluizen kunnen vinden. Vanmiddag fotografeerde ik deze Muurwesp (Ancistrocerus spec) die in elke tuin wel voorkomt. De soort nestelt in spleten en gaatjes van gemetselde muren, schuren enzovoort en maakt ook vaak gebruik van insectenblokken. De wesp jaagt op de kleine rupsen van nachtvlinders en metselt die tesamen met een eitje een voor een  in de cellen die ze in het metselwerk maakt. Maar ook de rupsjes van de nachtvlinders zijn er nog niet. Het is dan ook uiterst ongewoon dat deze Muurwesp momenteel vliegt, het normale tijdstip is vanaf april.

24 februari 2019

Toen ik de ramen weer eens wilde zemen zag ik een intact spinnenweb voor een van de ruiten hangen. Hoe kan dat nu zo ongeschonden de winter hebben overleefd, schoot door me heen. Maar de lente in februari houdt ook sommige spinnen voor de gek. Niet alle spinnen gaan dood in de herfst; we kennen dat natuurlijk van o.a. de Kruisspin die haar eitjes warm verpakt in een spinsel en dan zelf doodgaat. Andere spinnen kruipen weg tussen het dorre blad of andere plekjes maar worden wel inactief omdat er immers in de winter bijna niets te eten is. Boven de tien graden worden deze spinnen weer actief, er vliegen dan weer wintermuggen en allerlei vliegjes rond. In deze zeer milde winter werden er zelfs webbouwende kruis- en venstersectorspinnen gezien. Het webje voor ons raam was niet onbewoond, zo zag ik. Toen er een piepklein vliegje in terecht kwam, snelde er een kleine grijze spin naar toe, greep de prooi en verdween weer tussen de klimop.

Op een appel die door de merels versmaad werd, zag ik een minuscuul vliegje rondkruipen rondom de pitjes. Door de macrolens zag ik dat het een van de wenkvliegjes (fam. Wappervlieg) was. Die zien er zo grappig uit als ze wapperend met hun vleugeltjes rondlopen. Dat wapperen is bedoeld om vrouwtjes te lokken: kijk, hier ben ik. Maar of dat nu al het geval was? In ons land komen 27 verschillende wenkvliegjes voor.

Langzamerhand  zien we wat meer groenlingen verschijnen en rondom ons hoor ik het gezellige geknerp dat ze voortbrengen. De Groenling (Chloris chloris) is een zeer algemene vinkensoort, soms volgen de twee legsels elkaar zo snel op dat het mannetje nog even voor de pas uitgevlogen jongen blijft zorgen terwijl het vrouwtje al met haar vervolgnest bezig is. Groenlingen zijn overwegend standvogels, in de winter worden de populaties aangevuld met vogels uit Noord-Europa. Deze beginnen weldra weer aan de trektocht naar hun eigen broedgebieden. Het blijft toch merkwaardig dat we de groenlingen tot nu toe in deze winter niet zagen. Ze zijn zeer gevoelig voor Het Geel, zoals recent al gemeld bij de zieke groenling die in de tuin zat.

22 februari 2019

Nu het zulk lenteachtige weer is krijg je als tuinliefhebber sterk de neiging eens even buiten stevig aan de slag te gaan met het wegharken van blad uit de borders, het afknippen van dode plantenstengels en het snoeien van struiken. Toch maar niet doen, het is nog winter, er komen nog nachtvorsten en het herfstblad vormt juist een bescherming voor de zich ontwikkelende planten. Ik zag dat het Zevenblad er als de kippen bij is om zijn woekerende wortels alweer aan te zetten tot het maken van nieuwe blad en nieuwe uitlopers. Die haal ik er wèl uit want weg = weg!

De bijzondere waarnemingen buitelen over elkaar heen bij deze halfzachte winter. Zo laat de natuurkalender weten dat er in de afgelopen dagen tientallen meldingen kwamen van de Kolibrivlinder (Macroglossum stellatarum). Een zuidelijke soort die zich als gevolg van de opwarming van het klimaat steeds meer naar het noorden uitbreidt. Deze vlinder kan een temperatuur aan van min 10 graden. Het zijn geweldige waarnemingen maar tevens een teken aan de wand.

De Kraanvogel (Grus grus) doet het prima in ons land en hun aantallen worden elk jaar groter evenals broedgevallen. Ik ken deze vogels alleen van hun geluid, als wij aan het Franse Lac St. Crox kampeerden. Gisteravond laat zette ik het raam van onze slaapkamer open en recht boven mij hoorde ik een groep kraanvogels door de nachtelijke lucht vliegen. Mijn hart maakte een sprongetje bij het horen van de geluiden die mij hun aanwezigheid verraadden. Met een verzaligd gevoel viel ik in slaap. Het was 23.10 uur en de vogels vlogen richting noordwest.

Kraanvogels broedden in ons land voor het eerst in 2001 in het Fochterloërveen. Het Dwingelderveld volgde als tweede gebied en nuu wordt deze fantastische vogel ook al in het westen gezien. De Kraanvogel is verweven met allerlei symboliek.  Zo is er een Japanse filosofie  dat je een wens in vervulling kunt laten gaan als je 1.000 papieren kraanvogels vouwt.

Ik zag dat op mijn volkstuin het eerste blad van de Rabarber alweer boven de grond piept. Zo'n blad breekt los uit de knol als een verfrommeld vodje en spreidt zich langzaam uit tot een fors oppervlak bovenaan een rode steel. Heel leuk om te volgen. Wie geen volkstuin heeft, zou zo'n pol Rabarber heel goed langs de vijver kunnen zetten. Eigenlijk zou je je tuin best kunnen larderen met allerlei leuke groentesoorten. Mocht ik op een dag besluiten de volkstuin eraan te geven, dat ga ik dat zeker doen: paars bloeiende bieslook, donkerrood blad van de bietjes en in de herfst een paar doorschietende slaplanten vol gele bloempjes waar insecten dol op zijn.

20 februari 2019

Gisteravond was toch nog de volle maan zichtbaar die met veel bombarie was aangekondigd als "supermaan, ijsmaan, sneeuwmaan". De maan stond nu op de meest kleine afstand tot de aarde en het zou tot 2043 duren eer dit weer zo was. Nou, dat zal ik dan niet meemaken, dus toch maar even gekeken. De bijnamen ontleent de maan aan de intensiteit van het licht dat hij weerkaatst en dat hij zelf krijgt van de zon. Ik vond het nogal tegenvallen, zag behalve de felheid van het licht nauwelijks verschil met andere avonden met volle maan. Ik hoorde iemand zeggen dat je de super maan alleen maar als "supergroot" ervaart bij de zee als hij opklimt boven de kim.

De berkenbomen die veel in onze omgeving staan, zien er vooral mooi uit als ze afsteken tegen een helderblauwe lucht en nog meer als ze door de avondzon beschenen worden. Omdat ze zo hoog worden zitten vogels als kauwen, eksters en duiven bijna altijd in de toppen van de bomen.

Met merel Winnetou heb ik intussen een zekere band gekregen. Hij heeft geleerd dat ik te vertrouwen ben en vooral dat ik een bron van voedsel ben. Hij weet ook hoe hij die bron moet aanboren: zacht klokkend zit hij op de pergola en om hem niet teleur te stellen ga ik dan naar buiten en strooi wat rozijnen op de tuintafel. Hij wacht niet tot ik binnen ben, maar bij mijn eerste stappen richting keukendeur vliegt hij al op tafel. Dat was in het begin anders. de merels die aan het begin van de winter opeens weer in de tuin verschenen, waren volgens mij vogels die daarvoor in het bos verbleven. Ze waren ontzettend schuw en vlogen meteen weg zodra iemand zich buiten vertoonde. Hopelijk blijft het akelige ususuvirus zich koest houden en kunnen de merels zich dit jaar weer probleemloos voortplanten.

Onze "wintermerels" hadden geen enkele interesse in de appels die ik buiten neerlegde. Dat was ongewoon, elke voorgaande winter werden die met graagte gegeten. De klimop langs onze huismuur zit ook nog vol bessen die niet gegeten werden/worden. De merels hebben er geen belangstelling voor en duiven die ze doorgaans verorberen zijn er ook al niet dit jaar.
En zo begint deze dag met wat hap-snap waarnemingen.

19 februari 2019

We beleven gedenkwaardige dagen! Een absurd hoge temperatuur brengt het natuurlijk leven volkomen van slag. Mussen zijn al aan het nestelen, eksters trekken takjes uit de bomen voor hetzelfde doel en deze merelvrouw verzamelt tussen de sneeuwklokjes materiaal dat ze gebruiken kan voor het nest dat ze aan het bouwen is. Ook nog in onze eigen conifeer en dat is op zich leuk na het rampzalige einde van uitgevlogen jonge mereltjes die onder mijn ogen doodgingen  doordat de merelvrouw niet meer verscheen en de man er de brui aan gaf. Maar dit is absoluut geen tijd voor jonge mereltjes om geboren te worden want er is geen voedsel. Ze moeten worden vetgemest met rupsen en die zijn er nog lang niet want eerst moet er blad aan de boom komen.

Vandaag is er bij de sterke wind en lagere temperatuur geen hommel of bij te zien. Dat was gisteren wel anders. Ik hoorde in de tuin het donkere gebrom van deze Aardhommel (Bombus terrestris) die onder de bloemen van de geurende kamperfoelie (Lonicera fragrantissima) hing. Deze soort is herkenbaar aan het witte kontje. De koninginnen hebben de winter doorgebracht in meestal een ondergronds holletje. Over een paar weken moeten ze een broed voortbrengen en daarvoor is veel stuifmeel nodig om in goede conditie te geraken. Een hommelvolk is eenjarig, aan het eind van de voortplantingcyclus bestaat het uit ongeveer 200 - 250 exemplaren. Net als bij wespen blijft alleen de koningin in leven om het volgende jaar weer een nieuw volk te stichten. Een koningin is een zorgzame moeder, ze regelt zelfs de juiste temperatuur in het nest door haar vleugels als een soort ventilator te gebruiken als het te warm wordt of op het broed te zitten als het koud is. Helaas wilde de homel niet duidelijker poseren, ze had wel wat anders aan haar hoofd.

Er zijn toch best veel planten, struiken en bomen die in deze tijd van het jaar bloeien. Dit is het struikje met de naam Vleesbes (Sarcocossa). Het is goed winterhard, groenblijvend en nu staat het in bloei. De geur die de bloemen verspreiden is heerlijk en daarom komt de Vleesbes het best tot z'n recht op een plek waar je regelmatig langsloopt. Voor- of achterdeur bijvoorbeeld.

Vandaag hoeven we niet te rekenen op een mooie zonsondergang, de lucht wordt weer meer en meer grijs bewolkt naarmate de dag vordert. Maar de afgelopen tijd zag ik meermalen de hemel pastelkleurig worden toen de zon begon onder te duiken. Ik vond het een mooi gezicht. Jammer dat we bij deze bewolking de superheldere "ijsmaan" niet zullen zien. Die staat tegen achten het dichtst bij de aarde.

18 februari 2019

De eerste ereprijsbloei van dit jaar zag ik zondagmiddag op de volkstuin waar ik eens even een kijkje ging nemen na de winter. Het was het enige bloempje dat ik er zag bloeien maar dat is niet vreemd natuurlijk op 18 februari! Het is de algemene soort Akkerereprijs (Veronica agrestis). Die "eerstelingen" zijn elk jaar weer zo leuk om  te vinden, ze hebben gewoon een streepje voor op de rest. Dat velen van ons er zo naar verlangen heeft alles te maken met het voorgaande seizoen van rust en stilstand.

Vorige zomer passeerde er een buurtgenoot die takken Rozemarijn (Rosmarinus officinalis) in zijn armen had. Wilt u er een, vroeg hij vriendelijk. Ik nam dankbaar een tak van hem aan en heb die meteen verdeeld in stekken die het uitstekend bleken te doen. In de herfst heb ik ze in mijn buitenkasje gezet om ze te beschermen tegen de winter. Tot mijn verbazing zag ik bij het boodschappen doen dat op het winkelplein in ons dorp meerdere struiken Rozemarijn in volle bloei stonden. Opzienbarend hoor, in de winter.  En ik maar denken dat de plant niet tegen koude en vorst kan, het is immers een plant die haar oorsprong heeft in Zuid-Europa. De bloempjes waren nu wel heel klein en ook aangetast door de nachtvorsten maar ik heb een klein takje meegenomen om het in huis meer tot z'n recht te laten komen, knopjes zaten er nog genoeg in.

17 februari 2019

Vrouw Zwartkop heeft het naar haar zin in onze tuin. Samen met een vinkenvrouw zit ze lekker te badderen in een simpele zelf gefabriceerde ronde betonnen bak die ik eens kreeg van een tuinmaatje. Vanuit huis kan ik genieten van alle vogels die daar even lekker komen poedelen. Op deze zonnige lenteachtige dagen is daar veel belangstelling voor. Maar we leven wel boven onze stand hoor, je zou bijna vergeten dat het pas half februari is.

Aha, vandaag zomaar weer eens een Groenling. De tweede pas in deze winter terwijl ze altijd volop aanwezig waren in andere jaren. De vorige die ik zag was ziek, deze gelukkig gezond.

Dit is het toppunt van "balen". Voor het eerst in vijftig jaar was er gisteren, tegen het vallen van de avond een Goudhaantje in de tuin. Bij de vijver ging hij zitten drinken. Maar het was al na half zes en er was te weinig licht voor een foto en ook zijdelings door het dubbelglas fotograferen staat garant voor mislukking. Ik hoor dit kleinste vogeltje wel vaak in het bos maar nog nooit kreeg ik er een voor de lens. En nu verschijnt er nota bene zo'n hummel in onze tuin en zijn de omstandigheden er niet om hem op de kiek te zetten. Een uur lang was ik er humeurig van.

15 februari 2019

Er zijn veel verschillende crocussen die door veredeling tot stand kwamen. Dit is de vroegst bloeiende die in onze tuin staat. Jaren geleden gekregen, elk jaar vermeerderen ze zich. Echt geweldig zulke grote plekken vol heerlijk paars.

Belangrijk ook voor de eerste bijen die het stluifmeel verzamelen. En dat is volop voorradig. Ik zag ook een bij in de sneeuwklokjes kruipen, het is nog niet gelukt dat te fotograferen.

Het is de eerste vliegdag van de bijen en het lijkt wel of ze nog even in conditie moeten komen. Net als ik, nu ik weer aan de slag ben gegaan in de tuin. Van tijd tot tijd zitten ze uit te puffen op een blad nadat ze aan verzamelen zijn geweest. Poten en snoet, alles zit vol stuifmeel.

Vandaag ook de eerste Citroenvlinder gezien.  Het moet wat onwennig zijn voor zo'n vlinder die maanden in winterrust gezeten of gehangen heeft en door de heerlijke temperatuur weer tot leven werd gewekt. Vannacht zal hij weer wegkruipen, wanneer de temperatuur drastisch daalt maar de eerste vlucht van dit jaar zit er tenminste alweer op.

Grote zwermen heel kleine vliegjes dansen op en neer bij dit mooie weer. Ik kon er een vereeuwigen toen hij op het vensterglas ging zitten.

12 februari 2019

Opnieuw wordt er alarm geslagen over de bedreigende voortgang van de insectensterfte. Als die in het huidige tempo door zou gaan, zou dat betekenen dat over 100 jaar geen insect meer zou rondvliegen. Dat zou een ramp betekenen voor onze voedselvoorziening die grotendeels afhankelijk is van bestuiving door insecten. In China is men er al toe overgegaan om mensen in de amandelbomen te laten klimmen om handmatig voor bestuiving van de bloesems te zorgen. Hoe treurig allemaal en wat doen wij onze achterkleinkinderen aan! Overbemesting, vermindering van biotopen, gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden als oorzaken gezien. Plus natuurlijk de klimaatverandering. Toch blijf ik mij maar afvragen wat de electromagnetische straling, alsmede de luchtverontreiniging veroorzaken in de lijfjes van al dat kleine insectenspul.
Meer: https://www.theguardian.com/environment/2019/feb/10/plummeting-insect-numbers-threaten-collapse-of-nature

Februari is een goede tijd om mossen te bekijken. Het Rood bekermos (Cladona coccifera) staat er plaatselijk fraai bij op heidegronden. Ze bloeien niet maar vormen zogenaamde apotheciën, sporenvormende vruchtlichamen. Een korstmos, waar het hier om gaat, groeit bij de gratie van de symbiose tussen de schimmel en een alg. Feitelijk kan deze schimmel niet zonder de alg maar omgekeerd is dat wel het geval. Dit bekermos staat bekend in ons land als "algemeen" maar zelf neem ik in mijn omgeving waar dat het behoorlijk achteruit gaat.

In het gras langs de weg zag ik vandaag een viooltje staan. Het viel me meteen op vanwege de zachte, vriendelijke kleuren terwijl het toch venijnig waaide en nog ochtendkoud was. Ons hele dorp lijkt wel vol te staan met de paarse crocussen    en in sommige tuinen bloeien al winteraconietjes, maar dit ene eenzame en dapper bloeiende viootje op 12 februari vond ik toch het mooist. Misschien ook wel doordat het zo onverwachts is.

........ al moet ik toch toegeven dat die paarse crocus Thommassinianus meteen hartveroverend wordt zodra de zon gaat schijnen. De kelkjes worden onmiddellijk wijd opengezet en het wachten is op de bijen die de bloemen mogen bezoeken. Maar een bij heb ik nog niet gezien; dat zou echter goed kunnen gebeuren verderop in de week,  als de temperatuur boven de tien graden belooft te komen.

Raven horen we altijd wel boven de uiterste bosrand van de Oost-Veluwezoom. Deze winter viel het me op dat ze boven het dorp vlogen, dat had ik nog niet eerder gezien en gehoord. Het is altijd leuk om ze te horen roepen in de vlucht en op die manier wordt je aandacht er ook naar toe getrokken. Prachtige vogels, en het gaat heel goed met ze sinds ze in de vorige eeuw - zo'n vijftig jaren geleden om precies te zijn, opnieuw in ons land werden geintroduceerd..

 10 februari 2019

Wolkenluchten zijn altijd spannend, vooral als het flink waait. Ik kan er urenlang naar kijken hoe snel ze langs de hemel gedreven worden, hoe de zon vecht om een plekje, hoe licht en donker zich in een snel tempo kunnen afwisselen. Ik vroeg me af hoe de maximumsnelheid van een wolk zou zijn en ben dat eens gaan uitzoeken.

In de troposfeer, de onderste laag van de dampring op 10 tot 18 meter hoogte, jagen de wolken tot wel 400 km snelheid voort en dat is de topsnelheid die ze kunnen halen. In de troposfeer ontstaan straalstromen als gevolg van de temperatuurverschillen tussen de luchtlagen die zich daar bevinden. Hoe dichter de wolken boven ons hangen, hoe trager ze worden door de wrijving van de aarde.

Op de aarde heeft allerlei last van de harde wind. Vliegtuigen kunnen moeilijk landen, vrachtwagens gaan omver en landvogels hebben er last van. Vooral als het stormt bij windkracht 9 is dat merkbaar, vogels zijn opeens spoorloos. Ze kunnen een tot twee dagen voordat een storm uitbreekt al waarnemen dat die op komst is want dan treden er al verschillen op in de luchtdruk en vogels zijn daar heel gevoelig voor.

Gisteravond om 18.10 uur: in de avondblauwe bewolkte lucht de eerste merel horen zingen. Wat weer een heerlijk geluid, en zo bemoedigend! Doordat ik verzuimde de witbalans bij te stellen, maakte de camera er een potje van. Zo venijnig blauw was de hemel niet in werkelijkheid, maar gedane zaken nemen helaas geen keer, in de avond veranderen de kleuren waar je bijstaat.

Vooral de kleine vogels keizen een schuilplaats in de begroeiing laag bij de grond, in de luwte van huizen of in nestkastjes waar je om allerlei redenen nooit genoeg van kunt ophangen. Dit sijsje daalde vorige winter op een zeer winderige dag de voertafel neer en bleef daar een hele poos zitten uitrusten voor het weer wegvloog. De Engelse bioloog Watson heeft eens een windschaal gemaakt waarop is af te lezen dat bij windkracht 8 nog maar weinig vogels vliegen, dat bij windkracht 9 alleen nog zwaluwen en eenden op de wieken gaan en dat bij windkracht 10 alle vogels het voor gezien houden en een veilig plekje zoeken.

8 februari 2019

De hele winter had ik nog geen Groenling gezien in de tuin en dat was echt heel ongewoon. Ze zijn er ieder jaar net zo talrijk als de vinken. Maar opeens zat er een op een takje van de Augurkenboom. Ik vond dat de vogel zich vreemd gedroeg en er ook niet goed uitzag. De veren opgezet en rommelig en hij bleef maar zitten.

Een vogel gaat nooit zo open en bloot zitten slapen en dat was ook al een teken aan de wand: hij was ziek. Al jaren heerst er onder groenlingen de ziekte "Het Geel" (trichomonose) en waar eerder verontrustende meldingen kwamen uit Finland, Denemarken en Frankrijk, zijn in ons land inmiddels ook de nodige besmettingen vastgesteld. Al eerder vond men deze ziekte bij duiven en roofvogels. De vogels gaan bol zitten en zijn suf, zoals ook deze. De parasitaire ziekte concentreert zich in de keel van de vogel waardoor hij nauwelijks nog kan eten of drinken.

De oogjes gingen uiteindelijk helemaal dicht. Of hij weggevlogen is, ik weet het niet. Ik ben ook niet gaan kijken onder de boom of hij daar uit is gevallen. Ik wil het gewoon niet weten. Niet alleen groenlingen sterven eraan, ook andere vinkachtigen. Zouden we daarom ook de Goudvink niet meer zien? Usutuvirus, het Geel, wat een nare ontwikkelingen toch bij de vogels! Vind je een dode Groenling, meld het dan bij het onderzoekcentrum DWHC. Online, of via mijn linkpagina.

5 februari 2019

Wat een saaie grijze dag is dit weer. Maar wat heerlijk als dan iemand langs komt om me te verblijden met zo'n schattig boeketje. Daar wordt ik dan weer helemaal gelukkig van.

Gisteren zaten op de laatste sneeuw rondom de vijver weer barmsijsjes. Ik ben zo ontzettend benieuwd hoe lang ze hier zullen blijven. In de loop van deze maand begint de trek alweer, terug naar hun broedgebieden, onder andere in Engeland. Soms blijven er nog wat een maandje langer "hangen". Barmsijsjes zijn vaak samen met sijsjes en puttertjes. De grappige putters heb ik deze winter helaas nog niet hier gezien. Bij ons broeden  ze op de Waddeneilanden en in de kuststreek. Af en toe op de Veluwe.

Deze mus begint net als ik heel erg te verlangen naar het voorjaar. Hij heeft een veer van een roodborstje gevonden, zo lijkt het. Wel tien minuten bleef hij ermee in zijn snavel zitten, alsof hij nog niet goed besefte wat hij er mee moest, al kriebelde al wel wat netstelgevoel in zijn lijfje. Uiteindelijk liet hij hem maar los waarna de veer zachtjes op de grond dwarrelde.

In deze tijd van het jaar kun je hier en daar de vruchtlichamen vinden van de Gele trilzwam Tremella mesenterica). Hoe jonger de zwam is, hoe geler de kleur. Trilzwammen van deze familie zijn schimmelparasieten, ze kunnen niet zelfstandig groeien maar hebben een andere schimmel nodig. En dat zijn de schorszwammen uit het geslacht Peniophora (o.a. Populieren-en Eikenschorszwam) waarvan de myceliumdraden in het hout zitten. Deze trilzwam schijnt het hele jaar door wel aanwezig te zijn, al heb ik ze zelf alleen in de late herfst tot het vroege voorjaar gevonden.  Juist in deze periodes tussen winter en voorjaar, als de vorst weer even verdwenen is.

1 februari 2019

Vanmorgen, toen ik uit het raam stond te kijken naar de vogels, landde er opeens een vrouw Zwartkop op een verbindingsstang onder de tuintafel, slechts 2½ meter van me vandaan. Een uitgelezen kans de vogel op de foto te zetten. Dus greep ik naar mijn camera die altijd klaar ligt, maar...... daar zat geen accu in, die hing in de oplader. Hier dus maar een eerder gemaakte foto. Zwartkoppen zijn echte vogels van het al wat oudere bos, in de winter komen ze vaak naar tuinen waar flink wat begroeiing is. De mannetjes hebben een zwarte pet, de vrouwtjes een bruine.

Barmsijsjes vliegen al maanden in onze omgeving in grote groepen rond. Ze profiteren van de enorme massa zaden die de berkenbomen nog steeds bevatten en verspreiden. Hoewel de berkenzaden hun hoofdvoedsel vormen peuren ze die ook uit Lariks, Els en bepaalde grassen. Hun kleuren geven al aan dat ze verwant zijn aan de vinken en vaak trekken ze dan ook samen rond. In de winter worden onze barmsijsjes aangevuld met groepen uit het hoge noorden en dan zien we ze ook vaker. In ons land broedt de Barmsijs voornamelijk in de duinen. Ik was zeer verheugd over hun bezoek aan onze vijver, temeer daar er in onze tuin nauwelijks bijzondere vogels te zien zijn tegenwoordig. Zelfs de hier zeer algemene groenlingen heb ik hier nog niet gezien en dat is wel heel buitengewoon en geen winter is dit nog voorgekomen.

Ook was ik blij te zien dat "onze" Winterkoning de eerste aanvallen van de winter heeft kunnen afslaan. Zo'n piepklein vogeltje heeft het, zeker bij deze sneeuwomstandigheden, heel moeilijk zijn kostje bij elkaar te zoeken. De winterkoning schakelt gedurende deze tijd niet over op zaden maar voedt zich uitsluitend met eiwitrijke prooitjes als spinnen e.d. die hij de hele dag moet zoeken om zijn inwendige kacheltje op 40 graden te houden. In een koude winternacht verliest dit vogeltje 10% van z'n gewicht, en dan te bedenken dat dat nauwelijks 10 gram is. De Winterkoning heeft geen trekinstinct en het is geen wonder dat er zoveel van die aardige vogeltjes in een winter sterven van de honger en kou.

31 januari 2019

Vannacht werd de tuin opnieuw door een laagje sneeuw bedekt maar nu, halverwege de dag, is die alweer aan het smelten. Als je die witte deken over de aarde ziet liggen kun je je nauwelijks voorstellen dat die bestaat uit miljarden afzonderlijke sneeuwkristallen. Sneeuw lijkt wit maar dat is bedriegelijk. De lichtbreking en weerspiegeling op die ontelbare kantjes van al die kristallen maken dat onze ogen sneeuw als wit ervaren.

Dat we zoveel over sneeuw weten is in eerste instantie te danken aan de Engelsman Wilson Bentley die zo'n 150 jaar geleden een microcamera kocht en sindsdien zijn hele leven aan het onderzoeken van sneeuw heeft gewijd. Hij maakte 53000 foto's van sneeuwkristallen en niet twee waren hetzelfde. Het leidde tot de uitgifte van zijn prestigieuze boek "Sneeuwkristallen".

Voorbeeld van een sneeuwvlok. Foto: Pyxabay

In de lucht zweven heel veel stofjes, je kunt dat goed zien in een bundel zonlicht. Een sneeuwvlok bestaat uit ragfijne waterdeeltjes in de vorm van moleculen, de waterdamp die bij een temperatuur boven nul vrij in de lucht zweeft. Door onderlinge aantrekkingskracht rijgen de bevroren moleculen zich aaneen op een fundament van een of ander deeltje dat in de lucht zweeft, stuifmeelkorrels, een zandkorrel, een roetdeeltje enzovoort. Het wonder is dat al die kristallen zeskantig blijken te zijn en de mooiste patronen vormen. De geboorte van sneeuw is het teerste wonder in de natuur, las ik eens. En toch is een sneeuwkleed machtig genoeg om de wereld tot  rust te brengen met als gevolg files, uitval van treinen en vliegtuigen en chaos te creëren.

30 januari 2019

Een naaldbos is nooit spannend. Wat wel mooi in een dergelijk zuur bos zijn de enorme hoeveelheid mossen en vossebessen. Je zou graag opeens tegenover een groot hert of een ree willen staan maar dat gebeurt natuurlijk niet.

Op de bosbodem liggen wat uitwerpselen van een Ree. De keutels zijn niet groter dan 1½ centimeter, zijn ze duidelijk groter, dikker en ovaal dan zijn ze van een Hert.

Gejaagd wordt er natuurlijk ook, zowel op Ree als Hert en Zwijn. Dit forse botdeel zal wel van een Hert zijn, en waarschijnlijk versleept door een Vos. Geschoten dieren blijven af en toe ook achter in de natuur en daar profiteert het andere dierenleven van. Dit bot is daarvan een stille getuige.

Hier en daar nog een enkel vruchtje aan de Vossenbes, achtergebleven in ontwikkeling, want overvallen door de winterse kou. En zo sukkelt de eerste maand van dit jaar alweer voorbij.

26 januari 2019

Dit was gistermiddag, een pol heide in onze border, nog bedekt met een laag sneeuw en de hele tuin was bedekt met een laag sneeuw.

En dit was vanmorgen, dezelfde pol heide. Alsof er vannacht een toverfee langs was gekomen die met één haal van haar toverstaf het wit uit de wereld verdreef. Ik kan me niet herinneren dat ooit zo snel de sneeuw wegsmolt.  Ik vind het niet erg, na een aantal dagen al dat wit om me heen, ga ik heel erg de kleuren buiten missen.

Kijk eens hoe deze pol Nagelkruid er bij staat, niet normaal meer in de laatste week van januari en na de nachten met strenge vorst. Het viel me op dat overal het gras weer groeide voordat de kou opeens invliel. En nu de sneeuw weer verdwenen is, staat ook het gras er weer puntgaaf bij. Doordat het tot een paar dagen geleden nog steeds een winter van niks was geweest, was de bodem relatief warm gebleven. Van sneeuw weten we dat die isolerend werkt en ook een beschermende werking voor de planten heeft. Bij elkaar heeft dat er voor gezorgd dat het Nagelkruid er nu bij staat alsof het volop zomer is. Niet alleen de planten profiteerden van deze omstandigheden, ook de muizen en mollen hadden het naar hun zin onder de sneeuw en konden daar genoeg voedsel vinden.

25 januari 2019

De sneeuwpret is al bijna weer voorbij. Vanmorgen was het vreemd buiten, terwijl er nog een witte sneeuwdeken op de aarde lag, hing er een grijze mist. Meestal ontstaat er dan rijp maar doordat de temperatuur snel steeg, gebeurde dat niet. Het is vermakelijk te zien hoe de mussen met z'n allen dolle pret hebben in de sneeuw. Terwijl de een probeert te badderen in de vijver duikt de ander in de sneeuw voor een opfrissertje.

Ze wiebelen, dluiken voorover en verdwijnen bijna helemaal in de kuiltjes die ze zo veroorzaken. Ik zag opeens een Merel die dit nadeed, dat had ik nog niet eerder waargenomen. Vogels leren van elkaar, vroeger hingen alleen mezen aan de vetbollen en pindanetjes, nu doen ook de mussen dat. Het is je reinste kopieergedrag, wat je ook als een vorm van evolutie zou kunnen zien..

Zodra er sneeuw ligt komen de meeuwen naar de bewoonde wereld. Altijd vliegt er wel ergens een verkenner rond die de rest waarschuwt als er wat te snaaien valt. In een recordtempo dalen ze samen neer, gunnen zich niet eens de tijd om hun vleugels te sluiten, ze happen en slikken en weg zijn ze weer. Wat een mooie grote vleugels hebben ze toch.

Deze puber draagt nog steeds het jeugdkleed, de restanten van de veertjes die ze als nestjongen hadden. Pas komende lente zullen zijn grijze veren verdwijnen en krijgt de meeuw net als de volwassen vogels mooie lakrode poten. De volwassen kokmeeuwen dragen in de winter donkere koptelefoontjes, over een maand krijgen ze weer hun chocolade kap weer terug.

De Roek zoekt het allemaal zelf wel uit. Deze zwartrok zat op z'n gemak de sneeuw te eten die op de lantaarnpaal lag. Als het sneeuwdek weer gesmolten is, zal hij het weer wat verderop gaan zoeken, hij heeft het niet zo op de mensen.

24 januari 2019

Laatst schreef ik wat over de zwermende vinken die van Berk naar Berk vlogen; ik zie ze nog steeds al zijn de groepen nu aanzienlijk kleiner. Mijn veronderstelling dat de berkenbomen deze keer wel barstensvol zaad moesten zitten, was gebaseerd op het feit dat ik deze vogelzwermen hier nog nooit zo frequent gezien had. Nou, dat lijkt een juiste veronderstelling geweest....

...... en wel gezien dit fenomeen dat in de winter bij een besneeuwde tuin nog nooit eerder vertoond werd. Het sneeuwdek is namelijk bezaaid met een niet te tellen hoeveelheid zaad dat uit onze berkenboom gewaaid is.

Een Berk, in dit geval de ruwe, is tweehuizig, hetgeen wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom groeien. De mannetjes zijn net als de bekende wilgenkatjes de lange hangende zaadverspreidende exemplaren. Een enkel berkenkatje bevat om en nabij vijf miljoen stuifmeelkorrels. Geen wonder dat daardoor mensen last kunnen krijgen van hooikoorts. De vrouwtjes zijn de korte gedrongen sigaartjes, zoals deze op de foto. Bovenin de foto is een schubje te zien dat om elk zaadje heen zit.

In die vrouwelijke zaadfabriekjes zitten heel veel zaden die vleugeltjes hebben meegekegen om ze door de wind heel ver weg te laten blazen. Het is wel duidelijk dat veel mensen vanwege al die "troep" een hekel hebben aan berkenbomen. Toch worden ze veel aangeplant en de gemeente waar ik woon heeft zelfs een berkentakje als logo toegepast. Toen wij in ons huidige huis kwamen wonen, en dat is een halve eeuw geleden, hebben wij twee kleine jonge berkjes voor ons huis gepoot die moesten wijken voor nieuwbouw elders. De vele vogels die in de berken zaten, hingen en kropen hebben ons veel plezier bezorgd, ondanks het stuifmeel en de zaden waar je eigenlijkje jaarrond last van hebt. Een Ruwe berk kan een jaar of 80 oud worden. Een van de twee moest helaas worden gekapt maar de andere gaat ons overleven, die staat er nog prachtig bij. In de winter een subtiel lijnenspel van takken en in de zomer elegante puntblaadjes.

23 januari 2019

De zijstraten in de dorpen van onze gemeente zijn stiefkind als er sneeuw gevallen is of wanneer het ijzelt, alleen de doorgaande straten worden bestrooid. We betalen allemaal gemeentelijke belastingen maar in de winter tellen we niet volwaardig mee. De stoepen sneeuwvrij maken wordt overwegend gedaan door de ouderen die nog zijn grootgebracht met het besef dat het eenvoudigweg je burgerplicht was om je medeburgers te behoeden voor akelige valpartijen. Wie nog naar z'n werk moest deed dat in de vroege ochtend, de ouderen wanneer ze waren opgestaan. Sneeuwruimen werd echter als verplichting afgeschaft. Hoe was het mogelijk! Als je op de hoek woont, heb je er een hele kluif aan maar het is ook wel opbeurend dat passanten hun waardering tonen voor je inspanning.

Niet alle vogels willen graag op de voerplank maar blijven liever met de pootjes op de grond. Voor de vink die een echte bodemscharrelaar is, heb ik dus meteen maar even een plekje sneeuwvrij gemaakt en er wat voer neergelegd.

Het luchtpompje in de vijver hing er al voordat het begon te vriezen en te sneeuwen. Dat open, borrelende water trekt altijd heel wat vogels aan maar tot nu toe is het nog niet zo druk in onze tuin. Helaas is dat het gevolg van nogal wat gekapte en gesneuvelde bomen om ons heen. Je merkt het meteen aan de vogels, die willen veel plekken waar ze de omgeving goed kunnen overzien. Elke boom die om me heen verdwijnt snijdt me door het hart wat dat betreft.

In het bosgebied achter ons is de kans maar heel klein dat je nog wild te zien krijgt. Wel geven pootafdrukken en wroetsporen nog altijd prijs dat zwijnen en herten hier wel degelijk rondlopen maar ze laten zich nauwelijks nog zien als gevolg van het gevoerde jachtbeleid.

22 januari 2019

Opeens zijn er opvallend veel roeken op de graslandjes in de straten. In het zuidelijk deel van ons dorp broeden ze in het voorjaar in de bomen rondom landgoed  Hof te Dieren. De weilanden liggen vlakbij en daar zoeken ze hun voedsel. Maar nu trekken ze de bewoonde wereld in. Met hun sterke snavels hakken ze in de grond in de hoop daar wormen en insecten te vinden.

Uit de verte lijkt een Roek een pikzwarte vogel maar als je hem wat beter bekijkt zie je hoe hij bescheiden kleuren in de veren heeft.  De veren groeien als bijzonderheid ook losjes langs de poten, dit wordt wel een "broek"  genoemd. Grappig is de manier waarop deze wat lomp uitziende vogel met statige stapjes rondloopt, met tussendoor soms een frivool hipje.

Zwarte vogels als Kraai en Roek werden in het verleden in verband gebracht met de dood. De uitdrukking " de kraaienmars blazen" herinnert daar nog aan, het betekent dat iemand dood gaat. Er is zelfs een legende die verhaalt hoe ooit een Kraai het lef had om Jezus uit te lachen. Als straf werd de vogel zijn zang afgenomen en brengt hij nu niet meer dan een naargeestig gekras voort. Ook dat gekras werd in films wel gebruikt om onheil aan te kondigen.

Wat vorst hoeft niet meteen een probleem te zijn voor vogels. Zolang de bodem niet bedekt is met vastgevroren sneeuw, kunnen ze zich prima redden. Dit vrouwtje Vink doet zich tegoed aan de rijp op de grashalmen. Vinken zien we hier over het algemeen in groepen in het bos maar nu het wintert komen individuele exemplaren naar de tuinen om het zaad te eten dat de gulzige mussen uit de voerhokjes meppen.

In de periode dat de bomen kaal zijn, komen hun silhouetten mooi tot hun recht. Misschien gaat het hier in het oosten van het land vanmiddag ook nog wat sneeuwen, dan lijken hun takken en takjes op lijntekeningen. In een winkelstraat in ons dorp werd mijn aandacht getrokken door kraaien die met veel kabaal zowaar de nesten in de oude platanen alweer aan het betrekken waren. Overal zie je hoe de roeken, kraaien en kauwen gepaard zijn en hoe dicht ze tegen elkaar aanzitten in de bomen en op de daken.

19 januari 2019

Of de tere bloemen van deze  Helleborus de eerste winterse aanslag overleven valt nog te bezien. Inmiddels is de rijp van vanmorgen er wel af maar de bloemkelk weet zich nog niet op te richten. Gezien de vooruitzichten zal dat voorlopig ook wel niet gebeuren. De sneeuwklokjes in de tuin doen grote moeite de dunne steeltjes weer rechtop te zetten maar ook dat lukt niet heel goed. Het lijkt dat de vorst het voorlopig gaat winnen.

Ik vind het 's winters altijd een plezier om de vogels te voeren en te zien hoe ze daar mee omgaan. Om het vogelhuis staat een rol gaas om de buurtkatten weg te houden van de vogels die op de grond zitten om de gemorste zaadjes op te peuzelen. De mussen kunnen er wat van, net als de merel. Ze gooien met hun snavels alles met een flinke mep opzij om te vinden wat ze prefereren. Voor de mussen heb ik ook trosgierst opgehangen. Daar zijn ze dol op. Als je er zittend op het gaas bij kunt is dat wel zo makkelijk, het alternatief is je op de gierst te storten en je goed vast te houden aan de stengels terwijl je de zaden er uit pikt. Dit weekend kun je weer meedoen aan de jaarlijkse vogeltelling en je waarnemingen invoeren op de website van Vogelbescherming.

Op zo'n koude metalen stang is het wel prettig om een van je pootjes binnenboord te trekken, ook al loopt de vogel geen gevaar dat de pootjes op het staal bevriezen. In die flinterdunne pootjes lopen de aderen vlak langs elkaar heen en kan op die manier de ader die het warme bloed naar de pootjes voert het afgekoelde bloed, dat door de andere ader omhoog stroomt richting hart, weer opwarmen.

Vogels die zich op het ijs bevinden, weten instinctief dat dit voor hun poten gevaar kan opleveren doordat ze op het ijs kunnen vastplakken. Daarom gaan die vaak op hun buik liggen om hun poten dicht tegen hun lijf en tussen de veren te houden. De eend die lange tijd doorbrengt op de koude sneeuw om gras te eten, doet hetzelfde. Ook weer zoiets dat knap geregeld is in de natuur.

18 januari 2019

Vandaag voor het eerst een echt winterplaatje. De weermannen voorspellen een lang aanhoudende periode van vorst, ijs, " misschien volgende week al schaatsen". Velen zullen daar enthousiast over zijn, en ja, het hoort bij het jaargetijde. Vandaag was het tenminste een heerlijke dag met veel zon en weinig wind, een een bos dat er mooi bij lag.

De bundels zonnestralen maakten er een feeëriek tafereel van.

Zonlicht op met rijp begroeide vegetatie ziet er prachtig uit maar omdat het nog maar weinig gevroren had, begon de zon ook al meteen weer de boel af te breken. Het fraais smolt al in de loop van de ochtend weer weg. Bij deze omstandigheden moet je niet te lang wachten met je boswandeling: pluk de dag!

Wat een verschil met de dagen ervoor toen de weilanden er nog gifgroen bij lagen. De felle groene kleur geeft aan dat hier mest is uitgereden. Dierlijke mest mag echter pas vanaf 1 februari op onze zandgronden worden verspreid. Het lijkt me dat niet elke boer zich hier aan houdt.

17 januari 2019

Iets over de Buxusmot  (Cydalima perspectalis) op 17 januari? Ja hoor, de regen houdt me binnen en buiten is er niet veel te beleven. Daarom toch maar wat interessants over deze nachtvlinder die zoveel tuiniers de kriebels bezorgd heeft vanwege hun buxushaagjes die door de plaaginsecten worden opgevreten. Een studente van Helicon MBO  is namelijk uit nieuwsgierigheid bij de Vlinderstichting wat gaan experimenteren om te ontdekken of de Buxusvlinder het alleen maar op de gelijknamige struikjes voorzien heeft of misschien ook op andere plantensoorten.

En wat bleek: de eitjes werden door de vlinder ook afgezet op Kardinaalsmuts en op de bodembedekker Pachysandra. De rupsen kwamen ook uit, wat niet gebeurde bij eitjes die op andere planten werden afgezet. Nu is het tot nu toe wel zo dat dit in een beschermde omgeving gebeurde. Of de motten zich ook in de vrije natuur gaan verspreiden op genoemde soorten, zal moeten blijken. De Buxusmot is een nieuweling in ons land, afkomstig uit Azië. De natuur moet zich nog "leren" te weren tegen dergelijke onbekende wezentjes. Er zijn al mezen gesignaleerd die de rupsen van de vlinders ontdekt hebben.

In onze eigen tuin experimenteerde ik wat met manieren om de buxusmotten te weren uit mijn bescheiden haagje. Ik pakte dat in met heel fijnmazig horrendoek maar dat hielp totaal niet. De motten vonden toch telkens een plekje om er binnen te komen maar rupsen zijn er niet verschenen. Ook heb ik een sterk geurmiddel ingezet in de strijd: sterk geurende wc-blokjes. Het resultaat was - daar ga ik tenminste van uit - dat dit hielp de uitwisseling van geslachtshormonen c.q. geurstoffen te verhinderen waardoor het niet tot paringen kwam. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat er eenvoudigweg geen vrouwtjes aanwezig waren. Toch vond ik het wel grappig te horen van een tuinarchitecte dat zij dezelfde opvatting deelt. Het lijkt ook zo logisch om te vlinders te verstoren door een barrière op te richten tussen mannelijke vlinders en de en vrouwtjes. Hopelijk zullen op basis hiervan onschadelijke nieuwe middelen gefabriceerd worden want de huidige zijn zo nadelig voor de natuur dat je ze vooral niet gebruikt moeten worden.

14 januari 2019

Dat de natuur door de zachte achter ons liggende weken een maand voorloopt op wat "normaal" is, haalde zelfs de radionieuwsdienst. Het lijkt dan dat er zich iets bijzonders voordoet maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. Meldingen als deze geven alleen maar aan dat niets ongewoon is, en zeker niet in de huidige tijd van klimaatverandering. Volgt er binnenkort dus weer een periode van stevige kou - en dat zal ongetwijfeld nog wel gebeuren - dan stoppen de ontwikkelingen  en zal de natuur weer keurig in de pas lopen. Ik vraag me echter wel eens af wat al die schommelende bewegingen in de seizoenen voor uitwerking zullen hebben op vooral vogels. Die worden immers gestuurd door hun hormonen en hun biologische klok moet telkens weer worden bijgesteld. Lijkt me knap lastig!

In ons land blijven nog heel wat trekvogels hangen bij de huidige weerstemperaturen. Er is nog genoeg te eten en de drang om zuidwaarts te vliegen is er (nog) niet bij al die vogels. Een landelijke telling van ooievaars wijst uit dat er nog bijna 550 exemplaren in ons land verblijven en dat is best veel. Bij kouder weer zouden die al lang in Afrika zitten. Afwachten maar hoe dat verder gaat. Er blijft elke winter wel een deel van de hier levende ooievaars in Nederland, deze zijn vaak de nakomelingen van de Noord-Afrikaanse ooievaars die toch al minder trekdrang  hebben. Toen de ooievaars in Nederland in de vorige eeuw werden geherintroduceerd zaten de fokstations regelmatig in hun maag met al die jonge vogels die lekker bleven waar ze waren geboren.

Ik liet hem al eerder zien, het bloempje van de geurende kamperfoelie (Lonicera fragrantissima) maar nu staat de struik in volle bloei. Ik geloof niet dat het iemand opvalt, ook al staat hij naast de voordeur, maar dat komt omdat de struik eigenlijk een lelijk sprieterig geval is en de bloemen wit van kleur. Zoiets moet je dan anders benaderen: hoe bijzonder is het om een geurend en sierlijk bloempje in deze tijd van het jaar tegen te komen....! In het voorjaar snoei ik de kamperfoelie weer een kopje kleiner zodat volgende winter de bloemen weer op ooghoogte staan, net als nu. Grappig is ook dat de bloei gewoon op dezelfde tijd komt en zich niks aantrekt van temperatuur.

11 januari 2019

Mensen, wat een deprimerend weer is dit. Ik probeer me er tegen te verzetten maar vandaag lukt dat niet erg, ook al vanwege de venijnige miezelregen die je alsof je onder de douche staat, nat maakt. Op dit moment bloeit al heel wat buiten: toverhazelaar, winterjasmijn, prunus, wilgenkatjes, viburnum, mahonia.

 De Prunus subhirtella geeft de boom in ons dorp een frêle uiterlijk met dat waas van kleine witroze bloempjes. De prunus heeft "autumnalis" als toevoeging, al is dat een beetje als een vlag die de lading niet dekt want hij kan (onderbroeken) bloeien tussen december en april.

Neigen  de bloempjes naar  lichtroze, dan krijgt hij ook nog "rosea" mee in de naam.

Op de muur van mijn werkkamer zit een klein beestje op de muur. Ik kon met het blote oog niet zien wat het was maar de macrolens bood uitkomst. De familie mot is enorm uitgebreid en eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee welke naam bij dit mooie wezentje hoort. Ik vraag me meer af waar dit beestje vandaan komt en of het misschien via een van de potplanten is gekomen die hier in de warmte staan te overwinteren.

8 januari 2019

Ik heb me eens verdiept in wat er allemaal bekend is over de combinatie "weer en humeur" en dat leverde nogal wat interessante info op. Al heel lang wordt geprobeerd er achter te komen wat het sombere weer doet met de psyche van een mens. Ook al heel lang is bekend bijvoorbeeld, dat bij erg warm weer er veel meer psychische klachten gemeld worden. Een Vietnamees onderzoek bevestigde dit nogmaals; in de psychiatrische ziekenhuizen werden aanmerkelijk meer patiënten opgenomen tijdens hittegolven, die door het veranderende klimaat steeds vaker zullen gaan voorkomen. Het zou te maken kunnen hebben met de "bloed- breinbarrière" die die hersenen beschermt tegen schadelijke stoffen. Bij hoge temperaturen zou die barrière kleiner worden.

Bij het grijze winterweer, zoals we dat nu hebben, worden mensen vaak somber en neerslachtig. Alleen in ons land lijden al ongeveer 48.000 personen ernstig aan een Seasonal Affective Disorder (SAD) zoals dit verschijnsel in vaktermen heet. En nog eens 1,3 miljoen mensen hebben last van een winterdip die wat milder verloopt dan SAD.  Het tekort aan licht beïnvloedt de aanmaak van hormonen (melatonine) die onze biologische klok regelen. Toch is daar steeds meer twijfel over. Wat enorm kan helpen is lichttherapie waarbij iemand dagelijks een  tijd onder een lamp met daglicht van een bepaalde intensiteit, plaatsneemt. 70 to 80% van de mensen komt daardoor helemaal van hun klachten af.

De Universiteit van Utrecht  heeft jaren geleden een groot en diepgaand onderzoek gedaan naar het verschil in het aantal zomerhaters en winterhaters en daaruit bleek dat veel meer mensen een hekel hebben aan de zomer dan aan de winter. Zelfs bij jongeren is dit het geval en het bleek dat die hun voorkeur c.q. afkeer voor zomer of winter, genetisch van hun moeders erfden. Het was een verrassende uitkomst dat er zoveel zomerhaters bleken te zijn. Hoe het ook zij, er zullen weinig mensen zijn die zich het bij dit huidige grijze en natte weer behaaglijk voelen, lijkt me.

6 januari 2019

Vanmorgen vroeg zag ik opeens een heel grote groep vinken landen in de torenhoge berkenboom in een tuin achter de onze. In deze tijd van het jaar zijn het echte dagtrekkers die van boom naar boom vliegen om er zaden uit te peuren. Echt een geweldig gezicht, zo'n boom boordenvol met vogels die als kerstballen aan de takken hangen.

In de winter bestaat het voedsel uit zaden, dat kun je ook goed zien aan de soort snavel van de vink die dik en stevig is, in tegenstelling tot die van bijvoorbeeld een roodborstje. Met grote groepen zitten ze vaak op de bosgrond beukennoten te eten. De vink wordt ook Boekvink genoemd, boek = beuk in dit geval. Maar ook eten de vogels zaden van grassen en kruisbloemige planten. In de broedtijd worden er voornamelijk insecten gegeten vanwege de vele energie die daarin zit en van die eiwitrijke hapjes groeien de jonge vogeltjes natuurlijk goed.

Alsof ze een onmerkbaar seintje krijgen, vliegen groepen vogels allemaal tegelijk opeens op, om even later weer terug te keren in de boom of naar elders door te gaan. Je zou het misschien denken maar vinken zijn geen kolonievogels; in de zomer zijn ze territoriaal en leven apart van de rest. Een vink paart maar met een enkel vrouwtje en soms blijven ze zelfs meerdere jaren samen.

Tot nu toe hebben we de vinken nog niet veel in de tuin gezien. Dat zal vast te maken hebben met het weersomstandigheden en ook met de enorme zaadproductie van onder andere de berkenbomen. Die geven sowieso al veel zaad maar dit jaar is dat wel heel overvloedig geweest. Als de spoeling in de natuur dun wordt over een poos, en het gaat vriezen of sneeuwen, weten vinken heel snel de voertafels in tuinen te vinden, dus wat niet is kan zeker nog komen, de winter duurt nog wel even voort. Terwijl het vrouwtje er wat onopvallend uitziet is de man een echte blikvanger met zijn mooie kleuren. Het lijkt oneerlijk maar het is feitelijk nuttig. Als broedend vrouwtje moet je niet opvallen en als kleurrijk mannetje juist wel, wil je uitverkoren worden door een vinkenvrouw. Vroeger werden vinken vaak weggevangen uit de natuur en in een kooitje gezet. Ze werden blind gemaakt omdat ze dan mooier zouden zingen. Soms deden ze dat niet, daar komt het woord "luistervink" vandaan. Vinken kun je nog steeds kopen, maar dan van kwekers.

5 januari 2019

De Hazelaar (Corylus avellana) is een struik waar het grootste deel van het jaar niet veel moois aan te ontdekken valt. Het blad is zelfs uitgesproken onaantrekkelijk. Bij de kweker betaal je voor een struik uit de volle grond nog niet eens een euro. Het is typisch een stuik voor in de bosranden en struwelen. In de vroege herfst zie je al dat de bloeiknoppen gevormd zijn, hetgeen er op duidt dat het een vroege bloeier is.

Wanneer de hazelaar gaat bloeien hangt af van de weersomstandigheden. Het is de kampioen van de vroegbloeiers, en kan zelfs in december al bloeien, maar ook in de daarop volgende maanden. De struik is van de wind afhankelijk voor de verspreiding van de pollen en heet daarom ook "windbloeier". Voor insecten die bloemen bevruchten is het immers nog veel te vroeg. Een buitengewoon slim systeem!

Er zijn ook nu al meldingen van bloeiende hazelaars en overlast van pollen voor mensen die daar gevoelig voor zijn. Dus ging ik op zoek en constateerde dat het met de bloei nogal tegenviel. Ik vond veel dichte bloemen en slechts enkele die al verder waren. Dit takje is al aardig op weg.

Vaak zitten er bij de hangende mannetjes een stuk of drie vrouwelijke bloempjes klaar om op het moment suprême hun kelkjes open te doen om het stuifmeel te ontvangen. Deze vrouwtjes doen het voorzichtig aan. Ze zijn al iets uit de knop maar het is nog te vroeg om bevrucht te worden.

Meestal pas in februari - als het weer tenminste meezit - zien we de hangende bloeigordijntjes en verspreidt de hazelaar een enorme hoeveelheid stuifmeel. Als je een takje plukt en in je vensterbank zet, kun je goed zien hoeveel de mannelijke bloemen produceren. Menig dichter werd geïnspireerd door de prachtige bloei van deze, voor het overige saaie struik.

In de herfst geeft de hazelaar haar noten prijs. Elk jaar neem ik een zak vol mee naar huis en leg ze op een plekje waar de bosmuisjes ze ongestoord kunnen oppeuzelen. Op hun dooie gemakje zitten ze de noten open te knagen, helaas vluchten ze spoorslag weg als ik met mijn camera naderbij sluip. Het is me nog nooit gelukt een muisje al knabbelend  te fotograferen. Een hazelaar draagt pas op een leeftijd van tien jaar voor het eerst vruchten.

3 januari 2019

Ik schrijf wel vaker over de troep in het bos waar ik veel wandel omdat het zo lekker dicht achter ons huis ligt. Opruimen van de bossen spreekt tegenwoordig niet meer vanzelf. Wie van de al wat ouderen herinnert zich niet de zeer zware storm van 1972, toen er zoveel bomen omgingen dat er geen beginnen meer aan was om alles op te ruimen. Natuurorganisaties begonnen zich toen te bezinnen op een andere manier van bosbeheer.

Dood hout brengt veel leven voort, vooral voor allerlei (bast)kevers is dood hout van groot belang. Ook het schimmelrijk floreert op die manier en de zwammen ruimen het hout ook nog eens op, al duurt dat natuurlijk wel een poosje. Het blijkt dat 40% van onze bosfauna leeft van dood hout. In een tonderzwam, om maar een voorbeeld te noemen, kan een heel groot aantal beestjes leven; soms worden op die manier wel eens nieuwe soorten gevonden.

Hoewel een hoeveelheid dood hout in een bos dus goed kan zijn voor vooral het insectenleven, kan het ook gevaar opleveren voor een plaag. Bekend is de Letterzetter (Ips typographus). Dit kleine bastkevertje van  een paar millimeter komt vooral voor op sparrenbomen, zoals Douglas, Sitka- en Fijnspar en vooral bij zwak en verouderd bos kan dat rampzalig zijn. Allereerst komen enige mannetjes van de Letterzetter op het kwijnende hout af. Deze mannetjes zoeken naar plekjes in de bast waardoor ze naar binnen kunnen kruipen. Daar gaan ze een paringskamer graven en als dat klaar is scheiden ze een geurstof af die de vrouwtjes moet lokken. Na de paring graven de vrouwtjes hun kenmerkende gangen onder de bast en leggen daar hun eitjes. De larven die daar uitkomen graven ook weer gangen, maar dan dwars op de "moedergang". Op die manier komen de kenmerkende patronen tot stand. De bomen sterven uiteindelijk af.

Als er eenmaal een flinke plaag ontstaan is blijft als enige mogelijkheid over het bos te kappen zodat de kevers zich niet verder verspreiden kunnen. In de regio waar ik woon gebeurt dit al. In het Gelderse dorp Rozendaal is al om deze reden een stuk sparrenbos gekapt en een ander perceel zal binnenkort het zelfde lot  ondergaan. De gemeente Rheden is bij Velp begonnen te kappen vanwege bosaantasting door het kevertje. Het zou me niets verbazen als ook in het bosgebied van de Hof te Dieren de Letterzetter zich gaat melden aangezien de hoeveelheid dood sparrenhout hier overweldigend aanwezig is.

1 januari 2019

De eerste dag van het jaar begon met het huilen van regentranen en het was donker en grauw. Misschien wel om de doden die in deze nieuwjaarsnacht vielen, de man die vermoord werd, anderen die neergestoken werden. Mensen die brandwonden opliepen door het vuurwerk, het licht in hun ogen gedeeltelijk of geheel verloren. Stilaan vermande de dag zich gelukkig weer en klaarde enigszins op. Omdat het nogal hard waaide prutste ik een beetje met hetgeen in de tuin hoopvol aantoonde dat ook in de winter de natuur niet stil staat. En zeker niet wanneer de vorst het nog even af laat weten. De rozenstruik drijft de blaadjes al uit hun knoppen. Dat zal haar uiteindelijk duur te staan komen want het is behoorlijk voorbarig. Ik wens de lezers van dit dagboek een behaaglijk en vredig 2019 toe.

De eerste bloemknoppen in de sneeuwklokken zijn al zichtbaar. Nu zijn er heel veel kruisingen van het originele sneeuwklokje en liefhebbers zijn daar dol op, ook al verschillen ze enkel van elkaar met een minuscuul vlekje of iets dergelijks en daar betaal je dan een flink bedrag voor. Er zijn nogal wat fanatiekelingen onder de tuinders die ze verzamelen en daar veel moeite voor doen. Dit is het Gewone sneeuwklokje (Galanthus nivalis) dat zich overal in onze tuin verspreid heeft. Dat is dan weer te danken aan de mieren die de zaden verspreiden. Aan die zaden zit namelijk een zogenaamd "mierenbroodje", een olierijk of vetrijk uitgroeiseltje dat sommige zaden hebben en wat door de mieren gegeten wordt.

Een Kamperfoeli die heerlijk geurt en momenteel bloeit is de Lonicera fragrantissima. Van de struik op zich ben ik niet zo gecharmeerd, die heeft weinig schoonheid. Maar de kleine witte bloemen geuren heerlijk en als ik in het voorjaar deze kamperfoelie flink terug snoei levert hij de winter daarop weer volop bloempjes.

Alles wat in de winter bloeit is welkom, zoals de Kleine cyclaam (Cyclamen coum). Als ze uitgebloeid zijn kun je nog lang genieten van het mooie blad van deze bolletjes. En ook leuk: ze vermeerderen zich geweldig als je ze poot op een plekje waar ze met rust gelaten worden.

31 december 2018

Aangezien mensen niet anders zijn dan intelligente zoogdieren, hebben ook zij last van het vuurwerk, ook al is dat niet meteen merkbaar. Ik las dit weekend in de NRC het volgende: "een exploderende vuurpijl verbrandt niet geheel en daardoor komen er schadelijke stoffen vrij: koolmonoxide, zware metalen en héél veel fijnstof. Met de jaarwisseling produceren we samen 500 microgram fijnstof per kubieke meter terwijl we met de EU afspraken dat dit niet meer dan 25 microgram zou mogen zijn. Bij mistig weer en veel bewolking worden soms pieken gemeten van 1.000 tot 1.400 microgram per kubieke meter. New Delhi is de meest vervuilde stad ter wereld, daar zou bij deze hoeveelheden de noodtoestand worden uitroepen".
Fijnstof is gevaarlijk, het dringt je longen binnen, je kunt er blijvend ademnood door krijgen en het kan schade veroorzaken aan hart en bloedvaten. Ieder jaar sterven er  ±  twaalfduizend mensen aan de gevolgen van fijnstof. Misschien toch iets om eens over na te denken als alle kruit verschoten is en de rust is weergekeerd. Ook al vindt deze geweldige luchtverontreiniging maar eens per jaar plaats. Als dat je weinig zegt wens ik je toe om veilig door de nieuwjaarsnacht te komen.

30 december 2018

In Den Haag ontstond enige weken geleden grote consternatie bij het vinden van 350 spreeuwen die dood uit de bomen in een park gevallen waren. Over de oorzaak verschillen de meningen. Het ene onderzoek wijt de plotselinge sterfte van de vogels aan vergiftiging door taxusbessen en het andere vond in de lichamen van de dode vogels uitgebreide bloedingen en stelde vast dat het dus moest gaan om vogels die heftig in botsing gekomen moesten zijn met elkaar of tegen een object. Dergelijke  massale sterfte van vogels komt over de hele wereld voor. In Amerika gebeurde dat een paar jaar geleden zelfs meermalen, hetgeen tot grote speculatie leidde. Men trok uiteindelijk echter de conclusie dat de oorzaak een "krachtige traumatische gebeurtenis" moest zijn. Soms door een botsing, soms door een enorme paniek.

Morgenavond gaan wij als volk de vogels bewust een traumatische ervaring bezorgen door het afschieten van vuurwerk. Tegenwoordig kan dat worden vastgesteld via radarbeelden die laten zien dat het om bizarre aantallen gaat. Gerekend over het hele land moet het gaan om paniekvluchten van honderdduizenden opgeschrikte ganzen, meeuwen,  eenden en andere watervogels.

Vanzelfsprekend slaat de paniek toe bij àlle vogels, ook die rondom ons in tuinen, in bossen en andere plaatsen leven. Een bioloog van de Universiteit Amsterdam, gespecialiseerd in vogelmobiliteit op radar, zag op een nieuwjaarsnacht werkelijk miljoenen kleine vogels de lucht in gaan, hij vond het even spectaculair als schokkend. Let maar eens op hoe je nog lang na 24.00 uur ganzen al gakkend rond hoort vliegen, de verstikkende gifstoffen van het vuurwerk in hun kelen. Totaal verstoord vliegen ze tot op 500 meter hoogte angstig heen en weer. Veel vogels dalen na een uurtje wel weer neer maar er zijn ook vogels die zich in het donker niet goed kunnen oriënteren. Knobbelzwanen keren soms pas na dagen weer terug naar hun stek. En wat zou het doen met hun gehoor? Vuurwerk is een ramp voor het dierlijke leven, alleen daarom al zou het verboden moeten worden. Helaas durft de overheid dit niet te besluiten maar dit is geen onderwerp om aan de burgers over te laten. Zelfs het afschuwelijke carbid schieten blijft nog steeds toegestaan.

28 december 2018

In het waterkoude bos groeien nog steeds wat paddenstoelen. De kennis over zwammen was bij mij al niet optimaal maar ik merk dat die steeds verder weg begint te zakken. Aan de donkere steel zou je denken dat het hier om een Zwartvoetkrulzoom gaat maar dat klopt weer niet met de zwierig golvende hoed. De krulzomen hebben namelijk hoeden waarvan de buitenkant netjes naar binnen buigt.

Dit lijken wèl krulzomen, daar zijn er ook weer verschillende van. Maar ook andere soorten lijken hierop. Soms begint het me tegen te staan om intensief te gaan zoeken hoe het ook alweer in elkaar steekt. Dus sta ik mezelf nu en dan toe om dat na te laten en gewoon te genieten van wat ik op mijn pad tegenkom.

In de tuin beginnen een paar merels te ontdekken dat op de tafel rozijnen liggen. Die leg ik er speciaal voor ze neer. Eindelijk nu weer een vrouwtje, die heb ik hier nauwelijks gezien de afgelopen maanden. Toch blijven de merels erg schuw.

27 december 2018

Nu de kerstdagen weer voorbij zijn, de gasten vertrokken en de rust in huis is teruggekeerd, is elk jaar het eerste dat ik dan doe: even het bos in. Hoewel de zon even zou lukken de dag op te fleuren, wonnen de wolkenlaag en de nevel het toch weer en maakten het bos tot een kil en vochtig oord.

Nog steeds gaan de Elfenbankjes door met het produceren van nieuwe vruchtlichamen. Die groeien niet altijd trapjesgewijs maar ook wat meer verspreid zoals op deze oude met mos overwoekerde stronk.

In de bladerlaag groeit overal de Rankende helmbloem (Ceratocapnos clavitulata). Het ziet er zo teer uit maar kan uitstekend tegen dit koele weer en het weinige licht in deze donkere dagen. Het eenjarige plantje met de lange ranken bloeit tot oktober en ontkiemt in de lente. Dat we het nu nog zo overvloedig in de bossen zien komt door afwezigheid van vorst.

In het vochtige klimaat van de bladlaag grijpen al snel schimmels hun kans een hondendrol te bezetten. Schimmels zijn de beste opruimers in het bos en leveren een belangrijk aandeel in de natuurlijke kringloop.

Pas aan het einde van mijn wandeling kwam ik op een plek in het bos een paar vierkante meters tegen waar wat ijshaar te zien was. Blijkbaar de koudste plek van het bos en nog niet ver genoeg boven 0 graden gekomen om het ijshaar te smelten. Het lijkt hier wel op een borstel. Het was doodstil in het bos, geen levend wezen te zien en heel af en toe klonken er de korte geluidjes van de specht.

25 december 2018

Ieder die dit leest wens ik fijne en mooie kerstdagen. En wie niet van kerst houdt of zich er niet prettig bij voelt: het zijn maar twee dagen....

21 december 2018

Het is het begin van de winter. Zonnewende, ook wel wintersolstitium genaamd, is het moment waarop de dag het kortst is doordat de zon het verst van ons verwijderd is. "Solstitium" is het Latijnse woord voor "zonnestilstand" en vanaf nu keert als het ware de zon weer op haar schreden terug en worden de dagen stilaan weer wat langer. Dat gaan we pas merken na een enige tijd en dan is het alweer januari. In vroeger eeuwen werden door diverse volkeren feesten gehouden om te vieren dat ze weer teruggingen naar het licht. Er wordt wel verondersteld dat onze lichtjes in de kerstboom daar een uitvloeisel van zijn.

Dit jaar gaat het begin van de winter gepaard met enorm veel grijze dagen en ook heel veel regen. Dit keer stoort het me niet zoveel, in tegenstelling tot andere jaren. Dat komt omdat al die regen zo ontzettend nodig is om de grondwaterstand weer op peil te krijgen en de bomen weer met hun wortels bij het water kunnen. Nu maken ze daar geen gebruik van maar in het voorjaar is het vocht in de bodem weer nodig om nieuw groen te produceren. Kleine zoogdiertjes in de bossen zijn er weer niet zo blij mee, vocht is er vaak de oorzaak van dat ze ziek worden. Sneeuw en vorst is in dit opzicht veel beter. Wat we deze winter gaan krijgen, of niet, zullen we moeten afwachten.

Heerlijk dat wel weer de Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum)  bloeit. De felgele bloempjes moeten ieder mens wel opfleuren, lijkt me. Zolang het niet vriest gaat de bloei door, wel tot april toe. Vorst maakt er geen einde aan maar onderbreekt de bloei slechts even. Fantastisch toch? Wie tegen een muur of hek de Winterjasmijn laat groeien en daarvóór de nu bloeiende Kerstroos plant, en ook nog wat vroege bolletjes in de grond stopt, kan zichzelf op een voorschot op de lente trakteren. 

naar boven