Zomer 2024

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Zomer 2024

22 juni 2024

Vanavond eindigde de dag in intensief oranje. Net een dag te laat om de langste dag van dit jaar te markeren. Hopelijk maken de weergoden er wat beters van dan het seizoen dat achter ons ligt, dat zo veelbelovend begon maar halverwege een record aan regenval leverde.

Hoe het ook gaat, de Vlinderstruik is al aan de bloei begonnen, en dit jaar op eenzame hoogte: 2,5 meter. Nu de vlinders nog, je junidip is zo’n beetje wel voorbij maar met de vlinderstand is het bedroevend. Een mooie zomer zou er nog wat van kunnen maken, mits de hitte en droogte afwezig blijven.

Vanmorgen ontdekte ik dat er drie libellen zich ontworsteld hadden uit het water en hun knellende harnas. Een daarvan hing nog de vleugels te drogen aan een stengel watermunt. Ik moest mijn armen door wat planten heen bewegen om een van de Glazenmakers te kunnen fotograferen en liep daarbij meteen een teek op die zich in mijn pols vast hechtte. Het is oppassen met die beestjes, ze zijn er weer volop.

Wat achterbleef waren overblijfselen van het larvestadium onder water. Als je het nooit gezien hebt, denk je dat er een voorwerelds insect aan de waterplanten hangt. De larve leeft een jaar onder water, het imago wordt maar enkele weken vergund.

21 juni 2024

Een of tweemaal per jaar gaan natuurvriendin en ik op pad om insecten te fotograferen. Ditmaal begonnen we in haar tuin waar een grote aanplant van Japanse bottelroos (Rosa Rugosa) staat. Daar zagen we de Rozenzaadwesp (Megastigmus aculeatus) bezig aan de voortplanting. De legboor van de vrouwtjes doet denken aan een zaagje, er wordt een inkeping mee gemaakt in een bottel van de roos, waarin de eitjes worden gelegd. Het wespje is zo klein dat het met het blote oog nauwelijks te zien is. Er moet echt een macrolens aan te pas komen om te ontdekken hoe het er uitziet en dan nog was het moeilijk het wezentje er goed op te krijgen. Macrofotografie is verslavend.

De Wilgenhermelijnvlinder rups (Furcula bifida) vonden we in een natuurgebied. Het is een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders. Deze komt verspreid in Europa en Noord-Afrika voor, aldus de gegevens van Waarneming. Je moet bijna geluk hebben de rupsjes te vinden, door hun kleur vallen ze helemaal weg tegen het blad waar ze op zitten. Voor mij een nieuwe soort.

Cicaden zijn ook altijd leuk om te fotograferen. Deze Populicerus populi (zonder Nederlandse naam) behoort tot de dwergcicaden. Ik kon er verder geen informatie over vinden. Maar wat een mooi beestje! Het is meestal te vinden op populier en wilg.

Dit zijn de eitjes van de Bremschildwants (Piezodorus lituratus) die gelegd werden op de zijkant van een peul van de gelijknamige struik. Zien ze er niet prachtig uit? Na het leggen duurt het twee weken tot ze uitkomen. De rupsen schijnen zeer vraatlustig te zijn. Insecteneitjes hebben de meest uiteenlopende vormen en kleuren. Jammer dat ze zo moeilijk te vinden zijn; je moet er echt naar zoeken en vooral geluk hebben als je ze vindt. Nog leuker is het om te ontdekken welke relaties de insecten met bepaalde planten hebben.

Het is goed uitkijken waar je loopt als je een vijver of ander watertje hebt want het is de tijd om het land op te gaan voor de dikkopjes, om als verder ontwikkeld Bruin kikkertje (Rana temporaria) verder te leven. Ze zien er heel teer uit als je er een op je hand houdt. De Bruine kikker is de meest algemene van de soorten kikkers bij ons .

Op het jonge blad van de Amerikaanse Vogelkers zit het vol felrrode vlekken en blazen die prachtig contrasteren met het verse groen. Soms heel klein, soms als grote vlekken. Ze worden veroorzaakt door een schimmel met de naam Vogelkersbladblaasje (Thaphrina farlowii). Als reactie op de schimmel maakt de waardplant waar hij aan gebonden is een woekering van cellen maar er is een tweede infectie nodig van een andere schimmel die de blaasvorming veroorzaakt . De blaasjes worden beschouwd als gallen.