Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Zomer 2018

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

21 september 2018

Nu het weer opeens de prachtige nazomerdagen inwisselt voor herfstig en grillig weer waarbij de wind om het huis giert en de regen de ramen striemt, grijp ik nog even terug naar een paar mooie bloeiers. Deze bloemen aan een grote Rhododendron zien er zo teer uit dat je ze liever de zon dan de regen zou gunnen. Witte bloemen zijn altijd mooi, hebben vaak iets extra's, misschien wel doordat ze appelleren aan onze hang naar romantiek.

Een van de bloempjes aan mijn miniatuurdahlia kreeg een extra blaadje cadeau.

De herfstaster met haar innemend paarse kleur vind ik een van de mooiste lintbloemen.

Als boom stelt de Clerodendrum trichotomum niet veel voor maar als hij bloeit is hij spectaculair. Tenminste, als je de moeite neem de bloemen van dichtbij te bekijken. Andere namen voor de struik - want dat is het feitelijk - zijn Kansenboom en Pindakaasboom. Die laatste naam begrijp je meteen als je even over het blad wrijft en dan aan je handen ruikt: een onvervalste geur van pindakaas.
Vanaf nu verder op de nieuwe pagina Herfst.

19 september 2018

Na zo'n mooie nazomerdag volgt vaak nog een mooie zonsondergang. Het is telkens weer verbazingwekkend hoe snel die weer voorbij is.

De dagen zijn ook zeer geschikt om de volkstuin op te schonen en wat voor te bereiden op de seizoenen die komen. Op de Hemelsleutel zag ik tijdens mijn gepruts opeens dat die vol zat met vuurwantsen. Ze stonden op hun kop om bij de nectar in de bloemen te komen. Ik vond wel dat ze opvallend klein van formaat waren. Misschien ook wel weer het gevolg van de vreemde zomer.

Een Vuurwants kun je al snel verwisselen met een Kaneelwants maar als je even kijkt naar de kop van het insect kun je het verschil goed zien. De Vuurwants heeft namelijk een zwarte kop en de Kaneelwants een rode. Ze lijken qua tekening heel veel op elkaar.

Tussen de bedrijven door ontdekte ik nog een bloemkooltje. Om de een of andere reden vind ik dat de leukste groente om te kweken. Opeens bleken ook de bietjes flink gegroeid, die stonden lange tijd te zieltogen en ik had ze eigenlijk al opgegeven. Eind goed al goed, dankzij de regen.

16 september 2018

Sinds een kleine week zie en hoor ik een Roodborst in de tuin. Omdat hij zingt moet dit wel een vogel zijn die vanuit het Noorden hierheen is gevlogen om bij ons de winter door te brengen. Een vogel zien is niet langer iets doodgewoons, zo constateer ik telkens met grote spijt. Nog nooit eerder zijn er zo weinig om ons heen geweest. We zien hier wat koolmezen omdat ik ze voer, mussen die komen overnachten, kauwen en duifjes, heel af en toe een merel. Ik vind het akelig maar word toch weer even blij van zo'n zingend vogeltje, eindelijk!

Boomklevers hoor ik ook lang zoveel niet meer als ik door het bos loop. Hun luide roep schalde altijd volop door de bomen maar nu is dat heel veel minder, al het hele jaar valt het me op. Wat ik wel veel hoor is het gekwetter van een troep vogels die altijd in de toppen van hoge bomen zitten. Ze zijn met vele en kwetteren er voortdurend op los. Omdat ik ze niet kan zien, weet ik niet welke het zijn en ik zou het zo graag willen weten. Het zijn geen spreeuwen, het geluid lijkt wel op dat van puttertjes, maar zouden die met  zovele in die hoge bomen overal zitten? Wie het wel weet zou het even kunnen laten weten, dat zou ik zeer op prijs stellen.

Paddenstoelen groeien niet alleen in het bos, zeker de Reuzenzwam voelt zich ook in lichtere biotopen prima thuis. Deze groeiden onderaan een Beuk die langs het Apeldoorns kanaal staat. Veel minder indrukwekkend dan wanneer de bodem vochtiger is, dan doet de zwam z'n naam eer aan. De Reuzenzwam is een gevaar voor beuken. De schimmel dringt via beschadigde plekken de wortels binnen en tegen de tijd dat de zwammen zichtbaar zijn is de situatie al ernstig. De beuk zal het uiteindelijk nooit winnen maar de zwam blijft op de beuk doorgroeien ook al is die dood. Van parasiet (op levend hout)) verandert hij in saprofyt (op dood hout)

Het Vlasblekje (Linaria vulgaris) groeit graag tussen het malse gras en houdt van wat vochtige grond en schaduw van bomen. In de nazomer zijn ze volop te zien. Ook in de winter zijn deze wilde planten groen en ze verdragen een temperatuur tot minus 20 graden en dat is heel wat. Eerder heette de plant Vlasleeuwenbekje maar met de Leeuwenbek heeft het niets te maken, net zomin als met Vlas. Het is een lid uit de Weegbreefamilie.

In het natuurgebied Soerensebroek zag ik in de verte een kat lopen. Aan de magerte van het beest te zien is het een zwerver. Misschien wel een wilde. Steeds vaker gaan stemmen op op verwilderde katten af te schieten omdat ze zoveel schade aan de natuur zouden veroorzaken. Maar of katten nou zoveel meer druk op de natuur leggen dan vossen, marters, kraaien enzovoort, waag ik te betwijfelen. Hoeveel verwilderde katten er in ons land lopen is niet bekend. Alleen in de provincies Utrecht en Friesland worden ze afgeschoten. Het onderwerp staat steeds weer ter discussie. Zelf pleit ik er altijd voor je kat zeker gedurende de nacht en vroege ochtend binnen te houden. Dat zijn de momenten waar katten sowieso de meeste schade aanrichten. En een kat die gewend is 's nachts binnen te zijn zal ook zo snel niet gaan zwerven.

14 september 2018

Gedurende de afgelopen week waren veel mensen bezig met het zoeken en tellen van spinnen in het kader van het gelijknamige weekend. De uitslag wordt op 20 oktober bekendgemaakt in het programma Vroege Vogels. Ik heb er niet aan meegedaan maar zie wel heel veel spinnen. Tussen de planten, in huis, in het bos en op de hei, je hoeft niet lang te zoeken of je vindt ze. In de tuin had ik een stuk meloen neergelegd met als doel weer wat van die grote naaktslakken weg te vangen omdat die een grote plaag beginnen te worden. Daar zag ik ook een paar spinnen, blijkbaar vinden die de vrucht ook lekker.

De grote bruine naaktslak (Arion vulgaris) is zo te zien nog steeds bezig nageslacht te produceren. Hermafrodiet zijn ze, tweeslachtig. Ze kunnen zich zelf vermenigvuldigen door eitjes te leggen maar ze doen het voor de lol ook met elkaar. Wat zou je er anders voor uitleg aan moeten geven. Je ziet deze soort veel meer dan de grote oranje soortgenoot Arion rufus. De slakken leggen wel tot 400 eitjes dus doe je er niets aan dan is het volgend jaar nog erger met deze vraatzuchtige slijmerds. Het schijnt dat ze zijn meegekomen met geïmporteerde  groenten uit Zuid-Europa en zijn hier zeer succesvol.

De klimop langs het huis begint weer in bloei te komen; een teken dat de herfst in aantocht is en een laatste kans voor insecten zich tegoed te doen aan een enorme hoeveelheid nectar. Ik heb er een hele poos bij staan kijken om te zien wat er allemaal op afkomt. Het zijn wat wespen en verder alleen maar vliegen: Bij-, vlees-, dambord-, zweevliegen en zo nog wat. Ik zag en hoorde ook een Hoornaar die langs de bloemen vloog in de hoop een vette vlieg te kunnen grijpen. Maar het grote zoemkoor moet nog komen als alle bloemknopjes open zijn gegaan.

Ik treurde al een beetje omdat ik dacht dat deze zomer de Veelkleurige balsemien door de droogte niet meer zou ontkiemen. Vanmiddag ontdekte ik er toch nog een, één enkel plantje maar wel met een heleboel knopjes en dus straks ook weer genoeg zaad om er volgend jaar wat meer van te hebben. Deze soort is heel veel kleiner en bescheidener dan de wilde variant in de natuur en ook heel leuk om in de tuin te hebben. Het Tweekleurig springzaad, zoals het ook genoemd wordt, komt van nature niet in ons land voor maar is een ontsnapte tuinplant die haar oorsprong vindt in de Himalaya. Het schijnt dat de plant zich ook buiten tuinen kan handhaven maar in het wild ben ik er zelf nog nooit een tegengekomen.

12 september 2018

Hoewel het gras weer groeit en de koeien weer in de wei staan is het toch al behoorlijk herfstig aan het worden in de natuur. Door de verdrogende weersomstandigheden hadden koeien in de wei niet veel meer te zoeken en moesten de boeren hun beesten bijvoeren. Dus zijn de boeren blij met de regen die dat probleem tenminste weer oplost.

Langs de wegen staan de meidoorns te pronken met een overvloed aan rode bessen. Het is een waardevolle plant als stoffering van het landschap. In de lente een zee van bloemen, in de herfst mooie bessen en Meidoorn groeit ook nog eens overal doordat hij nauwelijks eisen aan de bodem stelt.

Langs een landelijk weggetje zag ik de beukenbomen vol Hop. En als de ranken vol bellen langs de stam en de takken van bomen in het buitengebied hangen, vind ik dat prachtig. Maar o wee als je hop in je tuin krijgt, die raak je nooit meer kwijt. Dus afhankelijk van waar hij groeit is de Hop voor mij een vriend of vijand.

Eigenlijk was ik op pad gegaan in de hoop wat leuke insecten te kunnen fotograferen maar dat draaide weer op niets uit. Ik zocht op plekken waar struweel volop aanwezig was, ik keek op de schermen van de weer bloeiende Engelwortel maar het was tevergeefs. Er zijn bitterweinig insecten deze zomer.

In een berm zag ik een heleboel Balsemien bloeien. Nog een geluk dat die er nog waren want het is een inmiddels ongewenste plant geworden die op de nominatie staat om uitgeroeid te worden. De plant wordt beschouwd als een invasieve soort die "aanzienlijk de biodiversiteit schaadt" en besloten is dat die, samen met de Reuzenberenklauw en de Duizendknoop actief bestreden moet worden. Het zou toch verdraaid jammer zijn als deze nectarrijke planten over een poos nergens meer zouden staan. Door de klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met organismen die hier oorspronkelijk niet voorkwamen maar die kun je toch niet blijven bestrijden? Misschien kunnen we maar beter accepteren dat de natuur zal veranderen.

10 september 2018

Dat was geen leuk begin van de dag, de doodgereden Das (Meles meles) op een van de kruispunten in onze straat. Het was een jong mannetje van ongeveer een jaar oud; wat deed dat dier nou toch zo'n  eind buiten het bos! De Das heeft geen natuurlijke vijanden, jaarlijks sterven er ongeveer 700 in het verkeer. Jonge en jongvolwassen dieren gaan soms op zoek naar een eigen leefgebied en kunnen daarbij tot twintig kilometer van hun oude burcht terechtkomen. Misschien is dit zo'n avontuurlijk dier geweest. Wat een mooi koppie met die strepen. De dood heeft het dier snel overvallen, de oogjes bleven open, heel aandoenlijk om te zien.

Dassen hebben vervaarlijk gekromde nagels aan hun tenen waarmee ze goed kunnen graven. De Das had geen zichtbare verwondingen maar kennelijk zo,n klap van een auto gekregen dat hij aan inwendige verwondingen dood moet zijn gegaan. Hoewel het beest niet meer leefde was het toch bijzonder mijn handen over zijn lichaam te laten gaan en te voelen hoe stevig en weldoorvoed hij was. En dat de vacht veel zachter bleek dan ik vermoedde. In het bos achter onze huizen zijn inmiddels heel wat burchten gekomen gedurende de voorbije jaren. Des te groter de kans ook dat dieren gaan zwerven als de burcht te klein wordt voor het aantal bewoners. Zelden leven er meer dan een tiental dassen in een burcht. Gewonde of dode dieren mag je als burger niet meenemen, schrijft de faunawet. Dus is de Das netjes aangemeld en uiteindelijk heeft hij met goedvinden van de boswachter een passend plekje in het bos gekregen.

Over het fietspad langs het Apeldoorns kanaal liepen twee forse hangbuikzwijnen. Ze hoorden bij een boerderij waar de dieren vrij mochten rondlopen en, niet gehinderd door een hek, gewoon een eind langs het fietspad konden lopen. In het verkeer konden ze niet terecht komen, het kanaal vormde een onneembare barrière. Mooi dat zulke dieren volledig in vrijheid mogen leven en  rondscharrelen maar je moet er toch niet aan denken dat een fietser of brommer ermee in aanraking komt....

8 september 2018

Vandaag ben ik niet veel verder gekomen buiten, dan in de eigen tuin. Maar daar zijn genoeg leuke dingen te zien. Bij voorbeeld deze dahlia met piepkleine bloemen van slechts een paar centimeter doorsnede. De binnenste lintbloempjes gaan vanaf de buitenkant open en uiteindelijk is het hele hart van de dahlia daardoor geel gekleurd. Bij deze soort behoort donkerbruin blad. Mooi hoor; de dahlia is al lang niet meer wat hij jaren geleden was, er zijn nu zoveel nieuwe soorten. Best leuk om er eens naar te zoeken.

Roofvliegen zijn heel veel te zien, ook in de tuin. In ons land kennen we 40 soorten, veelal grijzig gekleurd. Het zijn snelle jagers die zich bliksemsnel op een ander insect gooien en het slachtoffer met behulp van hun steeksnuit leegzuigen. Ze hebben over hun hele lichaam stekels, haren en borstels. Roofvliegen zijn voor de mens geen probleem. Sommige soorten worden nog wel eens ingezet in veestallen om daar de stalvliegen weg te vangen.

Zomaar even een plaatje van een blauwe Lathyrus in de regen. Ik vind de kleur zo mooi, als plant is een lathyrus minder naar mijn smaak. En ook niet elke soort geurt lekker. Pronkerwt wordt hij ook wel genoemd, een naam die voor zichzelf spreekt.

Glazenmakers vliegen nog veelvuldig rond. Fascinerende libellen om naar te kijken wanneer ze boven de vijver vliegen, telkens even doodstil in de lucht blijven hangen om de boel in ogenschouw te nemen, en dan weer verder gaan op zoek naar prooi. Maar liefst 9 tot 16 vervellingen maakt het insect in het water door eer het als imago voor slechts een paar weken actief is boven land. Afhankelijk van de soort leven ze 2 tot 8 weken. Er zijn ook de zogenaamde winterlibellen, zij leven 10 tot 11 weken. Enkele van de laatste soorten komen ook in ons land voor.

6 september 2018

Momenteel beleven we heerlijke nazomerdagen met een temperatuur die past bij het moment. Nu de natuur weer voldoende bodemvocht heeft om de planten een kleine nastoot in bloei te bezorgen, zie je ook weer wat meer insecten, zoals deze kleine wilde hommel die nectar zuigt uit de witte bloemen van de vlinderstruik. Hommels bouwen geen honingraten, zoals bijen. Ze slaan slechts kleine beetjes nectar op als reserve. In de herfst sterft het volk en alleen de bevruchte koninginnen overleven.

In de tuin vond ik dit uitwerpsel vol glanzend blauwe resten van de mestkever. Dat laat zien dat hier een egel is geweest. Op zich word ik daar blij van want egels zie ik al jarenlang niet meer in de tuin scharrelen. Ze zijn er wel, nog een stukje dichter aan de bosrand scharrelen ze wel degelijk rond. De reden waarom ik dan toch enige reserve voel bij het zien van dit uitwerpsel is omdat we aan een straat wonen waar veel verkeer rijdt. De laatste egel die ik zag in onze tuin lag twee dagen later doodgereden in de goot.

De Zuringrandwants (Coreus matinatus) met zijn enorme schouders lijkt een bijna voorwereldlijk schepsel om te zien. Het enige opvallende is de donkere kleur van de ronde achterkant, had hij dat niet dan zou je hem makkelijk over het hoofd kunnen zien. Ik verstoorde dit beestje tijdens het wieden en zag daardoor dat hij naar een andere plek vloog. Nog nooit had ik gezien dat onder die saaie bruine vleugels een paar rode achtervleugels zaten die je alleen ziet als het insect vliegt! Dat was dus weer een verrassende ontdekking. Zo langzamerhand zijn alle wantsenjongen wel volwassen geworden en die je nu ziet, zijn de eindvormen. Door de vele vervellingen die deze insecten doormaken komt er telkens een anders uitziend exemplaar tevoorschijn waardoor je al snel om de tuin geleid wordt en hem niet kunt vinden in een boekje.

Wie muur of pergola snel wil laten begroeien kan in het voorjaar Kanariekers (Tropaeolum peregrinum) zaaien, een eenjarige klimplant die razendsnel haar ranken omhoog stuwt, zodat in een ommezien een lelijk schuurtje of een kale muur met groen bedekt wordt. Zowel de aparte bloempjes als de diep ingesneden blaadjes zijn eetbaar. De Kanariekers behoort tot dezelfde familie als de Oost-Indische kers. Ik had hem laat gezaaid en nu bloeit hij pas, wat natuurlijk ook zo z'n voordelen heeft. Maar eerder gezaaid levert de plant wekenlange bloei op.

3 september 2018

Zoon en kleinzonen die gisteren bij ons waren wilden graag een wandeling maken over de Posbank in Rheden en voor een wandeling ben ik altijd te porren. In tegenstelling tot andere jaren wanneer de Posbank in deze tijd paars is van de bloeiende heide, was het nu wel even anders: de kleur bruin voerde de boventoon. Wandelen kun je er echter altijd heel plezierig. Een van beide kleinzonen vroeg of hij foto's mocht maken dus overhandigde ik hem mijn camera en liet hem zijn gang gaan.

In dit zanderige gebied verkiezen de mestkevers massaal juist deze plekken en het was verbijsterend te zien hoe ontzettend veel kevers met de grond gelijk waren gemaakt door de talloze voetstappen van wandelaars.

Ook zie je altijd dode of spartelende mestkevers die hulpeloos op hun rug liggen. Af en toe lopen ze verder als je ze even omkeert en weer op hun pootjes zet, maar vaak gaat het toch weer mis en liggen ze met hulpeloos zwaaiende pootjes hun dood te ondergaan. Op zo'n zandpad vinden de kevers geen houwvast meer, geen takjes of planten waartegen ze zich even kunnen afzetten om overeind te komen.

Op de hellende paden is de erosie als gevolg van felle regenbuien enorm. Grote gaten maken het lopen over de paden soms knap vervelend. Wie hier loopt raakt onder de indruk van het gebied, vooral als je je realiseert dat in het verre verleden tijdens de voorlaatste ijstijd hier enorme gletsjers waren die langzaam vooruit schuivend de aanwezige dalen en heuvels creëerden.

Aan de voet van de Posbank liggen weilanden die nu weer prachtig groen zijn. De paarden genieten ervan en de schijnende zon maakt er een plaatje van.

2 september 2018

Zodra het weer vochtig wordt in het bos komen ook de zwammen weer tot leven. De slijmzwam Groot kalkschuim (Muciliago crustacea) is nogal verregend maar nog wel als zodanig herkenbaar. Het behoort net zo als de gele Heksenboter tot de zogenaamde plasmodiale slijmzwammen. Plasmodium: groep samengesmolten cellen. Het geheel kan voortbewegen waarbij het slijmachtige sporen nalaat, hier ook te zien boven in de foto.

Overal in het bos liggen bruine plekken van verdroogde bosbesvegetaties. Dikke pech voor veel bosdieren, de bosbessen behoren tot het voedsel van allerlei wild, groot en klein. Door de regen zijn er wel weer wat nieuwe blaadjes aan de struiken gekomen, maar daar hebben de dieren niets aan.

Eiken die in het buitengebied langs de weilanden staan hebben veel grotere vruchten dan de bomen in het bos omdat het daar minder droog is. Maar door de droogte is daar in de afgelopen weken toch ook al heel wat van afgevallen. Helaas zijn ze niet geheel rijp en dat betekent dat ze stoffen bevatten waar koeien, schapen en paarden nare darmproblemen van krijgen. Bij zwijnen komt "buikpijn" sowieso al vaak voor door het eten van grote hoeveelheden eikels die vol tannine/looizuur zitten.

Mestkevers waren dit jaar ook weinig te zien op de uitgedroogde bosbodem. Hier zwoegt er een door het verdroogde hoge gras. Wild wordt in het bosgebied van ons stukje Veluwezoom weinig gezien, vermoedelijk is het weggetrokken naar plekken waar wat meer voedsel te vinden is.

1 september 2018

Het was gisteravond en we zaten aan de avondmaaltijd. Opeens zag ik een insect buiten heel snel door de tuin vliegen: van links naar rechts en van rechts weer naar links en ik volgde het beest met mijn ogen tot het op een Flox landde.  Sorry hoor, riep ik tegen mijn echtvriend, ik móet even gaan kijken wat dat is, het is vast iets bijzonders.  Ik greep de camera met macrolens en snelde naar buiten. Het bleek een Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum), een soort die je bepaald niet alle dagen ziet maar voor wie dit een goede zomer is. Maar wat een crime om zo'n snel beestje te fotograferen! Van de 30 foto's die ik nam hier drie stuks om dat te bewijzen...

Wat een deceptie als je daarna je foto's bekijkt. Deze vlinder fladdert niet alleen razendsnel met de vleugels maar schiet ook nog van de ene bloem naar de andere, bijna niet met de camera te pakken. Binnen at mijn wederhelft onverstoorbaar verder. Hij kent me als geen ander.

Nadat ik weer naar binnen was gegaan om verder mijn bord leeg te eten bedacht ik me dat de vlinder onderhand best wel eens richting Vlinderstruik gevlogen zou kunnen zijn. (4 werkwoorden, wat een ingewikkelde taal moet dit zijn om te leren). Inderdaad vloog de Kolibrievlinder daar rond en zo zat er tussen alle opnamen toch nog een bijzondere vlinder samen met een bloem waar hij een oogje op had. Wat een mooi diertje! Een vlinder uit de familie Pijlstaarten. Hij heeft een lange reis voor de boeg want hij overwintert in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Als het volgend jaar weer een mooie warme zomer wordt, zie we hem hopelijk hier weer terug.

31 augustus 2018

De regen van de afgelopen week heeft veel goed gedaan aan de natuur; overal zie je weer onkruidjes opkomen en frisse nieuwe blaadjes aan struiken en planten verschijnen. En  nu pas blijkt ook welke planten in je tuin daadwerkelijk dood zijn. De Japanse anemonen hebben zich niet veel aangetrokken van de lange droogteperiode en nu zijn ze ook weer in bloei gekomen. Met natuurlijk ook weer voer voor de insecten, maar die zijn er helaas niet veel.

Wat te zien was voor waarnemers wordt nu ook officieel bekend gemaakt door onderzoekers van Wageningen Universiteit en de Entomologische Vereniging: voor bijen was dit een zware zomer, kleine bijenvolken zullen zijn gestorven, de grotere herstellen zich naar verwachting wel. Maar de wespen deden het goed dankzij het feit dat dit een uitstekend fruitjaar was. Al moet daarbij gezegd worden dat gedurende de voorbije tien jaar het aantal wespen gestaag bleef afnemen. Wij hebben ze hier nauwelijks gezien en overlast gaven ze ook niet. Een terras aan de Rijn in Duitsland was de enige plek waar we last hadden van wespen die werden aangelokt door alle zoetigheid die daar op de tafels verscheen. Maar de afname van wespen maakt deel uit van de algemene en alarmerende reductie van het totale aantal insecten.

Bij de tuinvijver vliegen nog veel libellensoorten. De grote imponerende Glassnijder hóór je zelfs vliegen. Maar de nazomer laat ook een piek zien bij sommige heidelibellen. Hier een paartje van de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Zodra je een lange stok schuin in de grond steekt zul je zien dat zo'n libel er meteen op gaat zitten en telkens na een vliegrondje ook weer terugkeert. De libel vliegt tot ongeveer eind september.

Op mijn volkstuin stonden de aardbeiplanten compleet te verpieteren. Ik had via het internet stekken gekocht van de soort die als beste en lekkerste werd uitgeroepen en ik vond het zonde ze te laten verdrogen. Daarom heb ik ze uitgegraven en meegenomen naar huis om ze in bakken te zetten. Daar zijn ze weer helemaal "op adem" gekomen. En als ik dan weer in de pers lees dat bij onder meer de aardbeienteelt nog steeds een tweetal bestrijdingsmiddelen gebruikt wordt waarvan bekend is dat ze schade aan de gezondheid kunnen toebrengen, ben ik blij dat ik mijn eigen onbespoten vruchten kan oogsten.

28 augustus 2018

Omdat ik er gisteren toch langs kwam, besloot ik even een van de begraafplaatsen in ons dorp op te lopen om te zien wat er geworden was van de Breedbladige orchissen die hier groeien. Ik kon er niets van terugvinden. Orchissen behoren tot de planten die naar verwachting uit onze natuur zullen verdwijnen als de zomers inderdaad een stuk warmer en droger zullen worden. Ik trof er trouwens ook nauwelijks andere planten aan die nog of weer bloeiden. Behalve het oersterke Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata) dat er echter nu ook maar weinig stond.

Ook een paar plantjes van het Grasklokje (Campanula rotundifolia) stonden te bloeien. Afgelopen weekend was ik in Almere en zag toen hoe daar de bermen op z'n zomers volstonden met wilde bloeiende planten. Wat een verschil of je in een zomer als deze op de Veluwse zandgrond woont of op de polderklei!

Maar wat liggen er op deze oude begraafplaats veel grafstenen die de tand des tijds niet doorstaan hebben. Omgevallen, gebroken, onleesbaar geworden opschriften. Ergens heel dramatisch je te realiseren dat waar eertijds mensen met pijn en verdriet hun geliefden ter aarde bestelden nu bij veel van die graven niet eens meer te lezen is wie er ligt. Tegelijkertijd ook een besef van de vergankelijkheid van alles en hoe de mensen uit het verleden stilaan verdwijnen uit het heden, met herinneringen en al.

Op de begraafplaats staat ook de Valse acacia (Robina pseudoacacia). Bomen met een indrukwekkende stam en in dit geval grote gezwellen op hun lijf die typerend zijn voor de soort. De echte Acacia behoort tot een ander geslacht. In feite zijn deze gezwellen een vorm van kanker maar bij een boom is die meestal niet fataal. De boom, die tot de vlinderbloemigen behoort bloeit in het voorjaar overvloedig en verspreidt een heerlijke geur. De bloesem kan gebruikt worden voor de vervaardiging van acaciahoning en het bijzondere daarvan is dat die als enige honing niet kristalliseert maar vloeibaar blijft. Veel vlinderbloemige planten en bomen hebben wortelknolletjes die zuurstof in de bodem brengen.

24 augustus 2018

Ha, weer eens een Pantserjuffer  in de tuin. De eerste die ik dit jaar zie bij de vijver. Het was nog een klus hem te kieken want het waaide nogal en de juffer deinde gezellig mee. Dit zijn echte zomerjuffers die in deze maand volop te zien zijn. Maar dan moet je meer aan ruige waterkanten zijn waar veel wilde planten en grassen groeien. In ons land komen vijf soorten pantserjuffer voor, dit lijkt me de Houtpantserjuffer (Chalcolestes viridis). Deze juffer heeft een afwijkende manier van eieren afzetten. In plaats van die in het water te deponeren doet de Houtpantserjuffer dat in takken die boven het water hangen. De nimf die uit het ei komt valt pardoes in het water om zich daar verder te ontwikkelen.

De laatste dagen zie ik weer citroenvlinders. Die behoren tot de vroegste vlinders die we in het jaar zien verschijnen. Het imago overwintert en overleeft met gemak de winter, zelfs als het stevig vriest. De groene rupsen leven op de Vuilboom (verwijzend naar de stinkende substantie die door de schors wordt afgescheiden) die ook Sporkenhout heet, een plant die algemeen is in bossen. Wie een wilde tuin heeft, zou de struik eens moeten aanplanten, dan ben je verzekerd van de vrolijke citroenvlinders. Voor een kleine tuin heeft hij te weinig sierwaarde.

Het vrouwtje van de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) is heel licht van kleur en zeker in het zonlicht  lijkt ze wel wit. Het mannetje is citroengeel, dat vinden we natuurlijk mooier!

23 augustus 2018

Deze week heb ik een wandeling gemaakt door de tuinen van Kasteel Middachten, gelegen in De Steeg, een van de dorpen van de gemeente Rheden. Een gebouw dat een paar eeuwen geleden uitgevoerd is in de stijl Hollands classicisme, zoals dat ook in Amerongen staat. Het is zeker de moeite waard het eens te bezichtigen want het interieur verkeert in goede staat. Maar ik ging dus voor de tuinen.

In de tuinen is het momenteel een waar feest van kleuren en geuren. Een zee van bloemen, er staan mooie bomen en het onderhoud  komt er werkelijk niets tekort.

De slotgracht is helaas grotendeels overwoekerd met waterplanten en er is meer groen van de waterlelies te zien dan dat het water de kans krijgt de blauwe hemel te weerkaatsen. Dat is jammer. Hetzelfde zag ik een paar dagen geleden eveneens in de gracht rond het mooie kasteel de Slangenburcht in Doetinchem.

Opvallend was dat op Middachten ondanks al die bloeiende planten vlinders afwezig waren. Ik heb er slechts één Distelvlinder op de Verbena bonariënsis gezien terwijl dat toch zo'n enorm goede vlindertrekker is. Wat dat toch in de zomer van het volgend jaar moet worden.....

De tuin bevat wel zestig verschillende rozensoorten. Ze zijn een streling voor het oog, alles staat er prachtig bij. Zo'n zalmkleurige roos is om te stelen!

En de spierwitte roos een echt hebbedingetje. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een afzonderlijk deel van de tuin is ingericht met klassieke buxushaagjes die vol staan met een ratjetoe van eenjarige planten. Maar wat een vrolijk gezicht bood dat. Hoe die haagjes konden ontsnappen aan de verwoestende vraat van de alom vliegende Buxusvlinder heb ik me maar niet afgevraagd. Wie in de buurt van De Steeg komt en van mooie tuinen houdt, moet hier zeker de komende weken gaan kijken want het is er echt genieten!

21 augustus 2018

Elke maand augustus wordt in Laag-Soeren het inmiddels bekende Gladiolenfestival gehouden. Op het plaatselijke proefveld staat een enorme verscheidenheid aan bloemen die in de winkel niet te koop zijn. Uit de sterkste en mooiste worden exemplaren geselecteerd waarmee geprobeerd wordt nieuwe gladiolen te verkrijgen. Veredelen heet dat. Als er na vele jaren experimenteren een goede nieuwe soort gecreëerd is moet er nog een teler gevonden worden die hem wil kopen, vermeerderen en in de markt wil zetten. Aan de basis van de huidige gladiolen zoals wij die uit de winkel kennen, staat een botanische voorouder. Dat zijn zulke mooie en verfijnde bloemen dat je je niet kunt voorstellen dat daaruit die grote pompeuze en veel te lange bloemstengels geknutseld werden. Dit is een voorbeeld van zo'n wilde gladiool.

Veel van die oorspronkelijke gladiolen hebben een kenmerkende bloeiwijze. De bloem is zo samengesteld dat de bovenkant een soort kapje vormt om het stuifmeel droog te houden.

De bloembollenwereld is hoofdzakelijk een mannenwereld waar groot en indrukwekkend en vooral ook fel de voorkeur geniet. En dan ook nog stelen die kaarsrecht staan met bloemen die keurig in het gelid staan. Vrouwen hebben een totaal andere smaak en vallen meteen voor de kleine losse soorten die langzaam ook op de markt verschijnen. Maar er gloort hoop, sommige van die kleine soorten worden al vermeerderd door telers die begrijpen wat de koper graag ziet.

Tijdens het Gladiolenfestival worden mondjesmaat kleinbloemige soorten aangeboden en die zijn dan ook het eerst verkocht. Er worden wel eens van die mooie botanische bloemen in vaasjes getoond aan het publiek, en iedereen die ze ziet zou willen dat ze "in de handel" zouden zijn. En zeg nou zelf: ze zijn toch beeldschoon?

Eén zo'n tak in een vaasje met wat grassen of kleine bijpassende bloemen en je kunt niet ophouden er naar te kijken als ze op tafel staan. De gladiolen die in Laag-Soeren veredeld worden, heten Challagladiolen en de veredelaar is een vrouw met een passie: de gladiolen zoveel mogelijk terugbrengen naar de oorsprong. Onze tuinclub helpt haar bij de gladiolendagen in augustus, waar mensen soms met armen vol gladiolen naar huis gaan, en altijd hopen wij weer dat ooit de kleine soorten het zullen winnen van de grote. Op de foto's staan niet enkel Challagladiolen maar ik laat er wat zien zien om er interesse voor te kweken. Ik ga namelijk ook plat voor die lieflijke soorten waar vrouwen verlekkerd naar kijken.

20 augustus 2018

Vandaag maken we er maar eens een kleurrijke maandag van. Toen ik vanmorgen vroeg een rondje door de tuin maakte, zag ik hoe mijn goed aangeslagen stek van de Salvia "Hot lips" effen rode bloempjes vertoonde.  Er is iets opmerkelijks aan deze bloemen: de pas uitgekomen knoppen vertonen rode bloemen maar die worden bij dalende temperatuur gedurende de nacht geheel wit. Stijgt de temperatuur weer dan komt de samengestelde kleur rood/wit weer terug.

Dit is een opname van het eerste bloempje dat al een poosje geleden aan de stek verscheen. Mijn kapotte camera die nu al 7 weken bij de reparateur is, wordt steeds meer gemist. Planten en bloemen met regendruppels zijn altijd aantrekkelijk om te fotograferen en ik doe het dan ook vaak..

De Lijsterbes (Sorbus aucuparia) in de tuin staat er fier bij dankzij het feit dat ik hem gedurende de droogte regelmatig een emmer water gegeven heb. De boom ontleent haar sierwaarde voornamelijk aan bloemen en bessen. Maar merels die de bessen eten, ontbreken helaas. Het is zo goed merkbaar dat het usutu-virus genadeloos en massaal onder de lijsterachtigen heeft toegeslagen. De afname onder deze vogels lijkt ook dit jaar versterkt door te zetten. Zieke of dode merels kunnen nog steeds gemeld worden bij https://www.dwhc.nl/meldingsformulier/ of via de website van Sovon.

De Italiaanse Aronskelk heeft nu mooie kolven met bessen. De bessen zijn giftig. De plant werd een paar eeuwen geleden als stinzenplant uit Midden en Zuid-Europa  ingevoerd en heeft zich nadien in het wild verspreid, vooral op landgoederen en buitenplaatsen. Het nieuwe blad ontluikt niet in de lente, zoals bij andere planten, maar in de herfst, terwijl het in de zomer juist verdwijnt. Heel wonderlijk.

19 augustus 2018

Vanmorgen ging ik eens even kijken hoe het er op de volkstuin bijstond. In de uitgebloeide Dille zaten meerdere pyjamawantsen te eten van de zaden. De Pyjamawants (Graphosoma lineatum) komt hier nog niet eens zo lang voor. Een kleine veertig jaar geleden verscheen hij voor het eerst bij onze zuiderburen en al snel ook in Nederland. Ze zijn erg leuk om te zien, de bovenkant heeft streepjes en de onderkant zwarte blokjes. Een naam die ook voor dit insect gebruikt wordt is Gevangeniswants, met een verwijzing naar de streepjespakken van gevangenen. Het is een soort die van warmte houdt, en droge zanderige plekken. Nou, dan is hij op ons volkstuincomplex zeer op zijn plaats. Hij voedt zich met sappen uit planten en zaden.

Ook een liefhebber van zaden is de Vuurwants, altijd met heel veel exemplaren te zien op plaatsen waar lindebomen groeien. Voor de verandering is dit een soort die niet kan vliegen. Veel wantsensoorten hebben puntoogjes (ocelli) op hun kop; ze ontbreken bij de Vuurwants (Pyrrhocoris apterus). Het zijn ook liefhebbers van de plant Kaasjeskruid. Wantsen vervellen tijdens het groeiproces diverse malen. Hier zijn jonge nimfen te zien. Als ze volwassen zijn, zijn de rode stippels op hun rug verdwenen en hebben ze achterop de vleugels een zwarte kleur. Het viel me op dat deze insecten dit jaar een heel stuk kleiner zijn dan gewoonlijk. Ze hebben blijkbaar ook al last van de langdurige droogte waardoor alles wat plant is, minder goed groeit.

Als mijn volkstuinmaatje aanwezig is, wat vaak het geval is, ga ik meestal even bij hem rondneuzen. Als iemand groene vingers heeft, is hij het wel en zijn tuin ziet er jaloersmakend uit. Hij weet vanuit zijn beroepsachtergrond alles over bacterieculturen, meststoffen en speciale mengsels. Bij ieder ander op de tuin staat de appelboom er zielig bij maar niet op dit mooie stukje grond. Gezonde appels met een rode blos hangen verleidelijk aan de takken.

Hetzelfde met zijn druiven. Heerlijk als je zoveel lekkers te plukken hebt. Bijna niets geeft zoveel voldoening als het oogsten en eten van je eigen geproduceerde voedsel.

Behalve mooi fruit heeft dat volkstuinmaatje ook heel mooie bloeiende planten. Zoals de meeste mannen houdt hij veel van felle kleuren. Deze dahlia is er een van. In het voorjaar koopt hij soms zakken vol knollen en op zijn volkstuin blijkt vaak dat daar niet de beloofde knol in zat, waardoor de kleur hem dan niet bevalt. Dankbaar neem ik zijn afdankertjes over want ik houd juist van wat zachtere en bescheiden bloemen. Op mijn beurt geef ik hem weer van mijn speciale zaaisels.

Trosjes met wel meer dan twintig kerstomaatjes hangen in het gelid aan de stokken. Ze smaken lekker kruidig, zoals alle tomaten dat zouden moeten doen, hetgeen helaas niet het geval is. Bij ons staat nu een grote pan geurende bouillon op het gas te trekken en morgen eten wij een bord vol onovertroffen volkstuin-tomatensoep.

17 augustus 2018

We kunnen het eindeloos blijven herhalen: wat een vreemd seizoen is dit toch. In de lente treurde ik om het verdwijnen van het Koninginnekruid dat jarenlang in onze tuin stond. Vanmorgen ontdekte ik dat het alsnog opkwam; niet te geloven, in augustus! De bloei zal dit jaar wel overslaan maar ik hoop wel dat dat volgende zomer wel weer gebeurt. Door de droogte zijn sommige planten in de tuin doodgegaan maar de astilbe Pumila komt opeens ook weer met nieuw groen uit de grond piepen. Mijn mooie botanische Fuchsia met haar seringachtige bloeiwijze leek ook het loodje te hebben gelegd. Maar ook die kwam uitzonderlijk laat alsnog bovengronds. Het is een les: met planten moet je gewoon heel veel geduld hebben en ze alle tijd geven. Is er tegen de herfst nog steeds geen leven te zien, geef het dan pas op.

De tijd dat de akeleien bloeiden is reeds lang voorbij. Toch staat er een in de tuin die het er op waagt. Een heel kleintje, dat wel, maar toch! Misschien een beetje om de tuin geleid door de extreme omstandigheden in deze zomer.

Rozen heb ik al heel wat keren gestekt. Het gaat heel makkelijk: takje van de moederplant afsnijden, in potgrond zetten, wat vochtig maken en dan een plastic zak erover heen. Na een poosje maak ik gaatjes in de zak, steeds meer. Bijna altijd is zo'n stekje geworteld. Dat gebeurde ook met dit snoezige kleine klimroosje. Het vreemde was echter dat de eerste bloemen spierwit waren. Ik had ze gepoot in een pot met "boerderijgrond" die ik kocht bij de natuurwinkel. Toen daarin ook het blad er vreemd ging uitzien, heb ik het roosje overgezet in Lentse potgrond. Het is niet mijn gewoonte maar ik wil toch voor deze keer opmerken dat dit de allerbeste potgrond is. Gelukkig met ingang van volgend jaar door de firma Horticoop weer in de markt gezet voor de particuliere tuinier. Ik maak er graag reclame voor want we willen toch allemaal mooie planten?

Vorige zomer kreeg ik een potje met een klein soort Cosmea cadeau. Eenmaal overgezet in een royalere pot, groeide er ook nog een andere Cosmea in en dat was deze. De hele winter bleef de pot onbeschermd buiten staan, gestriemd door kou en vorst. Maar zie: de plant groeide weer mooi op toen het lente werd, ook al heet de Cosmea eenjarig te zijn. Ik hoop dat ik hem ook  de komende winter weer weet te behouden want ik vind de bloemen erg mooi.

Zowaar nog een teken van dierlijk leven in de tuin. Een heel klein rupsje van maar een  centimeter of twee. Het blad is van een Japanse anemoon; ik moest het met de ene hand omkeren om de kleine rups zichtbaar te maken en met de andere hand mijn macrocamera vasthouden en afdrukken. Het ging nog net. De rups was trouwens inderdaad zo lichtgroen als hier te zien is. De onderkant van het anemonenblad is een stuk lichter dan de bovenkant. Maar een fraaie opname is dit natuurlijk niet.

15 augustus 2018

Het zijn heerlijke zomerdagen nu de hitte voorbij is. Tijd om eens even op de fiets te stappen en een kijkje te nemen bij de IJssel. Die staat wel laag, maar toch minder laag dan alle dramatische berichten die ik over de rivieren las en zag op de televisie. Maar dat het water flink gezakt is, is wel duidelijk.

In deze inham van de rivier staat het water gewoonlijk tot aan de begroeiing en zwemmen er allerlei eenden rond. Niet vandaag, het drooggevallen stuk ziet er vreemd uit.

Bij laag water verschijnen er langs de rivier overal heerlijke zandstrandjes. En zeker onder zo'n grote wilg is het dan goed toeven.

Langs de oever is alles verdroogd en verdord, zo ook deze bruin geworden Zuring. Er groeide nog wat armetierige plantjes van de Wilde bertram en wat nauwelijks herkenbare Kamille, verder was er geen bloei te zien.

Op een ruig stukje groeide wel veel Dauwbraam (Rubus caesius). Het blad is wat meer gekarteld dan de Gewone braam maar ik moet bekennen dat ik de struiken niet goed genoeg bekeken heb, dus ik twijfel een beetje. Mijn fiets stond onbeheerd en ik verzuimde daardoor wat grondiger te onderzoeken welke het was. Hoe dan ook, de vruchten zagen er mooi uit. Dauwbraam vind je tegenwoordig op veel meer plaatsen dan vroeger. Hij voelt zich ook goed thuis op ruige onbeheerde grond en dat was hier wel het geval.

13 augustus 2018

Als ik in het bos loop en om mij heen kijk gaan mijn gedachten vaak terug naar de tijd dat de kleinkinderen hier nog regelmatig logeerden. Vooral een van de kleinzonen bezorgde mij dan veel plezier met zijn fantasievolle theorieën en verklaringen over hetgeen we zagen. Zo zou dit onherroepelijk een geheim teken zijn geweest, volgens hem. Oma, je hebt geen idee wat hier in het bos allemaal gebeurt, zei hij dan heel eigenwijs".

In een dergelijke boom moesten wel geheimzinnige voorzieningen zitten. Je kunt het zien, het is geen normale stam. Wat daar mee gedaan werd, wist hij natuurlijk ook niet. Controleapparatuur misschien, door geheimzinnige wezens die wij nooit te zien kregen omdat ze zich overdag schuil hielden.

Kijk, zie je dat hier geen namen staan, zoals in die andere stammen? Dit moet wel een werktekening zijn met instructies. Wij snappen dat natuurlijk niet maar het is vast belangrijke informatie! Oma deed altijd net of ze hem onvoorwaardelijk geloofde.....

Dit soort getallen staan ook op de etiketjes die bij jullie op de verwarmingsketel op zolder geplakt zijn, dus dit moet ook zoiets zijn. Maar wat het allemaal betekent weet ik natuurlijk ook niet...
Bij het opruimen van een bureau vond ik onlangs een map met verslagen die ik altijd maakte van de  logeerpartijen en daar kwam ik ook al dit soort verhalen weer tegen. Ach ja, die nostalgie, de tijd glipt door je vingers en je moet het daarna doen met herinneringen die op hun beurt soms weer wat heimwee oproepen.

12 augustus 2018

Zou er in het bos al iets te merken zijn van de geringe hoeveelheid regen die er tot nu toe gevallen is? Hierbij een kleine impressie. Het Vingerhoedskruid dat deze zomer overvloedig bloeide heeft inmiddels zaad gevormd en verspreid om het volgend jaar het bos weer op te fleuren. Een enkele plant geeft het nog niet helemaal op en maakt nog even in de top een paar zielige bloempjes.

Doordat het mos op de stammen van bommen verdroogd is, zien de dode skeletten die er staan er nog meer afgestorven uit dan ze al zijn. Insectenvraat veroorzaakte dat de stammen bedekt zijn met verpulverd hout. Spinnenwebben zitten er ook vol mee en het wachten is tot de stam uiteen valt en als molm de bodem zal verrijken.

In het gele gras en  het verdorde Pijpenstrootje zingen massaal de sprinkhanen. Je kunt ze tussen al dat geel en bruin bijna niet ontdekken en als ze door de trilling van de bodem voetstappen horen naderen doen ze er meteen het zwijgen toe. Zingen is eigenlijk niet het juiste woord, het gaat om roepen want het is paartijd. In het bos is het de sprinkhaan Schavertje die je hoort. Hier staat er een op de foto, nauwelijks te fotograferen met het aftandse toestelletje dat ik momenteel nog tot mijn beschikking heb. Met smart wacht ik op de teruglevering van mijn gerepareerde camera. De schavertjes maken het zachtste geluid van onze sprinkhanen maar als ze in grote hoeveelheden zitten te roepen kun je ze uitstekend horen.

De lariksen in het bos Hof te Dieren doen het niet goed. Er zijn maar heel weinig kegeltjes te vinden aan de iele en armetierige boompjes.

De drinkbak langs de Koningsalle ligt droog. Het is de plek waar zwijnen graag komen zoelen en alle wild komt drinken. Nu is goed te zien hoe slecht de bak er bij ligt. Vol modder, takken en rondom veel takkentroep. Jammer dat in dit bos niet aan dit soort onderhoud gedaan wordt. Volgens de boswachter liggen er voor het oog verscholen, in dit bos nog meer drinkplekken waar nog wel water in staat. Een boswachter van Staatsbosbeheer vertelde afgelopen week in een van de landelijke kranten dat de dieren in de bossen lijden en sterven door watergebrek.

11 augustus 2018

Nee maar! Zomaar vanuit het niets twee jonge merels op de rozenboog. De hele lente en de hele zomer hebben we pas één halfwas merel in de tuin gehad. En nu dan eindelijk deze twee. Maar hoewel we eraan gewend zijn dat merels hun jongen juist naar onze dichte tuin loodsen om groter te groeien, waren deze twee net zo snel alweer vertrokken als ze kwamen. Het blijft een bizarre situatie hier.

Iemand was zo aardig mij wat van haar uitgezaaide overvloed aan Rudbeckiaplanten te brengen. Daar was ik heel blij mee want met name Putters zijn dol op de zaden. Lang dacht ik dat er niets terecht zou komen van de plantjes omdat we heel veel grote bruine naaktslakken hadden die het verse loof opvraten. Maar toen kwam de droogte en kreeg de Rudbeckia toch een kans. Het zijn door alle aanvallen van die slakken wel kleine planten gebleven maar nu staan ze volop in bloei. Geel is ook eigenlijk best een opwekkend kleurtje!

Tijdens de droogte heb ik mijn borders goed verzorgd en bewaterd. Daar staan een lila en een witte Thalictrum in die het maar magertjes deden dit jaar. Nee, dan dit exemplaar, het groeit tussen de bestrating waar ik het jaar in jaar uit laat staan omdat ik de bloei zo prachtig vind. Het is de enige van de drie planten die het fantastisch heeft gedaan. Soms kun je er geen peil op trekken en geen touw aan vastknopen.

Ook een cadeautje, deze Wonderboom (Ricinus communis), want de zaden kreeg ik ook, ze kwamen uit een van de Canarische eilanden. Niet dat je dat kunt zien want de planten die eruit kwamen groeien en bloeien hetzelfde als degene die we hier zien. De bladeren zijn werkelijk perfect als ze jong zijn. Schitterend van vorm, geweldig van kleur, en dan die rode stelen en nerven!  De bloei is de kers op de taart. De zaden van deze plant zijn wel zwaar giftig maar eenmaal onder de grond gestopt leveren ze geen gevaar meer op. Ricinus behoort tot de Wolfsmelkfamilie. De plant wordt in de tropen jaar na jaar groter en kan wel 13 meter hoog worden. Hier blijft het bij normale proporties. Uit de zaden van de plant wordt wonderolie gehaald die gebruikt wordt voor van alles en nog wat,, onder meer als lampolie en laxeermiddel.

9 augustus 2018

In bange afwachting van het weer dat op weg is, loop ik nog even door de tuin. Ik zet wat potplanten die ik wil behoeden voor mogelijke schade, in de garage, breng voorwerpen in veiligheid die door de lucht kunnen gaan vliegen, en speur rond of ik nog wat insecten zie. Het is een zielige inventarisatie. Heel veel planten zijn heel of half verdroogd, andere lijken morsdood, ik zie dat de Skimmia die altijd vol insecten zit, niet bloeit dit jaar, jammer hoor.

Het IJzerhard (Verbena bonariensis) heeft dit jaar maar heel kleine bloemen en ik zag er voornamelijk vlinders op. Ook jammer, dit is zo'n geweldige vlinderplant.

Waar deze hommel al dat stuifmeel vandaan gehaald heeft, is me een raadsel. Hij verliest er zelfs het nodige van als hij door het IJzerhard kruipt.

Kijk nou toch eens,  je zou de hommel niet eens meer herkennen als zodanig en mogelijk verslijten voor een insect met een schimmelziekte.

Een Boomblauwtje drinkt druppels uit het gras dat ik gisteravond nog maar even met de hand besproeid heb. De klimop is een goede plek waar ze allemaal in kunnen wegkruipen, diep onder het bladerdek, als de voorspelde regen, hagel en felle windstoten zullen komen. Voor de wind vrees ik altijd het meest, er wordt gesproken over windstoten tot 100 km per uur. Ik hoop maar dat die voorspelling niet uitkomt. Maar de lucht begint al aardig donker te worden.....

8 augustus 2018

Dit was gisteren, een Houtduif zat wel 20 minuten met zijn achterste in het net ververste water in de drinkschaal. Duiven zie ik nooit in dergelijke schalen een bad nemen, maar ja, dit is natuurlijk ook wel lekker bij een temperatuur van dik boven de 30 graden. Wat een opluchting is de dag van vandaag met een verfrissend windje en veel lagere temperatuur. Iedereen lijkt opgelucht te ademen en te genieten van een normale zomerdag.

De natuur ziet er zo deprimerend uit, het is echt erg. Links de verdroogde besjes van de Meidoorn, in het midden de veel te vroeg afgevallen verschrompelde hazelnoten en rechts de Kardinaalsmuts waar niet veel meer van over is dan wat verdroogd blad en idem vruchten.

De eiken staan er ook al slecht bij, ook die hebben zeer veel last gehad van de aanhoudende droogte. Piepkleine eikels vallen er vanaf en een minuscule knoppergal zag ik er aan zitten. Knoppergallen ontstaan soms op zowel zomer- als wintereik maar alleen als er een Moseik in de buurt staat. Het galwespje dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van een knoppergal legt in het voorjaar haar eitjes in de meeldraden van de moseik. Dar ontstaan zeer kleine galletjes waaruit weer galwespjes komen die naar de andere eiken vliegen en daar voor de woekeringen in de gallen zorgen de knoppergallen dus.

Helaas hebben mijn pogingen de buxusmotten te weren niets uitgehaald. De vlinders zoeken met eindeloze volharding door en uiteindelijk slagen ze er toch in om binnen het nylon horrendoek te komen. Zelfs de wc-blokjes die ik in de buxus hing in een poging de motten te misleiden, helpen niet. Ons handige buxushaagje zal dus binnenkort in een ravage veranderen en ik zal me moeten beraden op een alternatief waar kruiwagen en plantensteunen achter verstopt kunnen worden.

5 augustus 2018

Dit nachtvlindertje trof ik overdag aan op onze garagedeur. Het is de spanner Kajatehoutspanner (Pelurga comitata), een soort die weliswaar vrij algemeen is maar desondanks als kwetsbaar op de Rode Lijst staat. Ik vond het een vreemde en intrigerende naam en ging op zoek naar een verklaring. "De naam kajatehout is al sinds de 19e eeuw de naam voor teakhout dat in het v.m. Nederlands-Indie voorkomt".  De naam Akkervlinder wordt ook voor deze vlinder gebruikt. In het mooie boekwerk Beschouwing der wonderen Godsonderen  in de minst geachte schepelen, van de beroemde Jan Christiaan Sepp staat: Heeft iemand nog eenen geschikteren Naam er voor, zo is het mý om 't eeven om dien boven  dezen te verkiezen. Prachtig, dat oude Nederlands en zo leuk om te lezen. De tekeningen in de boeken van Sepp zijn ware juweeltjes.

Ik had er al een zien vliegen: de Buxusmot (Cyladima perspectalis), een inmiddels door tuiniers gehate nachtvlinder en ongewenste exoot uit Azië die 13 jaar geleden via import van Buxus in Europa terecht kwam. Om mijn enige busushaagje, (dat dient als afscheiding van een hoekje met tuinattributen) te beschermen tegen de verwoestende vraat van de rupsen, had ik er nylon hordoek overheen gespannen. Tevergeefs. Bij wijze van experiment ga ik nu een paar chemische toiletblokjes in de haag hangen om te zien of die penetrante geur de vlinders zal afschrikken.

De vlinders moeten wel heel goed gezocht hebben of er toch nog een gaatje te vinden was waardoor ze heen konden kruipen om hun eitjes af te zetten op mijn buxushaagje. Tijdens het leven van het vrouwtje legt ze wel 800 eitjes in kleine groepjes op de blaadjes van de buxus. En dan te bedenken dat de vlinders gemiddeld slechts acht dagen leven.

Het zijn de rupsen die door hun enorme vraatzucht een ravage maken van een buxushaag. Zodanig dat een wanhopige tuinbezitter de struiken meestal in de groencontainer laat verdwijnen en noodgedwongen vervangt door een alternatief. Je zou dus denken dat de buxus een plant is die we binnen afzienbare tijd hier niet meer zullen zien. Maar hadden de rupsen eerder geen natuurlijke vijanden, langzaam maar zeker verandert dit. Kauwtjes, kraaien en mezen hebben de rupsen hier en daar al ontdekt als lekker hapje. Dus van invasieve soort (geen natuurlijke vijanden) zal de Buxusmot misschien wel worden teruggebracht tot een aanvaardbare proporties.

2 augustus 2018

Aan de hitte lijkt geen einde te komen, net als aan de droogte. In onze buurt ligt een vijver in een voortuintje met twee dolfijnen die water spuwen. Alle kauwen uit de buurt maken er dankbaar gebruik van. Ik betrapte er een toen hij net bezig was water te drinken van de straal die uit de dolfijnenkop spoot. Maar kauwtjes zijn o zo slim, die laten zich niet graag begluren en hij vertikte het te doen wat ik zo graag wilde vastleggen. In plaats daarvan toonde hij van ons beiden het meeste geduld door te wachten tot ik wegging. En dat deed ik toen maar want het was knap heet in de zon.

Er zijn momenteel heel veel jonge mussen. Het kost de nodige tijd eer die door hebben dat een verkoelend bad heerlijk is. Ze drinken uit de waterschaal maar plenzen en plonzen doen ze niet. Vol belangstelling kijkt deze jongeling toe hoe zijn familieleden bezig zijn.

En die weten wel wat fijn is. Een paar keer per dag vul ik de waterschaal opnieuw om het opgewarmde water te verversen. Dat hebben de mussen meteen door en samen duiken ze meteen het koele vocht in. Kleine fonteinen van druppels spatten in het rond. Ik kan er zo van genieten, een mussenkolonie in je tuin is echt geweldig. Al vroeg in de avond vliegen ze de klimop in om daar de nacht door te brengen. Je hoort ze onafgebroken rommelen en ruziën om de beste plekjes maar opeens wordt het dan stil en gaan ze slapen. Dan is het nog lang niet niet donker, ze houden er zo hun eigen ritme op na.

31 juli 2018

Nog even een plaatje van de maansverduistering afgelopen weekend. Het is geen opname van mij maar van mijn kleinzoon. Ik ben er achteraf toch zo blij om dat wij hem een camera gaven want hij maakt prachtige foto's. In ons dorp was de maan niet te zien die avond, in een naburig dorp scheen hij heel flauw door de bewolking maar in de woonplaats van onze kleinzoon was de verduistering mooi te zien.

Vanmiddag begonnen veelbelovende wolken zich op te bouwen aan de hemel, van die prachtige bloemkoolachtige cumuluswolken. Helaas verdwenen ze net zo snel als ze kwamen en werd de lucht weer stalend blauw. De buien vallen helaas steeds "daar in plaats van hier". Ik mis ontzettend mijn goede camera en moet het nu doen met een simpel oudje. Foto's stellen daardoor nogal eens teleur. Ik hoop maar dat de reparatie snel gebeurt.

Het is indrukwekkend hoe de platanen massaal hun schors afwerpen als gevolg van de droogte. Het is wel normaal in de zomer dat dit gebeurt maar zo heftig als momenteel zien we dit niet vaak. De Plataan is een geweldige wegvanger van luchtvervuiling en daarom wordt hij zo vaak aangeplant langs wegen. De boom heeft geen last van dat schorsverlies, hij maakt gewoon weer een nieuwe jas aan.

De schors van een boom is maar dun, deze van de Plataan heeft een vrij gladde structuur aan de binnenkant.

29 juli 2018

Ik heb vanmiddag zoiets wonderlijks gezien! Ik zat in de tuin en zag hoe een Hoornaar ging zitten eten van meloen die in een plantenschaal lag en ondergeregend was door de buien van gisteren. Wat een wonderlijke lichamen hebben die insecten toch. Hoornaars kun je heel dicht benaderen zolang je je maar heel rustig gedraagt, dus ik kon hem goed fotograferen.

Kort daarop arriveerde een tweede Hoornaar die meteen contact zocht met de eerste. Ze liepen elkaar achterna en brachten steeds de koppen dicht naar elkaar. Het leek wel of de een de ander voerde. Maar wat toen gebeurde heb ik met verbazing gade geslagen. De beide insecten vlogen op en boven de tuintafel vlogen ze rond, recht tegenover elkaar met de koppen bijna tegen elkaars snuit. Dat moest haast wel een vorm van baltsen zijn, zo leek me, ik had het nog nooit eerder gezien. Ik hoopte nog een paring te kunnen aanschouwen maar helaas, dat gebeurde niet. Het was een wonderlijk schouwspel, zeker daar het vlak voor mijn neus gebeurde.

Er zijn weer heel veel Kroosvlinders (Cataclysta lemnata) rond de vijver te zien. Het grappige is dat zowel overdag als in de avond vliegen. Zeer rusteloze insecten die op zoek zijn naar een partner. De rupsen die uit de eitjes komen omhullen zich met allerlei kleine deeltjes van waterplanten en vorkjeskroos. Daardoor vallen ze niet op en zie je ze nooit hoewel de vijver er vol mee moet zitten.

Bij een beetje windvlaag komen de vlindertjes vaak in het water terecht waar ze zo nat worden dat ze niet meer op kunnen vliegen en doodgaan. Maar dit bleek geen kroosvlindertje te zijn maar een van de soorten stippelmot. Toch al zo'n kort leven beschoren en dan ook nog verdrinken....

28 juli 2018

Gisteren vond ik de dag nauwelijks te verdragen door de enorme hitte die er was. Alsof je door een oven liep, zo ongeveer. Ik zag op een stuk muur van een naburig huis, die niet door de zon beschenen was, wel 20 vliegen zitten. Bijvliegen, zo te zien. De conclusie kon niet anders zijn dan dat ook deze insecten last van de hitte hadden en op de koele stenen muur enig soulaas probeerden te vinden.

In een pot die bij de rozenboog staat, groeit een Lathyrus die eindelijk in bloei kwam. Mooie bloemen, luisterend naar de naam Lathyrus royal family Blue. Ik vond wel dat zoiets deftigs in onze tuin paste. Af en toe moet je je gewoon wat verbeelden, anders ben je niks....., toch?

Juffers en echte Libellen vliegen nog steeds volop. Deze Azuurwaterjuffer (Coenagrion puella) was tijdens een stevige plensbui maar even op een blad gaan zitten.

Heerlijk, een paar verfrissende regenbuien, alles buiten lijkt er opeens van op te frissen. Met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat planten en bloemen opgelucht adem haalden nu ze even verlost waren van die brandende, uitdrogende gouden ploert. De rozen moet je echt vertroetelen in de zomer, ze hebben veel vocht nodig. Elke dag heb ik er trouw een gieter water bij gegoten en ze beloonden me met een doorgaande bloei. Een geweldige roos, deze doornloze  Zéphirine Drouhin. Maar ja, die paar regenbuien zijn natuurlijk niet meer dan een druppel op de goeiende plaat en komende week moet de natuur het waarschijnlijk opnieuw doen met warmte en droogte. En dan te bedenken dat deze zomer model staat voor een toekomstige "normale zomer".......

27 juli 2018

Deze snoeihete dagen kunnen me eerlijk gezegd gestolen worden, ze zijn onaangenaam. Doordat  's avonds de deuren en ramen  openstaan, vliegt er van alles naar binnen. Dikke bromvliegen, heel veel kleine roofvliegen en allerlei nachtvlinders. Dit micromotje zat op een tegel in de badkamer. Het is de Waaiermot of Kamperfoeliemot (Aluata nexadactyla), een microvlindertje met opmerkelijke vleugels die uit een aantal "kwasten" bestaan. Hoe klein ze ook zijn, sommige families van de nachtvlinder hebben een prima gehoor waarmee ze bijvoorbeeld vleermuizen kunnen horen. Er zijn ook nachtvlinders die geluid kunnen voortbrengen zoals de meeste beervlinders en sommige pijlstaarten. Wij kunnen die geluiden niet waarnemen, de frequentie is te hoog, alhoewel soms wel met een bat-detector. Er is veel in de natuur dat niet alleen ons verstand maar ook onze zintuigen te boven gaat.

Deze Berkenkielwants (Elasmosthetus interstinctus) zat op het hout van de voordeur. Het is er een uit de familie van de Kielwantsen. "De grotere soorten lijken op echte schildwantsen terwijl de kleinere soorten daar helemaal niet op lijken". De wantsen vormen een behoorlijk ingewikkelde groep om op naam te brengen, al was het maar vanwege de vele vervellingen die ze doormaken eer ze volwassen zijn, en er dan telkens anders uitzien.

Ik krijg vaak leuke stekken en plantjes cadeau en die omring ik altijd met grote zorg daar het meestal bijzondere groeisels zijn. Om ze optimaal in leven te houden staan ze in potten en daardoor wordt onze tuin almaar voller. Het voordeel is wel dat ze het in deze tropische temperaturen uitstekend doen. Zolang ze tenminste flink water krijgen. Misschien gaat het daar wel naartoe, als de verwachtingen kloppen en we een zomer als de huidige gaan beschouwen als een "gewone zomer". Dit is een miniatuur basilicum met frisgroene piepkleine blaadjes die heerlijk geuren. En nu verschijnen er een heleboel piepkleine witte bloempjes.

26 juli 2018

Vroeger, in mijn ouderlijk huis, hadden wij al katten. In ons eigen huis hebben meerdere katten geleefd, onze kinderen hadden ook weer een kat en nu zijn de kleinkinderen aan de beurt. Onze kleindochter wilde graag een eigen katje, wel een grijze en voor dit kleine dondersteentje bezweek ze. Carlos in zijn naam. Toen ik hem zag, wist ik meteen dat dit een niet raszuiver beestje moest zijn, waarschijnlijk geboren uit een stiekem contact tussen de rasechte moederpoes en een "ordinaire" buurtkater. Carlos ziet er prachtig uit en groeit als kool. Hij rent naar de deur als zijn bazin thuiskomt en springt zowat in haar armen. Hij slaapt op haar kussen met zijn kopje tegen het hare. Als hij het tijd vindt voor haar om op te staan en hem eten te gevn, tikt hij haar met zijn voorpootje zachtjes op haar gezicht.

Inmiddels is de kleine Carlos al een stuk gegroeid en deze week mocht hij voor het eerst de tuin in. Wel in een tuigje en een lange riem. Prachtig vond hij het; hij rende van hot naar her, sprong met vier pootjes hoog in de lucht, vloog over de kop, tot hij doodmoe was en gevloerd op zijn rug lag. Mijn kleindochter werd een beetje ongerust over die overmaat van energie en belde de dierenarts met de vraag of onder katten ook ADHD voorkwam. Nee hoor, was het antwoord, het is gewoon de leeftijd. Als hij over een poosje gecastreerd is, wordt hij vanzelf wat rustiger. Arme Carlos, zo jong nog maar en dan binnenkort al beroofd van zijn natuurlijke instincten.....
Ik heb kleindochter maar even geadviseerd om Carlos niet zo te laten rennen tijdens deze extreem hete dagen. Ook een kat kan oververhit raken.

Het usutuvirus waart weer rond. Stierf door dit nare virus in 2016 15% van de merels,  vorig jaar werd er nog maar 50% van de groep lijsterachtigen (voornamelijk merels) geteld en nu, zo laat het Belgische Natuurpunt weten, worden er opnieuw zieke en dode vogels aangetroffen. Sinds 2001 heeft het virus in een groot deel van Europa huisgehouden. Inmiddels is duidelijk dat het ook onder uilen en mussen toeslaat. In Duitsland werden 87 vogelsoorten uit 14 families het slachtoffer en in België werd de ziekte ook bij een paar gierzwaluwen vastgesteld, aldus het bericht. De Merel is koploper en dat is dramatisch, vorig jaar stierven er er vele duizenden. We nemen deze vogels nu al veel minder waar, hoe zal het verloop dit keer weer zijn. Je moet er toch niet aan denken nooit meer het mooie gezang van de Merel in ochtend en avond te horen. Het virus wordt door muggen overgebracht; te hopen is dat er bij de vogels een begin van resistentie ontstaat.

24 juli 2018

Nog nooit vlogen er volgens mij zoveel boomblauwtjes rond als deze zomer. Ze evenaren bijna de koolwitjes in aantal. Een uitgelezen kans dus om ze te fotograferen. Boomblauwtjes zijn kleine vliegende juweeltjes die meteen hun vleugels sluiten zodra ze op een bloem of blad geland zijn.

Maar wil je die vleugels toch eens open zien gaan, dan kun je maar het beste je tuinstoel bij een pol Oregano zetten, die is namelijk een enorm goede insectenplant. Als er dan ook nog een parasol in de buurt staat die het felle zonlicht tempert, komen de boomblauwtjes fraai tot hun recht. Tijdens al hun gefriemel in de kleine bloempjes van de Oregano vergeten ze af en toe hun vleugeltjes dicht te vouwen en krijg je een glimp te zien van het diepere blauw dat op de bovenkant van de vleugel zit.

De honingbijen zijn blij met tuiniers die hun plantenborders sproeien want daardoor vormen de planten nectar. Geen vocht in de bodem, dan geen nectar, planten staan bij deze droogte puur in de overlevingstand. Het zal op dit punt ook een slecht heidejaar worden. De heideplanten staan eveneens te verdrogen dus dat is dikke pech voor de imkers die graag soorten bloemenhoning willen hebben.

Ik begrijp maar niet waar die wespenplagen vandaan komen. We zien ze hier niet eens. Nou, dat is misschien overdreven maar het zijn er maar echt heel weinig. Dit is een Franse veldwesp, een soort die steeds vaker in ons land te zien is. Van muggen hebben we ook nog geen enkele last maar het is afwachten wat er nog komt.

Hoornaars heb ik ook nauwelijks nog gezien en degene die er wel waren, bleken zo klein dat ik ze eerst niet als zodanig herkende. Hun indrukwekkende gezoem is een onmiskenbaar teken dat er een rondvliegt en normaliter zijn het flinke insecten. maar dit jaar - ook al weer door de omstandigheden - dus de helft kleiner. Tenminste, hier in de omgeving; wat ik waarneem is natuurlijk maar een indicatie. Vliegen zijn er genoeg en razendsnel worden die gegrepen door hoornaars. Helaas een slechte opname al wat later op de avond, van de enige hoornaar die ik deze zomer tot nu toe voor de lens kreeg.

23 juli 2018

Nu plasjes en poelen overal opdrogen is het zaak de dieren die van dit water afhankelijk zijn te helpen waar dat mogelijk is. Op schaduwrijke plekken met voldoende begroeiing kunnen we ondiepe schalen met water zetten. Niet alleen voor vogels is dit prettig, ook egels hebben het momenteel moeilijk doordat er nauwelijks vocht en voedsel voorhanden zijn. Egels kunnen ook geholpen worden met kattenvoer uit blik, brokjes, muesli, wat fruit, eventueel wat pindakaas maar ook met speciaal egelvoer uit de dierenwinkel. Geef ze geen melk, daarvan krijgen ze diaree.

In de vijver hebben de waterplanten het wel naar hun zin, aan vocht geen gebrek! Tijdens de zomermaanden bloeit het Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae). Het doet menigeen denken aan een miniatuurversie van de waterlelie vanwege het kleine blad. De bloemen zijn tweeslachtig: òf meeldraden, òf stampers. De plant is trouwens niet afhankelijk van bestuiving door insecten, zelfbestuiving is genoeg voor een explosieve vermeerdering. De plant verbruikt heel veel voedingsstoffen en ik heb bemerkt dat Kikkerbeet samen met Krabbenscheer, die dat ook doet, uitstekende opruimers vormen voor het eendenkroos dat ook veel voedingstoffen uit het water nodig heeft maar de concurrentie niet goed aankan.

Het Pijlkruid (Sagittaria sagittifola) boeit gelijktijdig en de bloemen zijn maar een kortstondig leven beschoren. Gisteren maakte ik deze foto, vandaag zijn de bloemblaadjes niet meer te zien. Het uiterlijk verschilt nogal wat afhankelijk van waar Pijlkruid groeit. In diep water ontbreken de zichtbare pijlvormige bladeren en bloeit de plant ook zelden, in ondiep water daarentegen zie je de karakteristieke bladeren boven het water uitsteken. De bloemen bevatten waarschijnlijk geen nectar dus zie je er geen insecten op.

In de vijver op mijn volkstuin springen nu piepkleine kikkertjes over het kroos. In onze tuinvijver zijn ze niet te zien, we hadden dit voorjaar geen parende kikkers. De jongen van de Bruine kikker zijn nu klaar om het land op te gaan. Maar wat zal ze daar wachten nu de bodem wel een woestijn lijkt en insecten nauwelijks te vinden. En hoeveel van die kikkertjes zullen daardoor al overal zijn omgekomen. Deze zomer word je steeds meer gewaar van de enorme uitwerking die de langdurige droogte op de natuur heeft. Niet iets om blij van te worden.

22 juli 2018

Het enige tijdstip om naar de volkstuin te gaan ligt òf in de vroege morgen òf na zonsondergang want overdag is het momenteel er niet uit te houden van de hitte. Ik kies meestal voor de avond en dan wat later zodat het er heel stil en rustig is. Alles wat in de grond staat, staat er  te lijden onder de zinderende hitte van overdag of is al zo goed als verdord. De eenjarige Zonnebloem is een sterke soort alhoewel ik niet snap hoe hij het klaarspeelt er nog zo fris en fruitig bij te staan op onze zandgrond terwijl het al weken lang niet meer geregend heeft. Zo diep gaan de wortels immers niet.

Kijk ik naar de ene kant dan zie ik de zon majestueus ondergaan. Kijk ik naar de andere kant dan zie ik de maan al aan de hemel. Over de maan zag ik gisteren op de televisiezender History een merkwaardige documentaire. Er zijn werkelijk wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat de maan in feite een ruimtestation is dat zeer lang geleden door buitenaardse beschavingen richting aarde gesleept is. De maan zou hol zijn, een sterke metalen laag hebben om hem te behoeden voor inslag van meteoren en aan de achterkant die wij nooit te zien krijgen, zouden geheime en geavanceerde bases zijn waarvandaan ruimteschepen komen en gaan om ons doen en laten te volgen. Overheden van grote mogendheden zouden dit voor de mensheid geheim houden. O jee, nu kijk ik nooit meer met dezelfde ogen naar dit nep hemellichaam.....

In de droge grond blijken toch ook nog pompoenen en courgettes te groeien. Gelukkig is er wel een kraan op het volkstuincomplex en mogen wij met gieters water onze groenten en planten van vocht voorzien. Er wordt wat afgezeuld met al die emmers! Zelf geloof ik het wel, ik laat de slakroppen maar doorschieten en verdrogen, alleen de boontjes en bietjes wil ik behouden.

Het is telkens weer een klein wonder om te zien hoe de Teunisbloem zich opent als het begint te donkeren. Elke plant of dier, waaronder ook de mens, heeft een biologische klok die op haar eigen wijze allerlei zaken bepaalt. Zo bloeit de sneeuwklok in februari, de aster in de herfst , weet de gierzwaluw dat hij rond eind juli moet vertrekken en wordt een mens chagrijnig als de klok verzet wordt in voor- en najaar en zijn levensritme verstoord wordt. Zodra de schemer valt opent de Teunisbloem haar knoppen en binnen één minuut ontvouwen zich de bloemen. Opeens zie je overal om je heen fluorescerende gele bloemen die de indruk wekken of overal lampjes aangaan. Ze verspreiden een geur die nachtvlinders aantrekken voor de bestuiving. Heel leuk om dat opengaan van de nectarwinkel eens te bekijken.

21 juli 2018

Steeds meer droevig stemmende berichten komen uit de verdrogende natuur. Alarm wordt ook geslagen over droogvallende beken en sloten waar al duizenden vissen de dupe van werden. Zeldzame soorten als Beekprik, Elrits, Rivier- en Beekdonderpad (geen padden maar vissen) dreigen een enorme klap te krijgen. Reden voor waterschappen en hengelsportverenigingen om reddingsacties op te zetten. Ook in de Soerense beek vallen stukken droog. Het is een van de vele kunstmatig aangelegde waterlopen op de Veluwe die uniek zijn in Europa. Ze werden zo'n vierhonderd jaar geleden gegraven omdat men langs de Veluwezoom molens wilde bouwen die water nodig hadden om te draaien. Wat later in de tijd ging men het water ook gebruiken in wasserijen en papierfabrieken. Sprengenbeken worden continue gevoed door het grondwater. Dat is nu flink aan het zakken. Langs de beek groeit het Dubbelloof (Blechnum spicant) dat op de Rode Lijst van beschermde planten staat doordat de soort achteruit gaat.

In de Soerense beek zag ik een kleine plek Groot bronkruid (Montana fontana L), een zeldzame waterplant met kleine witte bloempjes.

Ook Egelskop (Sprarganium erecta)  trof ik er aan. Slechts één plant maar dat kan een belofte zijn voor de toekomst. Het is een waardplant voor wantsen, cicaden en plantenluizen. Maar ook voor kevers- en vlindersoorten.

Ik fietste langs de plek waar het varkensras Bonte Bentheimer gewoonlijk te zien is. Zeugen met biggen die gelukkig de gelegenheid krijgen een "echt varken" te zijn, dus ook in de modder te kunnen rollen. Ik zag ze niet. Op een paal stond dit bericht, ik kreeg er een wat dubbel gevoel bij: zouden al die varkens inmiddels geslacht zijn?

Maar nee, achter het bord lag een zeug, diep in slaap en loom door de hitte. Wel een beetje sneu zo'n eenzaam dier. Maar de volvette dame zal vast wel weer biggetjes gaan baren want het geld moet immers blijven rollen, nietwaar?

19 juli 2018

Gisteren was er al op een van de foto's een glimp te zien van dit insect dat bij de soldaatjes op een schermbloem zat, maar nu weet ik dankzij een lezeres met kennis van zaken de naam: Oranje dwergbladroller (Pammene aurana), ongeveer 1 centimeter groot. Het leeft op de bloemen van de Gewone berenklauw. De rupsen overwinteren onder de grond. Nog een wijziging van de naam van het weeskind, de vlinder waar ik de laatste dagen over schreef. Het blijkt niet het algemene Rood weeskind te zijn maar het Karmozijnrode weeskind (Catocala sponsa). De nachtvlinder staat op de Rode Lijst as zeldzaam vermeld. Ook voor deze bijzondere vlinder is de warme superzomer dus een bepalende factor voor succes. Ze worden veel meer gezien dan in voorgaande jaren. Geweldig dus dat ik er maar liefst vier tegelijk op de meloenschillen had.

Vliegende mieren hadden we deze zomer nog gemist maar nu waren er een paar in de eigen tuin. Heel kleine zwarte miertjes met witte vleugeltjes verschenen vanonder een stronk hout. Het schouwspel is altijd zo weer voorbij. Ze kruipen verdwaasd (zo lijkt het) wat rond, gaan dan naar het hoogste topje, steken de voorpootjes in de lucht en laten zich meenemen op de wind om zo met de koningin te kunnen paren. Zo ging het tenminste met deze soort, ik weet niet welke het is.

Als mieren op bruiloftsvlucht gaan worden de vogels daar blij van. De gierzwaluwen vliegen met open bekjes rond en vangen ze met het grootste gemak. Maar er lijken al heel veel gierzwaluwen vertrokken. Een paar dagen geleden vlogen ze nog met hun jongen in flinke groepen gierend door het luchtruim maar we zien er nog maar weinigen. Ik probeer ze aldoor te fotograferen maar helaas vliegen ze te hoog, vaak ook te snel. En nu heeft mijn camera het ook nog begeven dus dat wordt niets meer. Ik blijf dromen van een fraaie foto van een passerende gierzwaluw. Dat de vogels nu al wegtrekken is opmerkelijk; ze kwamen immers nogal laat aan. Ze moeten dus in een recordtempo een nest jongen hebben voortgebracht. Meestal gaan ze omstreeks eind juni weer op weg naar hun overwinteringgebieden in Afrika .

In de grasbermen in onze straat zoeken de kauwtjes volhardend naar voedsel, gevolgd door hun bedelende jongen. Dat deed me besluiten ze een handje te helpen door het restantje vetbollen dat nog in de garage lag fijn te hakken en met wat speciaal vogelvoer vol dode meelwormen en bessen over het uitgedroogde gras uit te strooien. Morgenochtend nog wat en dan is dat vogelvoer ook weer op.

18 juli 2018

Mensen, wat is de aarde toch droog! Op de fiets heb ik dat nog eens goed in ogenschouw genomen. In de dorre weilanden is geen koe meer te zien, die staan in de stal, mede vanwege de hitte. Het boerenland biedt een bizarre aanblik omdat ze in dit gebied altijd met vele lopen te grazen en het er nu zo leeg is.

De koeien produceren natuurlijk ook in de stallen gewoon mest en daar zitten de boeren mee in hun maag momenteel. Noodgedwongen moeten ze dan toch maar gaan gieren op hun akkers en weilanden, ook al zijn die kurkdroog en groeit er niets.

Langs een statige oprijlaan naar een boerderij zag ik een rij treurig uitziende beukenbomen die zeer te lijden hadden van de droogte. Het grondwater zit te diep, de wortels kunnen er niet bij en de bomen staan gewoon te verdrogen.

In de bermen groeit ook niet veel bij deze omstandigheden. In een Engelwortel (Angelica anchangelica) zag ik deze soldaatjes, de enige die ik op mijn fietstocht zag op de schermbloemen. Er zit ook een leuk motje bij, met drie gele vlekjes op de vleugels.

Het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) dat nu bloeit, trekt altijd leuke insecten maar nu niet. Ik zag een hommeltje en een paar heel kleine mieren die op de bloemen rondkropen. En het zo broodnodige vocht waar de natuur stilzwijgend om smeekt, blijft maar uit.....

16 juli 2018

Nog een laatste keer, dat beloof ik: het Rood weeskind komt nu ook in de vroege ochtend als de zon nog niet op de tuintafel schijnt. De geur van meloen en nectarine wijst hem de weg en gulzig duikt zijn roltong er in. Deze vlinders blijken verbazingwekkend rustig als je ze benadert. Je kunt er heel dicht bijkomen en dat is natuurlijk leuk. Hoe lang zouden we ze nog zien, zo lang duurt een vlinderleven immers niet. Het Rood weeskind brengt in de loop van de zomer maar één generatie voort en bijzonder is dat de eitjes overwinteren en pas volgend voorjaar uitkomen.

De Judaspenning is helemaal klaar om zijn zaden te verspreiden. Slechts een ragdun schildje houdt ze nog even vast. Ik word er altijd een beetje kriebelig van als ik de zilveren penningen zie hangen, het is een teken dat de zomer al aardig voortschrijdt. Maar wat zeur ik, door het almaar warme en zonnige weer duurt de zomer voor je gevoel juist eindeloos en we hebben nog meer dan twee maanden te gaan, zo houd ik me voor. Een kwestie van hoe je het bekijkt: glas half vol of glas half leeg. Het komt gewoon omdat dit mijn favoriete seizoen is, samen met de lente. En ieder jaar zou ik ze wel willen vasthouden als het eind ervan in zicht is.

De kauwen hebben het heel erg moeilijk. Er zijn heel veel jonge vogels uitgevlogen en dagenlang liepen die te bedelen om voer bij hun ouders. Maar in de diep verdroogde grasvelden is nauwelijks iets te vinden en steeds meer kauwen lijken te zijn verdwenen. Vanmorgen zag ik op het in de zon blakende grasveld langs de straat een jong liggen terwijl een van de ouders er bij zat en de vleugels over het kind spreidde om het voor de brandende zon te beschermen. Ik ben maar snel doorgefietst, ik vond het een aangrijpend tafereel.

Bij een kennisje zag ik deze bloem van een Hibiscus, hij leek wel van crêpepapier gemaakt. Zij vond hem niet mooi, te groot en de struik te dicht bebladerd. Ik heb een bloem meegenomen en even op de Hemelsleutel gelegd voor een foto.  Misschien ga ik wel proberen de hibiscus te stekken. Ik hou ook niet zo van grote bloemen maar zo enorm is hij natuurlijk ook weer niet en ik vind hem ook wel mooi met dat paarse hart.

Ik hing wat in de tuinstoel te puffen van de warmte en zag deze Hooiwagen zitten. Omdat de macrolens toevallig op mijn camera zat probeerde ik de spin te fotograferen. De kleine scherptediepte is altijd het punt bij macrofotografie maar dat een hooiwagen zulke donkere oogjes had, wist ik niet. Het is aldoor te warm om er opuit te gaan. Net als de natuur snak ik ook naar koelte en regen. En wie niet!

14 juli 2018

Misschien zijn er lezers die nu denken: "nee he, alwéér over vlinders". Maar ja, dit is wel een dagboek en de vlinders spelen een grote rol momenteel. Want had ik eerst een enkel Rood weeskind op de meloenschillen, later werden dat er twee. Toen ik gisteravond bij het vallen van de schemer nog even keek, zag ik er drie en een vierde vloog om mijn hoofd en landde eveneens op de zoet ruikende vruchtenmassa waar nu ook een overrijpe nectarine lag. En dit was toch echt de eerste vlinder van deze soort die ik in mijn leven zag, een dag of wat geleden. Het kan bijna niet anders dan deze weeskinderen doen het in deze buitengewone zomer fantastisch, alhoewel ik dat niet kan terugvinden op de site waarneming.nl Eindelijk was er een van de vier zo vriendelijk om mij een bescheiden blik te gunnen onder zijn of haar rokken. Wat een mooie kleur!

Vanmiddag zat ik een tijdje buiten in de tuin wat rond te kijken en zag daar voor de derde maal deze zomer een Kleine ijsvogelvlinder. Als "beschermd" op de Rode Lijst als zeldzame vlinder in ons land, beleeft  ook deze soort een topzomer. De vlinder ging even zitten rusten op een blad in de vijver, het is al een oud en afgevlogen exemplaar.

Terwijl ik onder de dieppaarse parasol zat die ik net had open gedraaid, ontdekte ik daar een mooie nachtvlinder. Helaas zijn de kleuren op de foto niet natuurgetrouw. Het paars is te flets, de vlinder te licht maar ik (die een hekel heb aan ingewikkelde programma's) stel me tevreden met een eenvoudig fotobewerkingsprogramma en dat weet er niets beters van te brouwen. Het is de Pyramidevlinder die het al snel onder het door de zon beschenen doek te warm onder de voetjes werd en weg vloog, de klimop in.

Het kleine Muntvlindertje is deze zomer schaars, en waarom? Ik zou het niet weten. Alleen in het voorjaar heb ik het maar een keer of twee in de tuin gezien terwijl het andere jaren veelvuldig te zien is. De bekende kleurige dagvlinders vliegen hier ook niet veel rond. Misschien lokt onze vlinderstruik ze nog hierheen, als weldra de bloei daarvan begint.

12 juli 2018

Iemand stuurde mij een vakantiekaart uit Duitsland. Altijd gezellig om te ontvangen. Ze kampeerde bij de Moezel en zag dagelijks Koninginnepages, schreef ze. Dat is natuurlijk jaloersmakend want bij ons doet deze vlinder het de laatste jaren niet goed. Maar deze zomer blijkt hij voor het eerst in een paar jaar weer boven de moestuinen te vliegen. Een tuinder bracht me deze rups, wetende dat ik die in voorgaande jaren uitkweekte en in de lente weer losliet boven de tuinen. De rups was toe aan verpopping, dat was duidelijk te zien aan de houding die hij had aangenomen. Toen ik hem zag zat hij al een poosje in een potje en dat had verstorend gewerkt. Kort nadat ik hem op een goed plekje had neergezet bleek hij verdwenen. Vermoedelijk is de rups nu verhuisd naar onze Aristolochia waar hij zich hopelijk achter die dikke bladerlaag op een tak met succes heeft kunnen verpoppen. Ik zal dat pas kunnen ontdekken als het blad van de klimplant is afgevallen.

De tijd van voortplanting is nog lang niet voorbij in de natuur. Op een onbeschermd blad van een Rode kool zag ik de eitjes van het Groot koolwitje (Pieris brasiccae), de vijand van de moestuinier.  De eitjes van deze vlinder worden altijd in zogenaamde "clusters" gelegd. Wat verder op het blad liggen ook nog grijze luizen en nog een ander insect dat ik niet weet te benoemen: te klein en te ontduidelijk op deze foto.

Een Roodborst met een insect dat dienen moet als voer voor de nestjongen. De vogels hebben het zwaar om hun jongen groot te brengen. Kwam die lang verwachte regen nu toch eindelijk eens.

Een volmaakte bloem van een Lavatera. Doordat de bloemblaadjes versmald zijn aan de bloembodem, is het kelkblad te zien wat de bloem haar bijzondere charme geeft.

Een tussenvorm van de Groene stinkwants (Palomena prasina). Ik vind het altijd zo wonderlijk dat na elke vervelling een wants verschijnt die zo anders is dan zijn ouder. De wants vervelt vijf keer voordat hij een volwassen imago is. Tot dan heet hij "nimf". Aan de zijkant van het borststuk kan deze wants een vies ruikende vloeistof persen als afweer tegen vijanden. Vandaar de naam "stinkwants".

11 juli 2018

Ze bloeien weer, de schitterende bloemen van Cichorei (Cichorium intibus). Als plant kan Cichorei me niet bekoren maar voor de bloemen maak ik een buiging. Zie die kleur, de meeldraden in dezelfde tint, ik zou in deze kleur wel een zomerjurk willen hebben. De wortel van deze plant slaat inuline op in een hoeveelheid die het aantrekkelijk maakt om de planten speciaal daarvoor te kweken. In het eerste jaar ontstaat een penwortel, in het tweede jaar komt de plant tot bloei. De voedselindustrie gebruikt inuline in allerlei producten als suikervervanger. Het schijnt dat de stof ook goed is voor een gezonde darmflora. Inuline wordt ook wel gebruikt om de nierfunctie te meten. Een interessante en nuttige mooie plant dus.

In een recordtempo worden opeens de vruchten van de Japanse wijnbes rijp en dat hebben de merels meteen in de gaten. Al vliegend happen ze de zoetzure bessen van de plant. Ik heb er dus maar snel wat geoogst voordat alles verdwenen is. Op zich vind ik dat niet erg, ik vind het delen van de tuinopbrengst zelfs wel leuk. Het is de enige struik die het goed doet de rest van de planten is helaas totaal verdroogd. Wat ik me heb toegeëigend gaat in de vriezer en dient t.z.t. weer als versiering voor een of ander baksel. Niet als kers maar als bes op de taart.

Toen ik gisteravond, toen het al bijna donker was, nog even naar buiten liep om te zien of er weer een stel grote naaktslakken op de meloen zat (die ik vervolgens in hun kraag had willen grijpen) zag ik tot mijn vreugde maar liefst twee exemplaren van het Groot avondrood (zie 9 juli) op de schillen zitten. Door het warme weer van de laatste tijd zijn er veel vlinders te zien die we anders maar mondjesmaat kunnen aanschouwen. Eerder was dat al het geval met de IJsvogelvlinder, recent met de Eikenpage en nu dus met dit Rood Weeskind dat de roodgekleurde achtervleugels helaas alleen laten zien tijdens het vliegen.

De plant Hengel (Melampyrum pratense) kan aardig goed tegen de droogte en staat er in vergelijk met andere wilde planten nog  fris blij al zijn toch ook de bloempjes nu wel aan de kleine kant. Hengel is een halfparasiet die gebruik maakt van andere planten om voedingsstoffen uit de bodem te halen. Dat doet de plant voornamelijk op bosbes en eik. Daar elke plant een naam moet hebben is er wel eens wat fantasie nodig om dat voor elkaar te krijgen. Zo dankt Hengel haar naam aan het gegeven dat de bloemen en stengels wat naar voren buigen in de groei.

De langwerpige naast elkaar staande bloemen van Hengel worden bezocht door hommels, zowel die met een korte als een lange tong. Hengel groeit het liefst op wat beschaduwde plekken, je ziet hem vaak langs een bomenrij staan.

9 juli 2018

De blakende zon heeft veel plassen en plasjes opgedroogd en het is dan ook geen overbodige luxe om de vogels water voor te zetten. Je beleeft er zelf ook een hoop plezier aan trouwens. Soms ook drinken vogels liever uit schalen dan uit de vijver. Er verschijnen steeds meer jonge vogels in de tuin, we hebben ze nogal gemist. Zo'n plaatje van een badderende jonge pimpelmees, genomen met een niet al te snelle sluitertijd, levert een leuke aquarel op.  Als je hem op de muur zou hangen zou misschien menigeen dit blauwe geheel niet eens als vogel herkennen.

Doordat het water in de vijver steeds verder zakt komen de blaadjes van het Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) ruimer bovenop het water te liggen en insecten vinden dat wel plezierig. Het is grappig te zien hoeveel er een korte landing maken om even een slok vocht op te nemen, net als deze zweefvlieg.

De Schaatsenrijder (Cherris lacustris) is een vernuftig waterdiertje. Hij is een waterwants hetgeen je wel kunt zien aan de kenmerkende zuigsnuit waarmee wantsen hun prooien leegzuigen. Lichaam en poten zijn voorzien van een heleboel minuscule haartjes die waterafstotend zijn en ook nog voorzien van een waslaagje waardoor ze blijven drijven op het water. In de biologieles op school leerden we al dat water voorzien is van een  oppervlaktespanning die ook meehelpt de insecten te dragen. De paring van deze insecten is een woeste aangelegenheid waarbij het vrouwtje niets heeft in te brengen. Manlief heeft voelsprieten die zo ontworpen zijn dat ze naadloos om de kop van een vrouwtje passen. Die heeft dus geen schijn van een kans om aan de aanranding te ontkomen.

Waarom zou je fruitafval in de container gooien als je er de insecten een lol mee kunt doen. Net als vorig jaar had ik er echter niet veel succes mee, vlinders waren er heel weinig net als andere leuke insecten. Maar ditmaal was het raak, deze prachtige nachtvlinder Rood Weeskind (Catocalo nupta)  genaamd, was op de zoete geur van de meloenschillen afgekomen. Nog net zijn twee rode stipjes van de achtervleugels te zien. Al twee avonden, zo tegen schemer, dacht ik een vleermuis door de tuin te zien vliegen maar dat kon niet, gezien de kleine afmeting. Het bleek dus dit weeskind. De vlinder is de grootste nachtvlinder die we in ons land zien. Hoewel het een algemene soort is, had ik hem nooit eerder gezien; het is een bijzonder vlinderjaar door het tropische weer dat  nu al vele weken lang aanhoudt. Maar dat weer heeft ook veel nadelen. De waardplanten waarop vlinders hun eitjes leggen en de rupsen moeten leven  zijn verdroogd en verdord en dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor de volgende vlindergeneratie..

Het witje is de meest voorkomende vlinder. Bij honderden fladderden ze plaatselijk rond maar het zijn niet allemaal dezelfde, ook al zijn ze wit of geelwit. Meestal gaat het om het Klein koolwitje en het Klein geaderd witje (Pieris napi) , als op deze foto. Het Groot koolwitje is minder algemeen. Ze brengen per jaar meerdere generaties voort. Deze vlinderfamilie telt  wereldwijd honderden soorten, 14 daarvan leven in ons land. Ze hebben ook andere kleuren dan de bekendste "koolwitjes" zoals ze in de volksmond worden genoemd. Citroenvlinder, Gele en Oranje Luzernevlinder, en Oranjetip bijvoorbeeld behoren er ook toe.

2 juli 2018

In Gelderland is het overwegend zo ontzettend droog geworden dat plaatselijk jonge ooievaars door voedselgebrek de een na de ander het loodje leggen. Naast muizen en mollen eten ooievaars hoofdzakelijk regenwormen en die zitten nu te diep in de bodem. Grote insecten zijn er nauwelijks. Het speelt ook in Drenthe en Overijssel. In Nederland leven zo'n 1.000 ooievaarsparen.

Met eksters, kauwtjes, roeken en kraaien gaat het in onze omgeving prima. Er zijn heel veel jongen geboren maar als je ze over de bruine grasvelden ziet lopen zoeken komt vanzelf de vraag op of  ook zij lijden onder voedseltekort. De tijd zal het moeten uitwijzen. Het randje van de eksterveer hield ik zodanig dat het licht erop kon vallen. Dan alleen pas komt de mooie blauwe kleur tevoorschijn. Die ontstaat door een combinatie van microscopisch kleine deeltjes in de veerstructuur, kleurstof en teruggekaatst licht.
Na vandaag volgen deze week geen nieuwe berichten.

30 juni 2018

                                                                   Voor Hylkje

29 juni 2018

"Lack of insects in The Netherlands is bugging the House martin"  lees ik op de website van Farmlandbirds. Vogelbescherming heeft 2018 uitgeroepen als Jaar van de Huiszwaluw om op de afname van deze vogels de aandacht te vestigen. Ook de Groningse vogelringer Doevendans merkt bij zijn werkzaamheden op dat er opvallend veel jonge zwaluwen dood in de nesten liggen en dat een aantal dat nog wel in leven is, te weinig weegt. Opnieuw een dramatisch gevolg van de schrikbarende afname van insecten. Sinds 1970 is de populatie huiszwaluwen afgenomen met 80%. Het kan niet anders of ook andere zwaluwsoorten moeten hiermee te kampen hebben. Al deze feiten geven aan hoe ongezond ons landschap geworden is. Eind april stemden nog 16 Europese lidstaten tegen een verbod op drie soorten neonicotinoïden waarvan onderhand wel vaststaat dat ze een ramp zijn voor insecten. Boerenorganisatie LTO Nederland en Akkerbouw NAV lieten weten het onverantwoord te vinden om te stoppen met deze middelen omdat zo de opbrengst verlaagd wordt. Je vraagt je af hoe de mensheid het vroeger deed. in de tijd dat voedsel nog niet met behulp van gif geproduceerd werd.

We beleven een zomer die bijna ongelooflijk is en volgens een weerstation nog doorgaat tot "diep in juli". Het is te warm op er op uit te gaan en ik verkies de schaduw en af en toe een lichte bries. Omdat mijn camera binnen handbereik ligt ga ik maar wat bloemenplaatjes schieten. Deze Sundaville "Cream pink" was ik niet van plan aan te schaffen maar toen ik hem twee dagen geleden bij de bloemist zag staan ben ik er toch voor bezweken. Nu staat hij te pronken onderaan de stam van de klimroos die altijd wat kaal is. De ranken heb ik om de kale stengels gebogen en als de zon op de bloemen schijnt is het alsof er een vuurtje in brandt.

De Oranje cosmea heeft bloemen die er uitzien alsof ze altijd blij en vrolijk zijn. Hun blaadjes lijken te dansen van plezier. Het zijn net balletdanseresjes.

Van een stekje dat ik eigenlijk niet mocht meenemen vanwege de wettelijke voorschriften, maar het toch deed, heb ik al jaren plezier. Het is een Geranium met grote bloemen. 's Winters staat hij natuurlijk binnen en wordt een dunne lange pierlala maar tegen de lente knip ik al die te lange stengels af en stek ze. Zo heb ik al heel veel planten gekregen die ik uitdeel aan  liefhebbers. Ongehoorzaamheid op dit punt levert wel een hoop plezier op. En doen kwekers niet hetzelfde met bollen en planten uit den vreemde? Waar zouden anders al die bijzondere noviteiten vandaan komen!

Een Houtduif in de Krentenboom neemt even de situatie in zich op en vraagt zich af of hij wel veilig naar de drinkbak kan vliegen nu wij buiten zitten. Maar hij is zo dorstig dat hij het toch maar doet. Overal in de tuin staan waterschalen en ik ben weer begonnen de mussen en de mezen te voeren. Een zak zonnepitten die niet op ging en wat strooizaad voor tuinvogels worden zeer enthousiast ontvangen. Vooral door de mussen. Wie weet komen er ook andere soorten op af, er zijn maar heel weinig vogels te zien om me heen.

28 juni 2018

Steeds meer dagvlinders laten zich zien, zoals de "zomeruitgave" van het Landkaartje (Araschnia levana) dat ik gisteren voor het eerst zag vliegen. Wonderlijk eigenlijk dat de eerste generatie van deze vlinder er volkomen anders uitziet (oranje) dan de donkere verschijning die nu gaat vliegen. De Dagpauwoog zag ik vanmorgen voor het eerst. Natuurvorsers beginnen zich zorgen te maken over de aanhoudende droogte en de gevolgen voor de natuur. Plassen die opdrogen met gevolgen voor onder andere amfibieën, bloemen die geen nectar geven waardoor insecten in de problemen komen, planten die niet eens tot bloeien komen, vruchten die verdrogen. Het zijn allemaal verschijnselen op zich die een kettingreactie voor de fauna kunnen gaan betekenen. Tuinen waar water wordt gegeven vormen als het ware kleine oases voor het dierenleven maar het is niet genoeg natuurlijk. Gelukkig is het niet overal in het land even ernstig.

In ons dorp staan meerdere lindebomen. Op de plaatselijke begraafplaats staat een hele mooie; de takken hangen over het trottoir dat er langs loopt en de boom bloeit momenteel heel rijk. Het viel me op dat er maar weinig insecten op de bloesem vlogen, dat is meestal anders. Wellicht speelt hier ook de droogte een rol. 

De Hollandse linde (Tilia x vulgaris) die hier staat is goed herkenbaar door de opslag (waterlot) die altijd aan de voet groeit. Na de bloesem komen in het najaar de bekende vruchten die wij als kinderen vroeger om onze oren hingen. Lindebomen zijn berucht om hun plakkerige afscheiding die alles in de buurt van de boom besmeurt. Deze "honingdauw" wordt veroorzaakt door enorme hoeveelheden lindebladluizen die onder de bladeren zitten. Het plakkerige spul wordt weer genuttigd door bijen, wespen en mieren. Boomkwekers zochten met succes naar nieuwe varianten van de lindeboom waarbij dit kleverige goedje niet verschijnt . Krimlinde en Zilverlinde zijn trouwens nauwelijks aantrekkelijk voor de bladluizen vanwege de vele haartjes onder het blad. Winterlinde is de vierde inheemse soort.

Het blad van de Zomerlinde zat vol met kleine gallen. Op alle lindes komen meerdere soorten voor. De gallen worden door galmijten en galmuggen veroorzaakt. Deze galletjes door de  galmijt  Phytoptus abnormus. De minuscule beestjes veroorzaken de gallen door hun steeksnuiten in het weefsel van het blad te steken.

27 juni 2018

Vandaag heb ik iets gedaan wat ik niet leuk vond: ik hielp iemand de vele coloradokevers van zijn aardappelplanten te plukken. Gelukkig is hij een natuurminnend persoon die nooit gemene chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt dus verwijderden wij de beestjes handmatig. In mijn kindertijd waren deze kevers een heel normaal verschijnsel, hoewel ze een ravage aanrichtten op het aardappelloof waardoor de oogst mislukte.  Pas later kwamen akelige middeltjes op de markt die niet alleen de kevers verdelgden maar ook het milieu. Nu het klimaat opwarmt zullen we ze weer veel vaker zien.

De Coloradokever  (Leptinotarsa decemleata) is een zeer mooi insect, jammer dat het zo schadelijk is. Bij de huidige hoge temperatuur gaat de voortplanting buitengewoon snel. Als het in juli en augustus ook warm blijft kunnen er wel drie generaties kevers verschijnen. Eitjes worden onder het blad gelegd en al vanaf de vijfde dag kunnen die uitkomen. De larven zijn aanvankelijk grijs maar vervellen in een week of vijf driemaal waarbij ze telkens roder worden. Na de laatste vervelling eten ze zich nog even vol en laten zich dan op de grond vallen en kruipen in de grond om te verpoppen. Meer dan 7 graden vorst in de bodem overleven ze niet, dus dat valt al mee. De beste manier om ze op volkstuinen te bestrijden is met het biologische middel van Ecostyle. Maar leuk is het niet.

Ze bloeien weer, de ipomea's "Morning glory" en wie ze ziet staat met open mond te kijken naar zoveel schoonheid. Ik slaag er maar niet in om de kleur natuurgetrouw op een foto te krijgen. Ze zijn van een onvoorstelbaar diep blauwpaars dat oogt als fluweel.  De bloemen zijn fors en ze maken tuinliefhebbers zeer hebberig. Allemaal willen ze wel een zaadje, nog liever, een zaailing. Dus zal ik ze volgende lente maar weer royaal zaaien en uitdelen. Nu hebben we de knoppen al zo vaak uit zien komen, toch staan manlief en ik ze elke morgen weer  te bewonderen.

Gisteravond vloog er een insect door de kamer, de deur stond nog open en dit nachtmotje werd waarschijnlijk aangetrokken door het licht binnen. Het bleef maar vliegen en ik kon niet eens ziet wat het was tot het eindelijk landde op een bloempje van de Lavendel dat in een vaasje stond. Toen zag ik dat het een Vedermot was. Vreemde beestjes om te zien. In rust rollen ze hun vleugels wat op en lijken dan op de letter T.  Vedermotten vormen een familie van de nachtvlinders waarin vele op elkaar lijken maar dit is een Scherphoekvedermot (Amblyptilia acanthadactyla).  Je zou het niet verwachten van zo'n frêle wezentje maar het overwintert en legt in de maand februari al vaak haar eitjes.

26 juni 2018

Nou, die heeft het maar net overleefd. Ontsnapt uit een vogelsnavel, gehavend maar nog goed in staat z'n leventje nog even voort te zetten. Hoe lang een vlinder leeft verschilt van soort tot soort. Een Distelvlinder (Vanessa cardui) kan met gemak een jaar halen.  In Nederland en België zien we hem als trekvlinder; in sommige jaren zijn er meer, andere jaren weer minder. De vlinder overwintert in Zuid-Europa en vliegt elk jaar richting noorden. zodat wij ze ook kunnen waarnemen. 

Voor het eerst zag ik gisteren in mijn omgeving een Metaalvlinder (Adscita statices) . Ik zag ze tot dan ze alleen in Drenthe. Toch is het een typische soort van de zandgrond in het oosten van ons land, waarschijnlijk worden ze vanwege hun kleur en formaat weinig opgemerkt. Tegen het groen van de planten vallen ze bijna weg. Op zo'n plaatje lijkt de vlinder heel wat maar het is maar een kleintje: hij heeft maar een vleugellengte van ongeveer anderhalve centimeter. Jakobskruiskruid is een van de soorten waar hij op vliegt.

het Boomblauwtje heeft mijn miniatuur vlinderstruikje ontdekt. Het heeft heel aardige bloempjes maar zo mini als de kweker de noviteit presenteerde is het struikje toch niet. De langste takken zijn bijna 90 centimeter, beloofd was 45. Het blauwtje vindt het wel een fijne plant en maakt druk gebruik van de nectar die de bloempjes leveren. Het vlinderstuikje bloeit tot in oktober, zo is de vermelding. Naam van deze nieuwe kleine soort: Buddleya alternifolia Pmoore12 "Unique".

Ha, eindelijk, de Karthuizer anjer heeft het lang zonder Citroenvlinder moeten doen maar eindelijk is er dan een. Meteen niet meer weg te slaan van deze plant. Een Franse veldwesp wil ook mee delen in de nectar. Wel jammer dat de anjer al bijna is uitgebloeid. De vlinders zijn aan de late kant maar het lijkt er nu toch echt op dat we meer dagvlinders zullen gaan zien.

Een Rozenkever die een dutje zit te doen? Of toch niet? Van deze keverfamilie lijken de soorten veel op elkaar maar dit lijkt me  toch de Anomala dubia die heel vaak eenkleurig is maar af en toe ook een groene kop heeft en dan veel op de Rozenkever lijkt. Helemaal zeker weet ik het niet. Slapende insecten zitten vaak met de kop wat naar beneden gebogen, zo is me opgevallen.

25 juni 2018

Terwijl ik de veger over de keukenvloer haalde om het zand te verwijderen dat dagelijks vanuit de tuin naar binnen wordt gelopen, vloog opeens een forse nachtvlinder op. Die had op de mat gezeten maar vanwege z'n  donkere uiterlijk had ik hem niet gezien. Hij vloog richting raam en landde op het kozijn. Onder de fraai getekende vleugels zaten rode vleugels. Ze waren alleen te zien terwijl de vlinder vloog. Alhoewel een Huismoeder in elke beschrijving van het insect gele ondervleugels heeft, kon ik nergens iets vinden over een Huismoeder met rode vleugels, en kleurenblind ben ik echt niet. Eén foto op de website Waarneming liet eenzelfde plaatje zien als ik hier geschoten heb. Inderdaad toch een Huismoeder, voor mij een raadsel.

Deze Boogsnuituil (Herminia grisealis) fotografeerde ik enige jaren geleden. Ik zoek altijd  in bepaalde tijdstippen van het jaar naar nachtvlinders maar ik zie ze steeds minder. Dat klopt ook wel want ze gaan in aantal en soort behoorlijk achteruit. Lichtvervuiling lijkt ze hormonaal in de war te brengen waardoor hun leefwijze verandert.

Het Kroonvogeltje (Ptilodon capucina) is ook een nachtvlinder die ik al jaren niet meer gezien heb. Dat er zoveel verdwijnt aan vogels, vlinders en allerlei andere insecten geeft me vaak een zeer onbehaaglijk gevoel. Wij mensen zijn slechts de hoeders van de natuur en hebben de plicht die in goede staat over te dragen aan de generatie na ons. Maar dat doen we niet. Ik dacht eraan toen ik iemand in het radioprogramma Vroege Vogels afgelopen zondag hoorde vertellen dat ze met medewerking van het IVN in Nijmgen tienduizenden planten van de Grote balsemien uitgetrokken hadden. Volgens de spreker waren er veel te veel, maakten ze door hun massale voorkomen een plek ongeschikt voor andere planten en .......... lokten insecten weg van andere planten omdat de balsemienen zoveel nectar produceerden! Dus er wordt een soort bestreden die juist van groot belang is voor de insecten die in zorgwekkende aantallen verdwijnen.

Nu weer even terug naar de Jacobsrupsen op mijn volkstuin. De vijf planten van het overal massaal bestreden Jakobskruiskruid werden door de rupsen totaal opgevreten. Eigenlijk was er niet genoeg voor de vele rupsjes die uit de eitjes gekomen waren. Uiteindelijk verspreidden de rupsen zich over meerdere volkstuinen om een plekje te zoeken voor de verpopping. Ik hoorde dat een van de tuinders een rups op zijn aardbeien vond en meteen mee naar huis nam om hem te fotograferen. Maar ook hoorde ik van iemand dat ze wel 10 van die mooie sint-jacobsvlindertjes had zien vliegen. Waarmee ik maar wil aantonen hoe eenvoudig het is om een biotoop te herstellen of in stand te houden, waarmee de natuur een dienst wordt bewezen. Voor de tuinders zijn de rupsen geen probleem, ze leven in alle stadia uitsluitend van het Jakobskruiskruid. Dit soort maatregelen kun je ook goed toepassen in je eigen tuin. Het is nog leuk ook!

Laten we met z'n allen eens wat meer nachtvlinders lokkende planten in onze tuinen zetten. Er zijn er zoveel die de moeite waard zijn: Wilde reseda, Koninginnekruid, Verbena bonariënsis (foto),  floxen, eenjarige afrikaantjes, siertabak, Kamperfoelie, Damastbloem, de sedumsoort  Hemelsleutel, Herfstaster. Allemaal planten die ook nog het oog strelen. Ik ga nog wat namen vast achter in mijn agenda schrijven, zodat ik ze volgende lente niet vergeet te zaaien of te kopen.
Al zet iedereen er maar een paar in z'n tuintje, dat zou toch geweldig zijn?

24 juni 2018

Het bericht is inmiddels de wereld ingestuurd: dit wordt de droogste junimaand sinds 1901 toen men begon dit soort gegevens bij te houden. Met name de droogte in de oostelijke helft van het land (Twente, Achterhoek, Noord-Limburg en delen van de Veluwe) hebben te lijden onder grote droogte. In mijn dorp zie ik struiken van Kardinaalshoed waarvan blad en vrucht hangen te verdrogen, idem dito aan sommige Hazelaars en op deze begraafplaats, maar ook daar buiten,  staat de Rhododendron erbij alsop z'n laatste uur geslagen is. Op de plaatselijke begraafplaats staat het verdroogde gras zo hoog dat de grafzerken er bijna in verdwijnen. Blijkbaar staat men hier een plek voor waar de natuur haar gang mag gaan. Er zijn paden gemaaid maar graven worden omringd of begroeid door grassen en allerlei wilde bloemen. En steeds meer verschijnt daarvan: geel walstro, hertshoorn, soorten sedum, grasklokjes, teveel om op te noemen.

De begraafplaats dateert uit 1842 en er zijn in de loop van de tijd veel bekende mensen ter aarde besteld. Niet alleen bekendheden als de schrijvers P.A. Daun en Jan Ligthart maar ook plaatselijke grootheden uit het verleden. Dit is het graf van de familie Viëtor. Een eenvoudige steen vermeldt alleen een familienaam en een soort wapen. Maar het eigenlijke wapen van deze familie ziet er anders uit. In dit versiersel van de steen, waarin een doodskop is verwerkt, huist voor de bezoeker van dit Gedenkpark, zoals het ook heet, een hoop mysterie. Aan "juffrouw Viëtor" een indertijd invloedrijke grootheid, hebben wij in elk geval ons fraaie Carolinapark te danken. Ik vind het mooi aan zo'n oude begraafplaats dat er behalve veel bekende mensen ook een stuk interessante geschiedenis van ons dorp ligt.

Zandblauwtjes (Jasione montana) hebben het hier ook naar hun zin, ze groeien er volop. Ze kunnen heel goed tegen droogte en groeien op kalkarme, humusachtige grond.

Grasklokjes staan er gewoonlijk heel veel, maar dit jaar zijn ze er maar mondjesmaat. Dat zal wel te maken hebben met de droge bodem.

Ik zag er een heleboel vuurwantsen die zich te goed leken te doen aan de zaden van uitgebloeide kleine plantjes waarvan niet meer te zien was welke het waren. Deze twee nimfen van de Vuurwants (Phyrrhocorus apterus) moeten nog even vervellen voor ze net zo mooi zijn als hun ouders.

Zo worden ze uiteindelijk, prachtig getekende insecten.

23 juni 2018

Rupsen van de Wapendrager. De lege eierdopjes liggen nog op het blad. Als ze nog jong zijn fourageren de rupsjes in groepen. Later gaan ze ieder hun eigen weg, zeker tegen de tijd dat ze een plekje gaan zoeken waar ze kunnen verpoppen. De rupsen leven op allerlei loofbomen, van juli tot september.

En dit is de Wapendrager (Phalera bucepala). Een nachtvlinder met een fantastisch camouflagepak dat doet denken aan een afgesneden berkentakje waardoor eventuele predatoren zich laten bedotten. Vaak zijn nachtvlinders ook overdag actief maar de Wapendrager zit doodstil de dag uit, pas als de schemer aanbreekt gaat hij vliegen. De vlinder is te zien in de maanden juni en juli. Ik heb hem pas eenmaal op een boomstam in het bos aangetroffen.

De tuin heeft weer een opknapbeurt nodig nu er al veel is uitgebloeid en sommige planten uiteen beginnen te vallen. De droogte draagt daar ook flink aan bij. Ongemerkt zijn er ook veel zaden verspreid, waaronder die van de Akelei. Ik zie nog maar weinig zaadjes in de planten dus de stengels vallen nu ten prooi aan de schaar.

De zaaddoosjes van de Koekoeksbloem (Silene dioica)  vind ik er zo leuk uitzien. Het zijn net mandjes waarin de zaden stevig opgeborgen liggen tot ze rijp zijn. Dan hoeft alleen de wind er nog maar aan te pas te komen om ze er uit te kieperen. En dat gebeurt nu massaal; op zo'n foto lijkt het wel mee te vallen maar als je je even tussen de koekoeksbloemen begeeft zitten naderhand de zaadjes tot in je haren. De zaaddozen gaan pas open als de inhoud rijp is, dan rollen de tandjes open en komt de inhoud tevoorschijn.

21 juni 2018

De zomer begint vandaag met een stormachtige wind om te benadrukken - zo lijkt het wel - dat het afgelopen is met oude gewoontes in de natuur. Dat het klimaat verandert staat ondubbelzinnig vast en wetenschappers hebben verklaard dat wij in Europa voortaan te maken krijgen met perioden van langdurige droogte, zoals ook nu aan de hand is. Ik vraag me af of het nog wel leuk blijft om een volkstuin aan te houden waar je alleen met de gieter je gewas mag besproeien. Zaden komen niet op, jonge plantjes moeten met kunst en vliegwerk in leven gehouden worden, soms zakt je de moed in de schoenen. Enfin, veel lentebloeiers hebben hun zaden al verspreid  zoals de doosjes van een Helleborus. Waarmee dit seizoen is afgesloten en de natuur alweer werkt aan een volgend voorjaar wanneer al dat zaad voor nieuwe plantjes zal zorgen.

Deze Wederik (Lysimachia ciliata) staat weer vrolijk te bloeien in onze tuin. Ik kreeg hem ooit als variëteit "Firecracker" die donker blad heeft, maar na verloop van jaren is die haar bruine bladkleur kwijtgeraakt en heeft nu weer groene bladeren. Het is wel een enorme woekeraar met die ondergrondse grijpvingers  maar ook wel makkelijk uit te trekken zodat hij in ons geval achter de vijver een vrolijke noot mag vormen.

Alle soorten uit dit plantengeslacht krijgen te maken met een bladwesp die geen Nederlandse naam heeft maar het moet doen met alleen een Latijnse: Monostegia abdominatis. Ook alweer een insect dat afhankelijk is van een bepaalde soort plant. Dat komt best vaak voor in de natuur. Ik snap niet dat het beestje niet gewoon Wederikbladwesp heet.

De droogte heeft een enorme invloed op de ontwikkeling van planten. Ze blijven duidelijk korter dan gewoonlijk door het vochtgebrek. Grassen staan grootschalig te verdorren en de gele bermen lagen er dit keer al in de lente. Je kunt water geven wat je wilt in je eigen tuin, een fikse regenplens maakt een wereld van verschil. Potplanten zijn beter te beheren. Ik heb deze mooie Geranium hier al eens opgevoerd maar ik kan niet nalaten te bevestigen hoe geweldig en rijk alles bloeit. En dat is toch ook wel weer heel erg genieten. Soorten als deze plant, die apart en begerenswaardig zijn kun je heel goed in bezit krijgen door tuinbezoeken. Open tuinen zijn er in deze tijd van het jaar in overvloed en de eigenaars bieden vaak de leukste stekken aan.

 

 

naar boven